Categorie: bierbrouwerij
Groep : Onafhankelijk
Opgericht: 1845
Gesloten: 1951
Boven Havendijk 42-44
3295 XD 's-Gravendeel
Provincie: Zuid-Holland
Brouwmeester: Johannes Schilleman de Heer
Over de brouwerij
Uit de gedenksteen in de zijgevel van de huidige Boven Havendijk 42-44 blijkt
dat op 17 september 1845 Bierbrouwerij De Bel werd gesticht door Hendrik de
Heer. Hij was een zoon van Gijsbert de Heer, broodbakker aan de Noord
Voorstraat en Pietertje Grootepas. Bij zijn huwelijk op 7 november 1845 met Anna Vliegenthart, dochter van
Willem Vliegenthart, korenmolenaar en Anna de Bont is hij vermeld als
bierbrouwer. Wat Hendrik ertoe bracht om bier te gaan brouwen weten we niet maar gesteld
mag worden dat de bakkersfamilie De Heer bekend was met de grondstof graan.
Er was in de jaren rond 1850 een toenemende vraag naar het pas
geintroduceerde 'Beiersch' bier, wat wij tegenwoordig pilsener noemen. Er
werden in die tijd diverse nieuwe brouwerijen in Nederland opgericht. De
provincie Zuid-Holland telde in 1858 welgeteld 29 brouwerijen. Op 12 mei 1853 kreeg Hendrik de Heer vrijdom van accijns op de handel in bier
en azijn, hetgeen gesteund werd door de raad, terwille van de minder
draagkrachtigen. Het bier werd vervoerd in zogenaamde 'achies' (achtjes); dat
waren de vaatjes waarvan er enkele in de kelder van het streekmuseum zijn te
bezichtigen. Hendrik de Heer werd op 9 juni 1853 door de raad beticht van misbruik van de
Haven- of Buitendijk door dezelve met paard en kar te berijden. Volgens de
gemeenteraad was de dijk alleen voor voetgangers geschikt. Naar aanleiding
hiervan is later de zogenaamde bierstoep aangelegd; een afzonderlijke afrit
van de dijk voor de brouwerij. Zoon Gijsbert de Heer, huwt op 27 mei 1875 te Heinenoord met Maria Vink en is
dan reeds vermeld als bierbrouwer. Hij zou het bedrijf later overnemen. Om half twee in de namiddag van den 27 juni 1878 is een gedeelte van de
Bierbrouwerij De Bel aan de Havendijk toebehorende aan H. de Heer (brouwer en
raadslid) afgebrand. Gemelde brouwerij was tegen brandschade verzekerd. De
oorzaak van de brand was onbekend, aan moedwil viel echter niet te denken. De
schade bleef beperkt tot één der bierkelders, zodat de werkzaamheden konden
worden voortgezet. Ter ere van het 40-jarig jubileum werd op 17 september 1885 de gedenksteen in
de zijmuur ingemetseld. In 1911 draagt Gijsbert de Heer het bedrijf over aan zijn zoon Hendrik de
Heer die in datzelfde jaar te 's-Gravendeel huwt met Trijntje Herweijer. Het
hoofdberoep van Hendrik de Heer was landbouwer en daarnaast was hij ook
bierbrouwer. De traditionele grondstoffen voor het brouwen van bier zijn: water, mout, hop
en gist. Het water voor de brouwerij werd opgepompt uit een put naast de oude
haven. De haven liep vroeger door tot de huidige rotonde thans nog de Kaai
genoemd. De haven werd eind vijftiger jaren gedempt. De put die nog in het maaiveld zichtbaar is liep bij hoogtij vol met water.
Hierdoor was er ook bij laagtij genoeg water voor handen als grondstof. De
heer W. Kooij, die 101 jaar is geworden (grootvader van de huidige
eigenaren), vertelde dat het water in de haven weleens zo hoog kwam dat het
in de kelders liep. De mout (gedeeltelijk ontkiemde gerst of tarwe) werd uit Duitland betrokken.
Mout was belangrijk voor het vormen van suikers en bepaald voor een groot
deel de smaak van het bier. Hop is een klimplant die in het wild voorkomt en op kleine schaal ook
verbouwd wordt. Van de vrouwelijke planten worden de hopbellen (vruchten)
gebruikt voor het aroma van het bier. Hop heeft tevens een conserverende
werking. Gist bezit de eigenschap om suikers om te zetten in alcohol en koolzuur. In
de vrije natuur komen vele soorten gist voor, waarvan de brouwers vroeger
geen kennis hadden. Tegenwoordig wordt gist gebruikt met organismen uit
dezelfde stam zodat de smaak van het bier constant is. In de beginjaren geschiedde de aandrijving van de machinerie door een
stoommachine die buiten het gebouw was geplaatst. Later werd onder het
aandrijfwerk binnen een dieselmotor geplaatst. Het water werd met een pomp
opgepompt. Het brouwen gebeurde alleen in het voorjaar en in de zomer. Er werd gestart
met één keer per week te brouwen en in de zomer twee keer per week. De
produktie bedroeg dan omstreeks 10.000 liters per dag. Het bier ging in de oogsttijd naar de boeren en de cafés en zat in de
zogenaamde 'achies' (vaatjes). Het alcoholpercentage bedroeg 4%. Opslag geschiedde in de twee bierkelders die zich onder de brouwerij tegen de
dijk aan bevinden. De kelders zijn zelfs bij strenge winters nagenoeg
vorstvrij. Niet alleen in de Hoeksche Waard maar ook in Dubbeldam werd
geleverd. Na het overlijden van Hendrik de Heer op 15 januari 1947 werd de brouwerij
nog enkele jaren voortgezet door zijn tweede zoon Johannes Schilleman de
Heer. Het brouwen geschiedde toen reeds enige tijd onder contract van
Heineken. In 1951 werd een nieuw contract met de Heinekenbrouwerij gesloten.
Hierna kwamen de bekende Bel flesjes met beugel in de handel. De levering
heeft maar kort geduurd; de brouwerij werd toen gesloten.