Biersoorten

Never, ever order just beer.
(Michael Jackson)

Daar er bijna geen wettelijke definities van biersoorten bestaan is het classificeren van bieren per soort zeer moeilijk en altijd voor veel discussie vatbaar. Zelfs de meest eenvoudige onderverdeling in bieren van lage gisting, spontane gisting en hoge gisting is moeilijk: er bestaan namelijk bieren verkregen door een combinatie van verschillende soorten gisting. In feite kunnen alle voorkomende biersoorten worden afgeleid uit de soorten van 3 landen: Groot-Brittanië, Duitsland en België. De bieren in de rest van de wereld zijn varianten daarop. Daarnaast bestaan in sommige landen nog bieren die niet onder een van deze soorten is thuis te brengen, dit is met name het geval in België. 

Allereerst volgt echter de wijze waarop bieren kunnen worden beschreven. Daarna volgt een indeling en overzicht van de biersoorten, waarbij elke biersoort kort wordt toegelicht.

Soms worden bij een biersoort een aantal voorbeelden gegeven. 

Zie ook:
PINTnieuws 6, blz. 3-4              Biertypen 1 
PINTnieuws 7, blz. 5-6              Biertypen 2 
PINTnieuws 46, blz. 10-12        Nieuwe speciale bieren? -3- 
PINTnieuws 78, blz. 14-15        (Speciaal)bier in de lift

Groot Brittanië, een toelichting

In 1971 werd in Groot-Brittanië de biervereniging CAMRA opgericht om het Britse traditionele bier, de real ale (cask conditioned beer/traditional draught beer) te beschermen. De tegenwoordige doelstellingen zijn echter veel breder: CAMRA heeft ook oog voor de goede traditionele bieren uit andere landen. Real ale is een ale, d.w.z. een biersoort van hoge gisting. Natuurlijk/ambachtelijk gebrouwen, filtratie en pasteurisatie, met nagisting op vat. De meeste real ales worden afgevuld in een cask (houten vat), slechts enkele erkende real ales worden op fles afgevuld. De meerderheid van de bieren op fles is dus geen real ale. Aan real ale wordt nooit koolzuur toegevoegd: de natuurlijke gasvorming van het bier moet genoeg zijn om 't levend te houden. Het bier wordt meestal mechanisch getapt (zonder druk en koeling) - met de handpomp - of soms direct uit 't vat in 't glas. Real ale is een levend, zich constant ontwikkelend produkt. Het ontwikkelt zich geleidelijk tot 't zijn volle smaak bereikt heeft en zal op den duur weer vervlakken. Vandaar dat het zo belangrijk is dat de pubs ervoor zorgen dat de real ale zo snel mogelijk wordt verkocht. Een vat real ale dient bij voorkeur binnen twee dagen leeg te zijn. Dit alles in tegenstelling tot keg beer: gekoeld, gefiltreerd, gepasteuriseerd en geïnjecteerd met kunstmatige CO_2. Deze processen garanderen weliswaar de stabiliteit van 't bier en een lange levensduur, maar ze doen veel af aan de smaak. Volgen een oud rijmpje bestond het Engelse ale al lang voor de introductie van 'beer', waarvoor hop nodig was: " Turkeys, heresy, hops, and beer all came to England in one year" (1066). Voor de introductie van hop werd ale geconserveerd met andere ingrediënten, zoals alecost.

Soorten die een bepaald type bier omschrijven

 

Soorten die een bepaalde gelegenheid aanduiden

 

Soorten die toevoegsels aanduiden

 

Soorten die een bepaald type bier omschrijven

Alcoholvrij - Alcoholarm - Malt

Een 'zuiplap' is niet noodzakelijk een 'zatlap' !

