Categorie: Bierbrouwerij
Groep : Onafhankelijk
Opgericht: 1878
Gesloten: 1948
Weertersteeg
Nederweert
Provincie: Limburg
Eigenaar/directeur: Henricus Hubertus Anth. Rapha‰l Hobus
Brouwmeester: Henricus Hubertus Anth. Rapha‰l Hobus
Over de brouwerij
In 1878 werd Bierbrouwerij "De Pelikaan" gesticht door Jan Mathis Hobus. De
brouwerij was destijds gelegen aan de Weertersteeg, de latere Paulus
Holtenstraat. In 1882 werd om de hoek in de Kerkstraat het brouwershuis
gebouwd. De mout en de hop werden ingekocht bij Van de Weterlaken in Boxmeer.
Het brouwwater was afkomstig uit eigen bron. Naast Jan Mathis Hobus waren er
drie à vier medewerkers werkzaam in de brouwerij. Het bovengistende Pelikaner Bier werd in de omgeving van Nederweert aan de
man gebracht. Het waren, naast de afnemers voor thuisgebruik, met name de
plaatselijke café-houders die het bier afnamen. De toenmalige brouwmeester
had de beschikking over een vrachtwagen van het merk Mercedes. Met deze
vrachtwagen bracht hij het bier rond en genoot met deze verschijning veel
aanzien. In de eerste wereldoorlog waren de in Nederweert gelegerde militairen grote
afnemers van het bier. Daar er op dat moment nog geen waterleiding was
aangelegd in Nederweert, en de capaciteit van de particuliere bronnen beperkt
was, werd er door het leger, voor onder meer de keukens, fusten water
afgenomen van de brouwerij. Jan Mathis Hobus maakte persoonlijk de reis naar
Den Haag om de kosten voor de geleverde fusten via Defensie vergoed te
krijgen. De brouwerij leverde tevens electriciteit voor de woningen in de
directe omgeving. Gedurende de mobilisatie begon de brouwer ook met het
drogen va groenten voor de export. Eerst werd er met steenkool gestookt, maar
later, toen steenkool schaars werd, met hout. Jan Mathis Hobus had drie dochters en twee zonen. Henricus Hubertus Anthonius
Raphaël Hobus ("Fel") neemt in 1932, na het overlijden van zijn vader, de
roerstok over. De brouwerij wordt gemoderniseerd om de overschakeling naar
het ondergistende brouwproces te kunnen maken. Ook in de tweede wereldoorlog blijft de brouwerij haar hoofd boven water
houden. Een anecdote doet de ronde dat aan het einde van de tweede
wereldoorlog elke avond een krat met flessen bier werd klaargezet voor de in
het huis gelegerde Engelse militairen. Eén soldaat bleek het wel erg bont te
maken en consumeerde een half krat. Direct na de oorlog werden er
verbeteringen aangebracht aan de brouwinstallatie. Het bier werd afgevuld in
literbeugelflessen met etiket en later in etiketflessen voorzien van een
kroonkurk. Ondanks de doorgevoerde verbeteringen ging het bergafwaarts met de
brouwerij en werden de poorten in 1947 gesloten. De brouwreceptuur werd echter verkocht aan Van Dijck, die het bier in Amerika
op de markt bracht en het bier in Wisconsin liet brouwen en bottelen. Het
brouwershuis werd, inclusief de brouwerij, verkocht aan de gemeente, die in
het brouwershuis het kantoor van de gemeentewerken vestigde. In 1969 werd de
brouwerij gesloopt om ruimte te scheppen voor een parkeerplaats. In de jaren
tachtig ging ook het brouwershuis tenonder aan slopersgeweld.