Bier door de Eeuwen heen

Vroegste oorsprong

De geschiedenis van het bier is oud, zeer oud. Geen wonder, want de behoefte aan een koele dronk en aan een even wegdwalen van alle dagelijkse zorgen is nu eenmaal zeer oud. Door de eeuwen heen is de mens altijd zeer vindingrijk geweest in het ontdekken van een aangename drank. Zo wij de brouwers ergens dankbaar voor moeten zijn, dan is het dat bier de mens zijn dagelijkse zorgen kan doen vergeten. Daar moet men niet te licht over denken. In vroeger tijden werd er zeker niet licht over gedacht: veel oude volkeren zagen bier als een godsgeschenk en offerden graan en bier om toch vooral de goedgunstigheid der goden te bewaren. Want stel dat op een kwade dag dit geschenk zou worden teruggenomen... bier is ook in onze wereld - die enkel uit techniek en menselijk vernuft lijkt te bestaan - nog steeds een wonder der natuur. De mens kan bier maken in alle smaken, met veel of weinig alcohol, als het moet zelfs zonder. Het meest elementaire echter, het steeds terugkerende wonder van de kleine levende gistcellen, komt voor rekening van de natuur, die van moutsuikers alcohol en koolzuur maakt. Dat wonder moet ook de mens in de slotjaren van de twintigste eeuw, bezig het heelal te veroveren, aan de natuur overlaten, aan de kleine gistcellen. Het is een grote stap van het begin van de menselijke beschaving, zo'n vijfduizend jaar geleden naar nu. Van Mesopotamië en het oude Egypte, daar waar in de verzengende hitte het eerste bier gebrouwen werd, naar het Europa van nu.

In de Sumerische beschaving vinden we de eerste verwijzingen naar bier: kleitabletten met spijkerschrift van meer dan zesduizend jaar oud. Maar waarschijnlijk bestaat bier dan al heel lang. Men denkt dat de geschiedenis van het bier teruggaat tot het neolitische tijdperk, toen de eerste mensen gaan oogstten en opgesloegen voor later gebruik. Doordat het graan gekookt werd en in water gistte, ontstond een voedzaam, dorstlessend drankje dat lang bewaard kon worden. Men noemde het 'vloeibaar brood', omdat het onlosmakelijk verbonden was met graan. De drank die de Sumeriërs tussen de Tiger en de Eufraat (nu Irak) drinken, wordt sikaru genoemd en is al een aardig complex produkt: er zijn al bijna twintig variëteiten. Bier wordt gebruikt om ziekten te genezen, om tempelsbouwers te betalen en om aan de goden te offeren: in het Britisch Museum in Londen liggen twee gegraveerde stenen van minstens vijfduizend jaar oud (het 'Blau-monument'), waarop bier geofferd wordt aan de godin Nin-Harra. Uit het Babylonische rijk, dat het Sumerische opvolgde, hebben we waardevolle aanwijzingen over de belangrijke speciale rol van bier, vooral in de beroemde Code van Koning Hammourabi, de oprichter van het Babylonische rijk (ca. 1730 v.Chr.): in een artikel wordt de straf bepaald voor brouwers die zich niet aan de wet houden. Ze kunnen zelfs in hun eigen bier verdronken worden wanneer het als ongeschikt voor consumptie wordt beschouwd. En een priesteres die betrapt wordt in een bierhuis, riskeert de doodstraf! In deze tijd heeft de brouwer een belangrijke sociale positie; hij krijgt zelfs vrijstelling van de dienstplicht - maar wel op voorwaarde dat hij campagne voerende legers van 'bierbroden' voorziet. Deze term verwijst naar het produktieproces uit die tijd, dat Egyptenaren tot in detail beschreven hebben op papyrus en op de fresco's van hun monumenten. Gemoute grannen (gerst, gierst) werden grof gemalen in meel en van het geheel werd een soort brood gekneed en gebakken in de oven, waardoor het bewaard en vervoerd kon worden. Om het echte bier te maken, werden de broden in water verkruimeld; dit mengsel liet men een paar dagen gisten. Het resultaat leek natuurlijk in de verste verte niet op heldere, schuimende bieren die wij kennen: het was troebel en donker en er dreven stukjes in. Met Isis, de godin van het graan, en Oris de god van de brouwers, geven de Egyptenaren blijk van een echte biercultus. Bier was vanaf de eerste dynastie (3300 v.Chr.) al een onmisbaar element bij ceremonieën ter herinnering aan de doden. "Ik ontvang de offers van mijn altaren, ik drink kruiken bier bij het vallen van de nacht, in mijn waardigheid van Meester", zo drukt de god Atoum het uit in zijn Boek der doden. En in het Boek der dromen staat dat een gedachte aan bier tijdens de slaap een gunstig voorteken is. De Egyptenaren kenden verschillende soorten bier onder de naam zythum: de helderste is voor de armen en de dranken die met gember, dadels of honing op smaak zijn gebracht, zijn voor de hoogwaardigheidsbekleders. Zoals de papyrus van Elbers aantoont, is bier een essentieel geneesmiddel, vooral op dermatologisch en ooheelkundig gebied. Later wordt het oude stadje Péluse (vlak bij het tegenwoordige Port Said) een belangerijke brouwersstad, van waaruit bieren naar het hele Middellandse-Zeegebied geëxporteerd worden. In diezelfde tijd , meer dan vierduizend jaar geleden, kennen de Chinezen ook al bier. Technisch gesproken zijn zij al heel wat verder dan de beschavingen rondom de Middellandse Zee. In hun eerste teksten komen we de term tsiou tegen als een heldere, gegiste drank waar men dronken van wordt. In principe is deze drank voorbehouden aan offers aan de voorouders. Misbruik met dronkenschap als gevolg wordt zwaar gestraft, mogelijk met de dood.