Alcoholpercentage: <0.1
Kleur: helder goudgeel
Smaak: wat leger en zoeter dan pils
Soort gisting: lage 
Schenktemperatuur: 6-8oC
Aanbevolen glas: flute
Houdbaarheid: 6 maanden

Ale

Dit zijn bieren geïnspireerd op het van Engeland afkomstige ale-type (zoetige smaak met bittere nasmaak). Al te gauw worden echter de lichte bieren van hoge gisting, die men dikwijls als alternatief van pils aanbiedt, geklasseerd onder het ale-type. Ale is eigenlijk de verzamelnaam voor de in Engelse stijl gebrouwen bieren. Tot begin 15e eeuw brouwden de Engelsen bier met allerlei kruiden....behalve hop. Het resultaat werd dan ook geen bier genoemd maar ale. Het waren de Nederlanders die in Engeland de hopteelt en het met hop gebrouwen bier introduceerden. De Engelsen waren daar aanvankelijk niet zo van gecharmeerd. De teelt en het gebruik van hop werden zelfs even verboden. Gaandeweg kreeg men echter de smaak te pakken. Beer en ale werden zo synoniemen voor met hop gebrouwen bier. In Engeland is het een erg populaire biersoort en wordt vaak gedronken met 'lime'. De naam "Ale" komt waarschijnlijk uit een meer oude vorm van het Germaans. We komen het bv. ook in de Scandinavische landen tegen (zoals aul (Vikingen) en öl (Denemarken). In veel landen is ale (nog steeds) de algemene naam voor wat wij hier in zijn algemeenheid bier noemen. Doordat deze naam zo algemeen was, is hij waarschijnlijk langzamerhand geëvolueerd tot de naam voor een meest algemeen biertype, dat zich onderscheidt van het pils: een bovengistend, amberkleurig bier, dat in sterkte wel ongeveer overeenkomt met het pils. De termen ale en  beer worden in Engeland door elkaar heen gebruikt voor bier. (De term  lager wordt gebruikt voor pilsener.) Oorspronkelijk bedoelde men met ale de Engelse bieren die tot in de 16e eeuw zonder hop werden gebrouwen. In de 15e eeuw bier gebrouwen met hop (bierè genaamd) uit Vlaanderen geïmporteerd Beer sloeg op brouwsels die door geïmmigreerde Vlaamse hoppenbrouwers van zondig en verderfelijk hopkruid werden voorzien. Het duurde echter nog wel enkele eeuwen voordat de conservatieve Engelsen en masse overgingen op beer. Ale staat nu nog voor goed en bij voorkeur traditioneel gebrouwen bier. Vaak geeft met een voorvoegsel aan waar het bier vandaan komt, zoals bv. Scottish Ale of London Ale.

Alcoholpercentage:        5% 
Kleur:                            amber 
Smaak:                          soms iets zoet en dikwijls een bitterige nasmaak 
Soort gisting:               hoge 
Schenktemperatuur:        o
Aanbevolen glas:   

Belgische Ale - Amber Ale - Amber

Het Belgische Ale komt in grote lijnen overeen met het Britse Pale Ale, zij het dat de Belgische Ales minder hoppig zijn. In België zijn de voorbeelden, die ook in Nederland uitermate geliefd zijn, Palm en De Koninck. 

Alcoholpercentage:             5% 
Kleur:                                 amber 
Smaak:                               licht moutig tot licht bitter 
Soort gisting:                    hoge (gefilterd)
Schenktemperatuur:            o
Aanbevolen glas:   

Best Bitter - (Extra) Strong Bitter

Best Bitter vertoont heel veel overeenkomst met de gewone bitter, maar is wat zwaarder en voller/sterker van smaak. Sommige brouwerijen vergroten de bitterheid van dit bier ook enigszins. Tegenwoordig worden echter ook gewone bitters 'best bitter' genoemd door de bierproducenten, hetgeen tot verwarring leidt. 

