Hoewel er rond 1770 al sprake is van de oprichting van een brouwerij die
geassocieerd mag worden met Barbarossa, begint in 1832 de eigenlijke historie
van de brouwerij. De eerste brouwerij werd op 25 januari 1770 opgericht door
de heer C.M. van Bolhuis die daarvoor een herberg aankocht aan de Laan tussen
de Noorderhaven en het Hoge der Aa, in Groningen. In 1832 ging de brouwerij
van de heer Bolhuis samen met de brouwerij van de heer Willem Keizer. Hij had
een herenhuis met woonkelder aan het Lage der Aa waarin een brouwerij was
gevestigd, een koetshuis en een pakhuis met 2 korenzolders aan de Laan
aangekocht in Groningen. Deze brouwerij werd gekocht tijdens een openbare
veiling van de boedel uit de nalatenschap van Coenraad van Valkenburg. Bij
het samengaan van beide brouwerijen in 1932 ontstond Brouwerij De Gekroonde
Pauw. De heer Keizer bediende zich toen reeds van de voor die tijd moderne
media. In een advertentie in De Groninger Courant van 6 juli 1832 schreef hij
dat hij 'zijn geachte stad- en landgenoten verwittigt van het feit dat hij de
bierbrouwerij De Gekroonde Pauw heeft overgenomen, en hoopt zijn oude
vrienden en begunstigers naar genoegen te kunnen bedienen. In 1869 krijgt de brouwerij de naam 'Firma W. Keizer & Co'. Het woord 'Co'
werd aan de naam toegevoegd omdat een neef van Willem Keizer, Pieter Mees,
als compagnon werd opgenomen. In 1872 trok Willem Keizer zich terug uit de
firma en werden de percelen en de brouwerij toebedeeld aan Pieter Mees. De
brouwerij gaat verder onder dezelfde naam. De Firma Keizer & Co was begin
1900 tot de slotsom gekomen dat door samenwerking met een andere Groningse
brouwerij een nieuwe brouwerij zich beter kon handhaven. De brouwerij werd in 1902 voortgezet door de beide zonen van Pieter Mees:
Hitzerus en Bertus. De productieomvang bedroeg op dat moment ongeveer
5000-6000 hl. In 1906 kwam het tot een fusie tussen de elkaar concurrerende
brouwerijen in Groningen. W. Keizer & Co en de NV Brouwerij Barbarossa, een
vrij jonge brouwerij opgericht in 1892 door Kurt Joch, een Duitse
brouwmeester die al veel langer bekend was met het brouwen volgens de
ondergistende brouwmethode. De nieuwe brouwerij kreeg de naam Brouwerij
Keizer Barbarossa en had drie directeuren: Hitzerus en Bertus Mees en Fransz
Steinweg. Er werd besloten de goederen aan de Lage en Hoge der Aa te verkopen
en alle activiteiten te concentreren in de toen nog Harense wijk Helpman. In 1909 vroeg Fransz Steinweg eervol ontslag om bij de garenfabriek van zijn
schoonvader als directeur aangesteld te worden. Bij de oprichting van de
Brouwerij Keizer Barbarossa was overeengekomen dat de aandelen van Steinweg
werden overgenomen door de beide broers die daarmee elk 50% van de aandelen
beheerden. Tot aan de WO I werd er veel in de brouwerij geinvesteerd. De productie
groeide tot 14.000 hl. In de oorlog was er sprake van een behoorlijke
terugval in de afzet van het bier en moest de productie terug. De
grondstoffen waren moeilijk verkrijgbaar en de prijzen stegen. De brouwerij
bleef echter draaien gedurende de WO I. In 1918 komt Hitzerus Mees plotseling te overlijden en blijft Bertus Mees
over als enige directeur. Het aantal hectoliters van voor de WO I komt pas in 1920 weer in zicht. In
1928 werd een eigen bottelarij in gebruik genomen zodat zelf bier op fles kon
worden afgevuld. Voor die tijd werd het bottelen overgelaten aan zelfstandige
bottelaars. Eén van de bekendste bottelaars van die tijd was G. Beereboom,
gevestigd aan de Noorderhaven vlakbij de brouwerij. Ook het wagenpark werd
uitgebreid en er werden automatische koelmachines aangeschaft. In 1937 neemt de brouwerij een nieuw kantoorpand in gebruik aan de
Helperkerkstraat in Helpman. Ondanks de dreiging van de WO II bleef men
investeren in de brouwerij. In 1938 werd er een compleet nieuwe electrische
installatie geinstalleerd. De verkoop van het bier bleef niet beperkt tot Groningen en omstreken. Er
werd bier geexporteerd naar de Verenigde Staten, Duitsland en het
Midden-Oosten. Export-merken waren: Barbarossa Edel Pils, Royal Dutch en
Meester. In 1961 werd er, mede door de inzet van Rudolph Mees, een fusie tot stand
gebracht tussen Oranjeboom, ZHB, Phoenix, Wertha en Barbarossa. Op 26
september 1962 werd de brouwerij, na een ingrijpende verbouwing van bijna een
jaar, feestelijk heropend. Tijdens deze verbouwing werden er onder andere
enkele nieuwe kelders onder het gebouw geplaatst. Drie jaar nadat de
brouwerij in de nieuwe stijl had gedraaid werd de brouwerij in 1965 gesloten.
Het laatste Barbarossa Bier werd gebrouwen in augustus 1965. De productie
ging naar Rotterdam en wat overbleef was een distributiedepot van
alcoholische dranken en frisdranken onder de naam Drankenhandel Citadel.
Meer info en foto-materiaal is te vinden op de web-site van
Harry Pinkster.