In 1883 kocht J.H.L. Vullinghs in Sevenum (Kronenberg) van de familie Lijsten
een bottelarij/jeneverstokerij. Dit pand stamde uit de 17e eeuw. Hier werd de
brouwerij ingericht. Sjang Vullinghs was de zoon van bierbrouwer Piet
Vullinghs van Brouwerij De Roskam in Horst. De brouwerij werd vernoemd naar
de naam van de streek waarin de brouwerij is gelegen: de Hees. Het was niet alleen een brouwerij maar tevens een boerderij waar gerst werd
geteeld. Het woonhuis van het pand had drie verdiepingen. De tweede
verdieping werd gebruikt als kiemkast: het gerst werd in water geweekt. De
gerstekorrels namen het water en zuurstof op en begonnen te ontkiemen. Door
dit kiemen ontstond groenmout. De derde verdieping was bestemd voor het
eesten: het groenmout werd hier gedroogd en het kiemproces gestopt. Daarna
ontstond het mout voor het brouwproces wat aan de overkant gebeurde. Sjang Vullinghs was getrouwd met M.R. van den Bosch uit Linden
(Noord-Brabant). Ze kregen negen kinderen. Sjang's broer Piet was werkzaam in Brouwerij De Roskam in Horst. Er werd daar
niet veel gebrouwen. Het was meer uit liefhebberij voor het vak. De
concurrentie in Horst was groot, er waren namelijk nog vijf andere
brouwerijen in het dorp. De omzet van Brouwerij De Roskam daalde en Piet
stopte met brouwen. Daar hij een klantenkring had, ging hij met paard en
wagen naar zijn broer Sjang om bier te halen en dit bottelde hij om weer te
verkopen. Rond 1920 komen twee zonen van Sjang (Jacobus en Lambert) in de brouwerij aan
het werk. Lambert verzorgde het brouwen en Jacobus deed het kantoorwerk.
Hiernaast waren er nog vier vaste medewerkers. Lambert betaalde de inventaris
van de kasteleins die zijn bier tapte. Sommige kasteleins hadden schulden bij
hem in de vorm van een aantal fusten of kratten. Verder waren er kasteleins
die een lening hadden afgesloten. Jacobus was getrouwd met Anthonia Raedts, de dochter van collega-brouwer
Raedts van Brouwerij De Roos uit Sevenum. Zij hadden 12 kinderen en één van
hen, Jan, volgde een brouwopleiding in Gent. In 1947 ging zoon Jan samenwerken met zijn neef Jaj, zoon van Piet Vullinghs
van de vroegere Brouwerij De Roskam. Deze familie bezorgde nog steeds bier in
Horst. Jaj had voor de helft aandelen in de brouwerij. Er werd Extra Lager Bier op de markt gebracht onder de naam Vullinghs Bier.
De naam van de brouwerij werd in 1948 veranderd in Kronenberger Bieren. De
bieren die toen gebrouwen werden waren Pilsener Special 5% - wat destijds het
best verkocht - en van november tot januari Bock Special 6.5%. Er werd
ongeveer 2800 hectoliter per jaar geproduceerd. De afzetgebieden waren, naast Sevenum en Horst, Venlo, Blerick, Grashoek,
Helden, Griendtsveen en Helenaveen. In Griendtsveen was zomers een grote
vraag naar bier door de turfstekers, die in het veen werkten. Het bier werd
per spoor aangevoerd naar de plaatselijke kroeg. In de jaren 50 en 60 was er sprake van de zogenaamde bieroorlog. Het was
moeilijk voor de dorpsbrouwers om te concurreren met de grote brouwerijen.
Brouwerij Kronenberger Bieren had vooral concurrentie van Rutten's
Bierbrouwerij De Peelhaas en van bieragentschap Gijssen uit Helden-Panningen
die Drie Hoefijzers Bier verkocht. Dit leidde in 1952 tot verkoop. Naast
Heineken hadden Brand, Bavaria, Lindeboom en Vriendenkring interesse, maar
Heineken bood het meest. Heineken nam alles over, zelfs de schulden van de
kasteleins.