Alcoholpercentage:             rond 6% (soms: 3.5% of 4.5%) 
Kleur:                                 middel koperkleurig 
Smaak:                               als gewoon bitter, maar wat voller en meestal wat bitterder 
Soort gisting:                    hoge 
Schenktemperatuur:            10-12o
Aanbevolen glas:                 bierpul of Engels glas

Bitter - Bitter Ale

Van oorsprong is dit bier een tapbier, dat onder natuurlijke koolzuurdruk (dus geen koolzuur uit een cylinder toevoegen) wordt getapt, eventueel zelfs opgepompt als het vat in de kelder staat. De bitterheid is wat groter dan die van de Pale Ale, zoals het bier in zijn totaliteit wat voller en zwaarder is. Wordt tegenwoordig ook vrij veel op fles verkocht. Gebottelde bitters worden gepasteuriseerd of er wordt ascorbinezuur (anti-oxidant) aan toegevoegd, waardoor het karakter van de versgetapte Bitter verregaand wordt afgebroken. Het Bitter en Best Bitter zijn nog steeds sterk verspreid in Groot-Britannië. De Engelsen waren nl. na de introduktie van hop door de Nederlanders er zozeer aan gehecht geraakt dat hun belangrijkste biersoort, Bitter, er direct de naam en smaak aan ontleent. Alleen bij een wat lager alcoholpercentage komt de hopbitterheid van een echte Bitter goed tot zijn recht, aldus Jackson. 

Alcoholpercentage:            3.5-5.5% 
Kleur:                                koper 
Smaak:                              sterke bitterheid, gecompenseerd met moutsmaak; zacht; varierend van droog en                                          hoppig, tot zoet (in Schotland) 
Soort gisting:                      hoge 
Schenktemperatuur:           10-12oC (eventueel iets koeler) 
Aanbevolen glas:            Engels pintglas of bierpul

Brown Ale

In deze Engelse biersoort zijn feitelijk twee stijlen te onderscheiden: de zuidelijke die wat minder donker is en zoeter en de noordelijke die donkerder en bitterder is. De zoete smaak kan worden versterkt door het toevoegen van lactose. Brown Ale is de gebottelde versie van het getapte Mild Ale (de donkere versie). 

Alcoholpercentage:             3-4.5% 
Kleur:                                 variërend van donker amber tot bruinzwart (diep koper tot ondoorschijnend bruin) 
Smaak:                               moutig zoet en soms iets bitter vanwege de gebrande mout; matig van body
                              (laag koolzuurgehalte) 
Soort gisting:                    hoge 
Schenktemperatuur:            10-13o
Aanbevolen glas:                 Engels glas

Christmas Ale

Dit is de kerstbier-variant van de Scotch Ale, meestal van vergelijkbare samenstelling maar met een iets hoger alcoholpercentage. Er zijn echter ook Belgische brouwerijen die een Christmas brouwen met een  alcoholpercentage van rond de 6%, wel in dezelfde stijl, maar dus aanmerkelijk minder zwaar. Niet alle Belgische kerstbieren zijn in deze stijl gebrouwen. Zie ook Kerstbier. 

Alcoholpercentage:             7-8.5% 
Kleur:                                 donkerbruin, zeer donker amber 
Smaak:                               volmoutig, vaak ook zeer zoet 
Soort gisting:                    hoge 
Schenktemperatuur:            8-10oC of iets warmer 
Aanbevolen glas:                 scotch glas of ballonglas

Light Ale

Light Ale is het lichtste van een vijftal verwante Britse biersoorten: Pale Ale, Strong Ale, Bitter, Best Bitter en Light Ale. Alle soorten zijn koperkleurig, maar het alcoholpercentage loopt uiteen. De ales zijn flessebieren, de bitters zijn in oorsprong tapbier, maar worden in toenemende mate ook op de fles geleverd. Door het lage alcoholpercentage en het gebruik van (vrijwel) uitsluitend lichtgekleurde moutsoorten is in light ale geen duidelijke moutsmaak te onderkennen en bepaalt vooral hop de smaak. Het gebruik van een goede hopsoort als Goldings is daarom noodzakelijk. De term 'Light' slaat niet op het geringere alcoholpercentage, maar op de kleur.

