Lambert Marres huwt al op 18 jarige leeftijd Cornelia van Geleen, de jongste
zus van Maria Elisabeth van Geleen, de echtgenote van zijn oudste broer
Gilles. Hij is de derde zoon van Lambrecht Marres, brouwer in De Wildeman, en
ook hij begint een eigen brouwerij. Nog voor zijn twintigste wordt hij
vermeld als meester brouwer te Maastricht. Hij brouwt dan in de gehuurde
brouwerij De Dubbele Arend op de Lenculestraat. () Door het vroegtijdig overlijden van zijn schoonouders is hij al jong een
bemiddeld man. Hij bezit land in Cadier en Keer, heeft een kapitaal van bijna
twee duizend gulden uitstaan, en verhuurt twee naast elkaar staande huizen op
de Boschstraat. Hij krijgt zes kinderen, waarvan de laatste Caspar Laurent in
1732 wordt geboren. Maar hierna horen we niets meer van hem, noch van zijn
kinderen. Het ging hem al enige tijd minder goed. Eind jaren twintig leent
hij vaak grote bedragen en stelt hierbij zijn onroerend goed als onderpand.
Dit hoeft overigens niet als negatief geduid worden, het kan zijn dat hij ook
in de handel zat. Maar in 1731 sluit de weduwe van der Haven, die zich voor
hem borg had gesteld, na een procedure van zes jaar een overeenkomst met zijn
schuldeisers waarbij bepaald wordt dat ze een gedeelte betaalt maar waarbij
ook afgesproken wordt dat de rest alsnog bij Lambert verhaald moet worden.
Waarschijnlijk was hij op dat tijdstip al naar elders vetrokken, evenals
overigens zijn neef en naamgenoot Lambert, maar van deze en diens nageslacht
zullen we later nog positieve verhalen horen, diens zoon Nicolaas zal als
thesaurier en president van de municipale raad van Breda in de Franse tijd
nog een belangrijke rol spelen (19), hoe het afgelopen is met deze Lambert en
met zijn kinderen is duister.