De brouwerij was de eerst grote brouwerij in Nederland die alleen
ondergistend bier brouwde. De brouwerij werd opgericht in 1864. Als
rechtspersoon werd gekozen voor Naamloze Vennootschap: de eerste N.V. in de
brouwwereld met een maatschappelijk kapitaal van één miljoen gulden. De aandeelhouders waren vooraanstaande inwoners van voornamelijk Amsterdam en
omgeving, alsmede de uit Neurenberg afkomstige Heinrich Henninger die als
brouwerijdirecteur werd aangesteld en ook de benodigde kennis van de
ondergistende brouwmethode inbracht. Vooraf was dispensatie verkregen van het
Ministerie van Financien voor de heffing van de bieraacijns. De groei van de
consumptieve bestedingen in de jaren zestig van de negentiende eeuw maakte
het mogelijk de toen zware accijnsdruk - op onder andere bier - sterk te
verminderen waarbij de brouwerij vanwege de rentabiliteit belang had. Op een terrein dat thans bekend staat als 'gelegen aan de Weesperzijde en
naast de 1e Oosterparkstraat' werd de brouwerij gevestigd. Het indrukwekkende
hoofdgebouw stond op 2800 palen met graanzolders, mouterij, brouwhuis, gist-
en lagerkelders en een kuiperij voor de biertonnen. De productie van het bier had zeker in de beginjaren een uitstekend
financieel resultaat tot gevolg. Dit gaf ook een noodzaak aan tot uitbreiding
van het brouwerijcomplex waarbij grote nieuwe kelderruimten voor het lageren
van het bier werden gerealiseerd. Op 27 april 1867 bezocht Koning Willem III de brouwerij, waarbij aan het
bedrijf het predikaat " Koninklijk" werd toegekend. Het assortiment bestond
onder andere uit Pilsener Bier, Nieuw-Hollands Bier, Lager bier, Extra Dubbel
Oud en Gerstelager bier. Het zelf bottelen deed men niet. Dit werd verzorgd
door verschillende agentschappen in het land. In Amsterdam was dat het
bedrijf van J. Roetemeijer en Zoon dat toen gevestigd was in de Amstelstraat. Tegenslagen had de brouwerij met het regelmatig gemis aan natuurijs (ten
behoeve van de koeling) dat in de winterperiode uit onder andere de rivier De
Amstel werd gehaald. De kosten van ruim 4000 ton ijs geimporteerd uit
Noorwegen drukte in 1872 bijvoorbeeld zeer ongunstig op het financiele
resultaat. Door gebrek aan kapitaal voor verdere investeringen, en
waarschijnlijk door tekortschietend beheer van de brouwerij, liepen de
resultaten terug. De financiele uitkomsten kwamen aanzienlijk beneden de
verwachtingen zodat uiteindelijk tot liquidatie van de brouwerij werd
besloten. Met een overeenkomst gesloten tussen de zaakvoerders van de
brouwerij en de directie van "De Amstel" en "Heineken", beiden te Amsterdam
en "De Oranjeboom" te Rotterdam ondertekend in augustus 1926, werd de
opheffing ingezet die een jaar later zijn beslag zou krijgen. Gedetailleerd
werd vastgelegd op welke wijze leveranties over de afnemers werd verdeeld en
alles wat nodig was om de lopende verplichtingen en vergunningen af te
wikkelen.