Categorie: Bierbrouwer
Groep : Onafhankelijk
Gesloten: 9999
Maastrichtesebaan
Vroenhoven (Belgi)
Provincie: Limburg
Eigenaar/directeur: Hubertus Josephus Victor (Hubert) Marres
Brouwmeester: Hubertus Josephus Victor (Hubert) Marres
Over de brouwerij
Brouwers:
Victor Hubert (Victor) Marres 1882 - 1892, Philomena Thans weduwe van Victor Marres 1892 -19.., Hubertus Josephus Victor (Hubert) Marres 19.. - 1958.
Victor Marres, de eerste brouwer is de zoon van Hubert Willem Marres, die in
1839 bij de oprichting van het Koninkrijk België kiest voor de Belgische
nationaliteit en uit Nederland vertrekt. Het is achteraf goed begrijpelijk
dat zijn vader voor deze nationaliteit kiest. Allereerst zijn hij en ook zijn
in Nederland gebleven broers fel voor aansluiting bij België, maar hij is
daarin ook de actiefste. Toen hij zijn genegenheid voor België in deze
roerige periode eens te openlijk getoond had werd hij in hechtenis genomen,
maar door actief ingrijpen van de familie kwam hij gelukkig snel weer vrij.
Zijn vader kiest voor een meisje uit die streek en Victor is in 1843 in
België geboren. Aanvankelijk beheert hij alleen de landerijen, maar in 1882
sticht hij te Vroenhoven aan de Maastrichtsebaan weer een brouwerij.
Na zijn vroege overlijden in 1892, hij is nog geen vijftig jaar, zet zijn
weduwe de brouwerij voort totdat hun zonen Hubert en Lambert de leeftijd
bereikt hebben dat te kunnen doen. Zij bouwen de brouwerij groots op.
In 1908 wordt Hubert gekozen tot burgemeester van het Belgische Vroenhoven en
hij zal door de bevolking gedurende 50 jaar tot aan zijn dood in 1958 steeds
weer worden herkozen. Hij was toen de langst zittende burgemeester van
België. Na zijn overlijden is de brouwerij opgeheven. Lambert, die ongehuwd
bleef is betrekkelijk jong op 47 jarige leeftijd in 1931 overleden.
Deze brouwerij heeft in het verzet tegen de duitsers een grote naam
opgebouwd. In de eerste wereldoorlog in 1914-18, heeft hij als vrijheidsbaken
en schuilplaats voor velen gediend en was een verzamelpunt voor spionage en
vluchtelingen, die door de beruchte draad, een hoogspanningsšversperring op
de Belgisch-Nederlandse grens naar de vrijheid in Nederland werden geholpen.
Met gevaar voor eigen leven werden zij door dit grote gezin Marres, er waren
negen kinderen, geholpen. Het heeft er alleszins naar uitgezien dat de
duitsers Hubert wilden liquideren. De bezetter had er lucht van gekregen dat
de brouwerij een schakel was in een spionagenet, een verzamelpunt van mensen
en inlichtingen voor de geallieerden en een sprinkplank voor velen die daar
door een opening in de versperring naar Holland vluchtten om dienst te nemen
in het Belgische leger. In de moutkelders waren schuilplaatsen ingericht.
Belgen, maar ook Fransen, Engelsen en Russen, zowat 4000 mensen in totaal
zijn via deze brouwerij over de grens geholpen. Tenslotte raakte de bezetter
op de hoogte van deze verboden activiteiten. Hubert Marres moet daarvan
tijdig lont hebben geroken. Hij was al een gewaarschuwd man en had al eerder
kennis gemaakt met het duitse gevangeniswezen, toen hij in het begin van de
oorlog werd aangehouden en te Tongeren opgesloten samen met nog meerdere
Limburgse burgemeesters omdat zij de Belgische recruten van de klas 1914 nog
net voor de neus van de invallende duitsers hadden opgeroepen en in
veiligheid gebracht. Toen in 1916 zijn broer Lambert op de tram tussen
Tongeren en Riempst door de duitse contraspionage als geheim agent werd
aangehouden, vluchtte Hubert met zijn jongere broer Victor over de grens naar
Nederland. Lambert werd echter gearressteerd en hij mag van geluk spreken dat
hij de inlichtingen die hij vlak voor zijn arrestatie nog op zak droeg tijdig
kon vernietigen. Hij werd niettemin aangehouden samen met zijn zuster Anna,
toen nog ongehuwd, zijn broer Felix en twee brouwerijknechten. Lambert en
Hubert werden beiden ter dood veroordeeld, de laatste bij verstek. De overige
arrestanten kregen zware tuchtstraffen. Gelukkig kreeg de advocaat van
Lambert het gedaan dat het doodvonnis omgezet werd in levenslange
dwangarbeid. Hij werd overgebracht naar Duitsland em werd daar tot het einde
van de oorlog opgesloten in de gevangenis van Werden. Tijdens de oorlog was
Hubert uiteraard niet in functie, maar bij zijn vijftigjarig burgemeesters
jubileum werden de oorlogsjarenjaren eervol meegeteld. Als illustratie kozen
wij de ridderorde van de zo jong overleden Lambert. Dat Hubert er ook heel
wat had zal iedereen wel aannemen. (67)