Alcoholpercentage:             3-4%
Kleur:                             licht
Smaak:                             licht, hoppig bitter
Soort gisting:                     hoge
Schenktemperatuur:           10-13oC
Aanbevolen glas:                Engels pintglas of bierpul

Mild Ale - Mild

Typisch tapbier dat populair is is in de Midlands en Noordwest-Engeland, hoewel het in het grootste deel van het land verkrijgbaar is. Dikwijls donkerbruin met een caramelsmaak, door toevoeging van donkere mout of caramel. Deze versie wordt ook aangeduid met de naam Dark Mild, dit i.t.t. de Light Mild die koperkleurig is. Dark Mild bier vertoont een bepaalde verwantschap met de noordelijke Brown Ale, maar verschilt daarvan in zoverre dat Mild Ale meestal bitterder is en weinig of niet wordt aangezoet. Naar Britse maatstaven is het maar licht gehopt. Milder, zachter en meestal een lager alcoholpercentage dan het Bitter. De Engelse Bitter-drinker noemt het mild minachtend 'dropwater'. Gewoonlijk het goedkoopste ale dat te krijgen is, en daarom was het vroeger ook de drank van de werkman. Mild heeft over de jaren veel populariteit verloren, maar in bepaalde streken van Engeland is het nog steeds populair. in vijftiger jaren sterkere vraag naar Mild, later verdrongen door Bitter en weer later door Lager 

Alcoholpercentage:             2.5-4.5% 
Kleur:                             donkerbruin (vgl. stout) 
Smaak:                             licht moutig met duidelijke hopbitterheid; caramel-zoet 
Soort gisting:                     hoge 
Schenktemperatuur:           10-12oC (kamer- of keldertemperatuur) 
Aanbevolen glas:                pul of Engels glas

Pale Ale (Engelse stijl)

In vergelijking met een bier als Guinness was de gangbare biersoort van Midden-Engeland nogal bleek, of licht van kleur, vandaar dat deze amberkleurige drank de name Pale Ale kreeg. Pale Ale werd voor Engeland wat stout was voor Ierland: de volksdrank. Van oorsprong de gebottelde versie van het Bitter, met een lichte smaakafwijking. Duidelijk verwant aan de Light Ale, echter met een wat hoger alcoholpercentage en iets meer moutsmaak. Deze bieren hebben een typisch hoparoma doordat tijdens de nagisting aromarijke hopsoorten worden toegevoegd (dry hopping). Iets zoeter van smaak dan het Belgische Ale, maar wel ongeveer even zwaar. Pale Ale is zeer populair in Engeland en België. Het wordt gemaakt van donkere mout en het brouwwater moet bij voorkeur hard zijn. De maltoserust is hier ver doorgevoerd, vaak wordt suiker aan de wort toegevoegd ter compensatie van het hogere eiwitgehalte van de donkere mout. Het alcoholpercentage is doorgaans hoger voor de Export Pale Ale.

Alcoholpercentage:             4.5-5.5% (soms: 3% of 7.5%)
Kleur:                             licht tot licht koperkleurig
Smaak:                             hoppig bitter maar ook duidelijk (zoet-)moutig; soms stevig van body
Soort gisting:                     hoge
Schenktemperatuur:           10-13oC
Aanbevolen glas:                Engels pintglas of bierpul

Strong Ale - Burton Pale Ale - India Pale Ale (IPA)

