Categorie: bierbrouwerij
Groep : Onafhankelijk
Opgericht: 1862
Gesloten: 1968
Vlijmen
Provincie: Noord-Brabant
Brouwmeester: Anton Corman
Over de brouwerij
Rond 1830 waren er in Brabant tussen de 200 en 240 bierbrouwerijen. Sinds
1936 is er sprake van een bierbrouwerij in Vlijmen. Volgens een verkoopakte
wordt "een huis met een erve, bierbrouwerij, schuur en tuin in Vlijmen,
kwartier het dorp" voor 8.000 gulden verkocht door Jan van Ooijen aan
Adrianus van Wamel. Jan van Ooijen had het geheel in 1930 aangekocht van
Mejuffrouw Helena van Ooijen, weduwe van Adrianus Matthias van de Wiel. In
1863 wordt de brouwerij verkocht aan Jacobus de Rooij, wiens dochter Helena
Petronella op 18 november 1863 trouwde met Josephus Antonius Corman. Volgens
de familie Corman was Josephus bierbrouwer van beroep. Aangenomen mag worden
dat hij in de brouwerij voor zijn schoonvader ging werken. Op dat moment zijn
er twee mensen werkzaam in de brouwerij. In 1868 werd J.A. Corman naast brouwer tevens burgemeester van Vlijmen. Deze
functie bekleedde hij tot 1877. Tijdens zijn ambtsperiode werd het oude
gemeentehuis gebouwd. In de beginjaren werden er afwisselend twee soorten bier gebrouwen, namelijk
Gerstebier en Nieuwligt (dubbel gerstebier). Het Nieuwligt was anderhalf keer
zo duur als het Gerstebier. Van 1867 werd er ook Beijersch Bier gebrouwen,
wat 2« keer zo duur was als Gerstebier. Er werd gebruik gemaakt van
runderpoten bij het bierbrouwen, wat waarschijnlijk de houdbaarheid van het
bier bevorderde. Tot 1870 is gebruik gemaakt van deze techniek. Er werd elke
week 40 tot 60 ankers gebrouwen (1 anker is ongeveer 20 liter). In 1870 werd de capaciteit van de brouwerij verdubbeld, terwijl de produktie
in 1880 nog eens met de helft verhoogd werd. De brouwerij heeft dan 5 mensen
in dienst. Waarschijnlijk was dit te danken aan de in dat jaar gestarte
produktie van het succesvolle Extra Stout. Tevens werd er Pale Ale gebrouwen.
Beide bieren werden rond 1882 aanbevolen 'voor zieken en zwakke gestellen,
zoodat het uitmuntend geschikt is voor Gasthuizen, Pensionaten, Instituten,
Liefdesgestichte, enz., daar het bier niet alleen zeer versterkend is, maar
ook aan buitengewoon goedkoopen prijs geleverd wordt". Naast Extra Stout en Pale Ale werd er Dubbel Princesse Bier, Bourgogne Bier,
Faro en Oud Bruin gebrouwen. Wanneer de naam Het Hert voor het eerst werd gebruikt is niet helemaal
duidelijk. Al op de eerste etiketten van Corman is in de rode ruit duidelijk
een hert te zien. Waarschijnlijk komt de naam van de uitdrukking "het
dorstige hert". Verschillende brouwerijen uit die tijd (1860) gebruikten deze
naam, o.a. A. Meuwissen te Echt (L), C. Wijnen te Eersel, A.S. van Mourik te
Lith en J. Koppers te Well (L). De heer Corman mocht het predikaat Hofleverancier gebruiken, omdat de
brouwerij het bier had geleverd bij een bezoek van Koning Willem II op 31
juli 1883 aan 's-Hertogenbosch. Uit de boeken blijkt ook dat in 1901 zelfs
Stout voor export naar Indië is gebrouwen, hetgeen een aparte bereiding
vereiste. J.A. Corman overlijdt op 25 maart 1903. Jacobus Corman krijgt van moeder,
broers en zussen de volmacht om de zaak te runnen. Echter, de naam van de
brouwerij verandert in Wed. J.A. Corman. In 1909 neemt Anton Corman de brouwerij over. Nu gaan er diverse zaken
veranderen in de brouwerij. De mouterij wordt opgeheven en men start de
produktie van 'limonade gazeuses', de in Vlijmen later bekend geworden
TROEF-limonades. Rond 1926 heeft de brouwerij vier personen in dienst, waarvan één kind. Er
wordt ook een 6,6 PK (ongeveer 5 KW) aan electrisch vermogen geinstalleerd.
Vanaf 1930 brouwde Corman Extra Stout voor het gerenommeerde Phoenix uit
Amersfoort en leverde dit in houten vaten. Later bottelde Corman het Stout
voor Phoenix. De zaken gingen voorspoedig totdat de crisisjaren aanbraken. In deze jaren
liep de produktie terug tot een kwart van het tot dan gebruikelijke aantal
hectoliters, dat per jaar werd gebrouwen. Nadat Anton Corman is overleden
neemt zijn vrouw (wed. M. Corman-Pelgrim) de brouwerij over. Albéric en
Cornelis (Cees) Corman worden medebestuurder. Nadat in 1941 de produktie in zijn geheel wordt stilgelegd, dienen de kelders
van de brouwerij als veilige schuilplaats voor onderduikers gedurende de
Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog werd het bierbrouwen weer hetvat. Het is
dan hoofdzakelijk Oud Bruin wat wordt gebrouwen. Op 31 mei 1964 overlijdt mevrouw M. Corman-Pelgrim. Haar zoon Anton Corman
neemt de brouwerij over. In 1968 wordt de brouwerij overgenomen door "De Drie
Hoefijzers" uit Breda. Er zijn dan nog zes medewerkers in dienst. Brouwen
doet Corman niet meer. Wel blijft hij gedurende acht jaar groothandel voor
"De Drie Hoefijzers". In 1983 werd de brouwerij gesloopt. Nog één gebouw
herinnert aan de oude brouwerij. De bierketel, beslagkuip en
flessenspoelmachine werden door Heineken opgekocht voor een toekomstig
biermuseum.