Categorie: Bierbrouwerij
Groep : Van Vollenhoven's Bierbrouwerij N.V.
Opgericht: 1886
Gesloten: 1913
Weesperzijde 112
1091 EN Amsterdam
Provincie: Noord-Holland
Eigenaar/directeur: Karel Huijsinga (directeur)
Brouwmeester: Augustus Schmidt
Over de brouwerij
Hoewel het Deli-bier voor het eerst in 1887 werd afgeleverd, begin met in
1886 met de inrichting van de brouwerij en mouterij. Oorspronkelijk was de
brouwerij ingericht voor het brouwen van zogenaamde "boven-gistende"
oud-Hollandsche bieren, maar toen later bleek dat de lager-bieren meer in
trek waren, werd het fabrikaat veranderd. Later werden er alleen nog maar
ondergistende bieren gebrouwen. De wijziging in de productie, die hiervoor
noodzakelijk was, ging gepaard met belangrijke verbouwingen van de gist- en
lager-kelders. Bovendien moest een ijsmachine worden aangeschaft. De uitbreiding van het afzetgebied was er de oorzaak van dat besloten werd de
benodigde mout te betrekken uit het buitenland. De Deli-brouwerij was vanaf
dat moment slechts nog een brouwerij. De gebouwen die als mouterij dienst
deden werden als bergplaatsen voor mout en hop ingericht. De
benedenverdieping ging dienst doen als lagerkelder. Op de bovenzolder van het
voormalige mouterij-gebouw stond een machine, waarin het mout, alvorens te
worden gemalen, van alle onreinheden werd ontdaan. Daarna werd het mout
gemalen en kwam het in het weeglokaal. Het gemalen mout werd opgevangen in
bakken, die, na afgewogen te zijn, boven een koker werden gereden, waardoor
het naar beneden gleedt in de roerkuip van het brouwhuis. In de roerkuip werd
het mout vermengd met water, waarmee het in de eerste bierketel gekookt werd
om vervolgens in de klaringskuip te worden opgepompt. Uit deze klaringskuip, die voorzien was van een dubbele bodem, waarvan de
bovenste, een roodkoperen, voorzien was van duizenden gaatjes, kwam het
aftreksel (de wort), na door de lekbak te zijn gevloeid, terecht in bierketel
nummer twee. Hier werd het verder, met toevoeging van hop, gekookt. Het
afgetrokken mout bleef in de klaringskuip met als doel gebruikt te worden als
veevoer. Zodra het bier in de bierketel is gekookt komt het in het
hop-apparaat terecht en neemt het fijne aroma van de hop aan. Daarna wordt
het opgepompt naar de koelschepen. Dit zijn grote vlakke bakken, waarin het
kokende bier gemakkelijk af kan koelen. Langs een koel-apparaat komt het bier
daarna terecht in de gistkuipen (geemailleerd ijzeren gisttanks), waarin het
10 tot 12 dagen verbleef om hierna 8 tot 10 weken te rusten in de
lagerkelders waarna het geschikt was voor consumptie. Door de enorme grondstoftekorten tijdens de eerste wereldoorlog was het erg
moeilijk om aan gerst en hop te komen. Veel brouwerijen, waaronder de Deli
Brouwerij, moesten als een gevolg hiervan de poorten sluiten. In 1913 werd de Deli Brouwerij overgenomen door wat later Van Vollenhoven's
Bierbrouwerij N.V. zou gaan heten.