Brouwerij van Pelt

Categorie: Bierbrouwerij
Groep : Onafhankelijk
Opgericht: 1672
Gesloten: 1802
Gilze
Provincie: Noord-Brabant
Eigenaar/directeur: Cornelis Hoefmans
Brouwmeester: Cornelis Hoefmans

Over de brouwerij

Het dorp Gilze bestond in de 17e en 18e eeuw maar uit één straat: de Kerkstraat (nu de Raadhuisstraat en Bisschop de Vetplein). In één van de panden was een boerderij annex herberg gevestigd. Uitbater was de herbergier of tavernier Peeter van der Biestraten. Zijn naam werd ook wel als Biestraet of Bijestraten geschreven. In de herberg stond onder andere de godspenningenbus. Bij een verkoping werd bij het afsluiten van een verkoop door de koper een muntstuk aan de verkoper gegeven. Die deponeerde vervolgens de punt in de godspenningenbus. Jaarlijkse werd de bus gelicht en de opbrengst werd gebruikt voor de armenzorg.
In die jaren was er bij de boerderij/herberg/taverne ook een brouwerij, die echter al lange tijd niet werd gebruikt. Op een lijst van bierbrouwerijen in Gilze en Rijen uit 1672 staan zes Coopbrouwers en vijf Huijsbrouwers. Eén van die huisbrouwerijen was van de weduwe van Peeter van der Biestraten, met de aantekening "daerop in lange jaren niet is gebrouwen".
De dochter van de weduwe trouwde in 1673 met Anthony Marchelis van Pelt. Het jonge paar ging op de boerderij/herberg wonen. Anthony stelde de brouwerij weer in werking. In 1698 is hij bierbrouwer, met een brouwketel groot zeven tonnen. Tussen 1673 en 1707 zijn er aantekeningen in de dorpsrekeningen van betalingen voor verteringen ten huize van Anthony van Pelt, herbergier, tavernier of weert alhier.
In de zomer van 1686 ontstond er enige opschudding door een moord voor de deur van de herberg van brouwer van Pelt. Daar werd de ondervorster (hulpveldwachter) Jan Haeneveer met messteken om het leven gebracht. De dader sloeg op de vlucht en werd door de schepenbank van Breda bij verstek veroordeeld. Als hij in handen van het gerecht zou vallen moest hij gestraft worden "met den swaerde dat daer de dood aen volge". Met andere woorden hij zou worden onthoofd.
Vanaf 1708 was Peeter Anthony van Pelt bierbrouwer. Hij betaalde een bedrag van 36 gulden aan impost (belasting) over zijn omzet aan bier en wijn in de brouwerij en herberg. In het dorp woonde ook enkele gereformeerde gezinnen, die erop toezagen dat iedereen zich aan de regels hield. Tegen het gebruik van bier en wijn op werkdagen was geen bezwaar, want er waren ook gereformeerden die een herberg in Gilze hadden. Maar op zondag in de herberg een teeravond houden was volgens hen ongeoorloofd. Predikant van der Donck was ter ore gekomen dat de leden van het Sint-Josef gilde op zondag "hunne slemp-dagen" wilden beginnen met een maaltijd in de herberg van schepen Peter van Pelt. De dominee vond het buitengewoon ongepast dat ze daarvoor "den H(eiligen) Sabbath dag des Heeren" hadden uitgekozen. In een gesprek met van Pelt had hij hem gevraagd af te zien van de maaltijd, maar de brouwer zei dat ook in de omliggende dorpen slempdagen werden gehouden. Van Pelt zou echter het gilde op de hoogte brengen van het bezwaar van de predikant en de kerkeraad. De kerkeraad diende echter een klacht in bij de schout, die van Pelt verbood om de maaltijd te houden. Dat zal in die tijd de verhouding tussen de gereformeerden en rooms-katholieken geen goed hebben gedaan.
In de nacht van 19 op 20 juni 1763 werd Gilze opgeschrikt door een grote brand. Vijfentwintig huizen en negen schuren werden een prooi van de vlammen. Ook "Huys, schuer, brouwerije en drie stallen" van de familie van Pelt werden in de as gelegd. Volgens een opgave bedroeg de schade aan het onroerend goed 3000 gulden en aan de inboedel 195 gulden. Zowel het huis als de brouwerij werden herbouwd.
Lange tijd bleef de brouwerij in het bezit van de familie van Pelt, zo blijkt uit de archieven: "Geleverd 7 december 1783 tot de begrafenis van de vrouw van Ant. Van Gils tot Molenschot een goet vat bier, 2 gulden 10 stuijvers" en "Geleverd 17 januari 1784 tot de begrafenis van Corn. Van Gils op den Horst een vat goet bier en een kan jenever, 3 gulden". Als de overledene armlastig was werd de drank op de uitvaart door het Armbestuur betaald. Bruin bier met een laag alcoholpercentage was de gewone drank, koffie kende men toen nog niet.
In 1799 trouwde de weduwe van Sebastiaan van Pelt, Elisabeth Pijnarts met de brouwerijknecht Jan van der Ven. Het huwelijk was maar van korte duur. Beide echtelieden overleden in de loop van 1800. De erfgenamen gingen over tot openbare verkoop van het onroerend goed. Het huis, de brouwerij met de andere gebouwen werden gekocht door Cornelis Hoefmans, die getrouwd was geweest met een dochter van een bierbrouwer uit de Biestraat, die kort daarvoor was overleden. Cornelis Hoefmans was er brouwer, maar heeft dat niet lang gedaan. In verband met zijn tweede huwelijk vertrok hij in 1804 naar Riel en verkocht het onroerend goed. Hiermede kwam er een einde aan de herberg en brouwerij.
Na het stopzetten van de brouwactiviteiten was er een arts in gevestigd. Daarna een aardappeljeneverstokerij. Vanaf 1850 werd in een koestal wekelijks een botermijn gehouden. Boeren verkochten op die markt hun boter aan handelaren. Vervolgens was er een koekfabriek en als laatste een metaalwarenfabriek in gevestigd. In 2001 werden de activiteiten op de metaalfabriek beeindigd.

cambrinus


E-mail: info@cambrinus.nl
URL: http://www.cambrinus.nl

Laatste update:  (GMT +1)

copyright © 1988 - 2010 Cambrinus.nl. Alle rechten voorbehouden.