In zijn natuurlijk gerijpte vorm is Pale Ale uit Burton een zeldzame klassieke verschijning. Het is levendig, een beetje zurig met een stevige hopsmaak. De naam India Pale Ale stamt uit de dagen van de grote koloniale handel. Dit type bier werd namelijk voor de Britse troepen in India gebrouwen en moest dus vanwege het langdurige transport en de wisselende temperaturen goed bestand zijn tegen bederf. Vandaar het relatief hoge alcoholpercentage en de hoge hopgift (conserverende werking) voor dit bier. Door de grotere sterkte, vandaar de naam strong ale, komt echter ook de moutsmaak in dit bier goed tot zijn recht. Burton werd door zijn water dat bijzonder geschikt was voor het IPA de brouwhoofdstad van Groot-Brittanië. Veel brouwers verhuisden naar Burton, of voegden mineralen toe aan hun water om het meer op dat van deze stad te doen lijken. Deze heldere bieren zijn de voorlopers van het tegenwoordige bitter, de populairste biersoort onder de ales. Tegenwoordig worden de benamingen Pale Ale en India Pale Ale nogal willekeurig door elkaar gebruikt. 

Alcoholpercentage:             rond 7% (soms: 3.5%, 4.5%, 5.5% of 8.8%) 
Kleur:                             meestal licht koperkleurig 
Smaak:                             goede balans tussen moutigheid en bitterheid, soms wat extra bitterheid 
Soort gisting:                     hoge 
Schenktemperatuur:           10-12o
Aanbevolen glas:                (kleinere) bierpul of 0.5-pint Engels glas

Winter Ale - Old Ale - Strong Ale

Winter Ales zijn meestal wat zwaarder, donkere en zoete seizoensbieren met veel smaak. Over het algemeen zijn de Strong Ales qua kleur en ook wel qua smaak te vergelijken met het dubbelbok.

Alt

Een hooggegist bier waaraan Düsseldorf zijn faam als brouwstad ontleend; de naam alt duidt op de oorspronkelijke brouwmethode. Wordt behalve in de omgeving van Düsseldorf ook in de omgeving van Münster gebrouwen. Met name de Münsterse variant vertoont een iets zurige smaak en is lichter van kleur. In Duitsland wordt alt gebrouwen van 70% lichtmout, 20% münchenermout en 10% kleurmout, met tamelijk hard water (ongeveer 10oD.H.) en twee tot drie hopvariëteiten (hoofdzakelijk Spalt). Door de grote hopgift (30-50 IBU) smaakt het bier uitgesproken bitter-hoppig, maar de mout is toch nog te onderkennen, mede door het gebruik van kleurmout. Soms wordt er ook gebruik gemaakt van tarwemout. Het brouwproces van dit bier vereist vrij zacht water. In het verleden (voor de invoering van het Reinheitsgebot) schijnt het ook te zijn gebrouwen met een toevoeging van rozemarijn. Alt is oppervlakkig verwant aan de Engelse ales en de Nederlandse en Belgische speciaalbieren. Alt is echter ronder van body en zuiverder van smaak door 3 tot 6 weken koude lagering. De Nederlandse altbieren zijn wat lichter van smaak dan de gemiddelde Duitse door een lagere hopgift. (Ook wel: Licht tot tamelijk sterk zoetig-bitterig bier met dikwijls een gebrand of geroosterd aroma. Geïnspireerd op het Duitse alt-type.) 

Alcoholpercentage:             4-5.5% 
Kleur:                             25-38 EBC, (donker) koperkleurig/lichtbruin 
Smaak:                             overwegend hoppig, soms iets zurig, licht caramel, droog in de afdronk                                     aromatische, iets fruitige bitterige-zoete smaak 
Soort gisting:                     hoge 
Schenktemperatuur:           7-10o
Aanbevolen glas:                alt-beker (= cylindervormig hoog glas)

Bière de Garde

Dit Noordfranse bier is de specialiteit van de streek rond Duinkerken. Het doet enigszins denken aan de saisons uit Henegouwen, maar is meestal wat zwaarder. Zowel de kleur als het alcoholpercentage zijn variabel. Ook wordt het wel als lage gistings-bier geproduceerd (zelfs met nof!: Lutèce (5%), van de Parijse brouwerij Lutèce). 