.

Bierbrouwen bekeken vanuit de rol van de vrouw
"Bierbrouwen is een eeuwenoud beroep. Al 3000 jaar voor Christus was dit typisch vrouwenwerk en heeft een lange traditie. Bier werd gebrouwen voor eigen gebruik en voor de verkoop. Daar kon je van leven. En het was gezond, van water werd je ziek. Zeker in Delft; rond 1500 waren hier wel zo'n 140 bierbrouwerijen. Delft was een beroemde bierstad. Wij deden goede zaken. We produceerden wel 100.000 vaten per jaar. Gewaardeerd om de ervaring, vakvrouwschap en het inzicht in de chemische processen van het brouwen. Tot ongeveer 500 jaar geleden het 'noodlot' toesloeg. Mannen wilden er wat mee verdienen. Maar in plaats van samen te werken met ons, maakten zij er een mannenzaak van. Zij richtten Gilden op. Deze Gilden gaven alleen vergunningen aan 'gildenbroeders'. Vrouwen konden geen lid worden van het Brouwersgilde en zo werd ons werk illegaal gemaakt. Aanvankelijk hadden de heren brouwers het vak nog niet in de vingers. Er ging dus heel wat mis. Voor het bierbrouwen heb je toch wel echte kennis nodig. Voor hun onkunde gaven ze ons brouwsters de schuld. Zij beschuldigden ons van zwarte magie en hekserij en stelden ons in een kwaad daglicht. Langzaam maar zeker werd het ambacht bierbrouwen een mannenzaak. Toen een patroonheilige werd aangenomen en door de kerk de zegen aan het Brouwersgilde werd gegeven was het voor mij echt afgelopen. Alleen door een bierbrouwer die lid was van het Brouwersgilde te trouwen, kon ik als meewerkend familielid nog mijn vak blijven uitoefenen. Het was bitter, maar de enige mogelijkheid die ik had om niet te vervallen in armoede of prostitutie." ... verteld door een vrouwelijke bierbrouwer ... (Bron: http://www.junia.nl)

bierbrouwster vrouwelijke bierbrouwer uit het oude Egypte ca. 2500 v Chr

Nederland

© 1933 The Brewer's Society

De Nederlandse vertaling van deze spreuk werd gebruikt door het CBK om na de Tweede Wereldoorlog het vertrouwen in de kwaliteit van het Nederlandse bier weer te herstellen: "Het bier is weer best".

Links

 


© Cambrinus.nl Alle rechten voorbehouden.