Alcoholpercentage:             5-7.5% 
Kleur:                             licht tot donker amber/koperkleurig 
Smaak:                             droog, overwegend hoppig door gebruik van bittere hopsoorten 
Soort gisting:                     hoge 
Schenktemperatuur:           8-10o
Aanbevolen glas:                pils- of limonadeglas 
Houdbaarheid:                1 jaar (de zwaardere soorten langer)

Blond Hooggegist Pilsener

Een type bier dat veel op pilsener lijkt: goudblonde kleur, alcoholpercentage ca. 5% en relatief neutraal van smaak. In tegenstelling tot de pilseners zijn deze bieren van hoge gisting en zachter van smaak. Deze biersoort is te vergelijken met het Kölsch.

Alcoholpercentage:             4.5-6%
Kleur:                             lichtblond tot goudgeel
Smaak:                             variërend van neutraal tot hoppig bitter
Soort gisting:                     hoge
Schenktemperatuur:           6-8oC
Aanbevolen glas:                voetglas

Een variant-soort is het Zwaar Blond Hooggegist Bier, met als voorbeeld het Belgische Duvel.

Bokbier

"Het is er weer."

De oorsprong van bokbier

Over de oorsprong van bokbier doen allerlei smakelijke verhalen de ronde. Dat het met recht een geestrijk vocht mag heten is dus wel zeker. Een verhaal over de oorsprong is het volgende. In de 14e eeuw begon men in de sedert 1378 Noordduitse Hanzestad Einbeck, in het vorstendom Grubenhagen, met het brouwen van een bijzonder zwaar, bovengistend bier van het weißtype. Met succes, want al in de 15e eeuw werd het naar verre oorden als Amsterdam, Innsbruck, Stockholm en Sint-Petersburg geëxporteerd. In de daaropvolgende eeuw viel het oog van een van de Einbecker brouwers op een Beiersche schone. Aangezien hij er op stond om op hun bruiloft zijn geliefde bier te schenken vertrok een volle wagen richting München. Nadat de aanvankelijk sceptische Münchenaren de trots van Einbeck hadden geproefd was er volop begrip voor zijn standpunt. Reden voor een plaatselijke brouwerij om de man in dienst te nemen en hem het brouwen van dit smakelijke bier voort te laten zetten, waarop het bier aan een verdere opmars begon. De naam van het bier veranderde echter onder invloed van het Beiersch dialect: 'Einbecker Bier' werd via 'Ainpöckisch Bier' en 'ainpökisch' uiteindelijke 'ein Bock'. Het betrof hier een lichte bock, beter bekend als meibok. De lichtgekleurse versie is dus de oorspronkelijke, maar de donkere is thans aanmerkelijk populairder. Sinds jaar en dag wordt bokbier ook buiten Duitsland gebrouwen, zij het vaak op geheel eigen wijze.

Bokbier in Nederland

Zie wetgeving voor de definitie van bokbier in de Nederlandse wetgeving. 

Afzetontwikkeling Bokbier (Bron CBK) 
1988 : 29.858 hl  
1989 : 28.030 hl 
1990 : 32.087 hl 
1991 : 37.049 hl 
1992 : 55.752 hl 
1993 : 66.900 hl 
1994 : 79.437 hl 
1995 : 85.168 hl 

De bokbieromzet als percentage van de totale bieromzet steeg van 1.8% in 1991 naar 2.8% in 1992. De verdeling van de markt was in 1992 als volgt: 

  1. Grolsch Bokbier Oogst 1992                        36.5% 
  2. Heineken Tarwebok Premium Quality          25.8%
  3. Brand Dubbelbock Bier                                  4.7%
  4. Amstel Bier Bockbier                                   3.9%
  5. Overig                                                           29.1%

Donkerbok - Najaarsbok - Herfstbok - Winterbok

Het brouwen in het najaar komt voort uit de oude gewoonte om met de pas geoogste zomergerst een zwaar proefbrouwsel - samengesteld uit verschillende soorten mout - te maken, zodat de brouwer wist wat de nieuwe oogst waard was. Vandaar dat het donkerbok  altijd in het najaar verschijnt. Tegenwoordig wordt de kwaliteit van gerst vooraf door laboratoriumanalyses en proefvermoutingen vastgesteld, en is er eigenlijk geen reden meer voor bokbier, hoewel! De gevestigde Nederlandse brouwerijen, verenigd in het CBK, hebben collectief besloten jaarlijks op de eerste maandag van de maand oktober het bokbier-seizoen te openen (in Duitsland worden de traditionele 'Bockbieranstiche' echter pas in november gehouden). De nieuwe onafhankelijk opererende brouwerijen laten zich echter niet door deze (buiten hun om genomen) afspraak binden. In 1980 was de onderlinge afspraak nog om de bokbieren rond 6 december uit te brengen, maar ook toen hield niet iedereen zich daaraan. Het bokbier wordt op soortgelijke wijze gebrouwen als het Münchener. De Nederlandse brouwers zijn het over de smaak en het karakter van het bokbier niet met elkaar eens. Sommige bokbieren zijn uitgesproken zoet, andere zijn iets zurig (Raaf), weer andere hebben een caramelbittere smaak. Sommige brouwers van kleine brouwerijen voegen zelfs kruiden (koreander) toe aan het brouwsel. Over het algemeen kan men echter wel zeggen: laaggegist bokbier is een robijnrood en hooggegist bokbier is een donkerbruin brouwsel; beide soorten hebben een alcoholpercentage van rond de 6.5%. Meestal worden drie soorten mout gebruikt. De caramel- en kleurmout geven het bier daarbij ook zijn mooie kleur en zorgen voor de lichtzoete afdronk. Variaties in de hop- en gerstkwaliteit, basisreceptuur en gistingsomstandigheden zorgen ervoor dat de bokbieren ieder jaar anders kunnen zijn. Er zijn goede en slechte bokbierjaren (net zoals bij wijn)! De grote brouwers proberen door verschillende brouwsels te mengen en ander kunst- en vliegwerk een wat constanter produkt te leveren. Verder zijn er, ondanks alle goede zorgen, iedere jaar toch weer bokbieren, vooral van kleine brouwerijen, die hetzij niet vrij zijn van infecties of zijn aangetast door andere brouwfouten. In Duitsland is er sprake van Weizen Bock en Donker Bock. Donker Bock is vergelijkbaar met onze najaarsbok, alleen is Donker Bock gemiddeld genomen iets zwaarder en het gehele jaar door verkrijgbaar.

Alcoholpercentage:             6-7% begin SG t/m 1059
Kleur:                             donker koperkleurig tot donkerbruin; diep roodbruin (min. 40 EBC)
Smaak:                             bitter-zoetig, zacht caramelmoutig, soms iets branderig
Soort gisting:                     hoge/lage (oorspronkelijk hoge)
Schenktemperatuur:           10-12oC
Aanbevolen glas:                bokaal of ballonglas

Dubbelbok - Doppelbock

Extra zwaar, laaggegist bier, voor het eerst gebrouwen door Italiaanse monniken in Beieren onder de naam Salvator. In Duitsland zijn er op zijn minst 200 voorbeelden van. Gewoontegetrouw eindigen de merknamen op -ator. Het stamwortgehalte mag niet minder zijn dan 18oP. Soms wordt 28oP bereikt (EKU Kulminator). Alcoholpercentage: 7.5-13.0% (in het verleden werden er echter ook bieren verkocht onder de naam Salvator, met slechts een alcoholpercentage van ca. 4% (1853)). Schenken op kamertemperatuur of lichtgekoeld. Bokbieren met een stamwortgehalte hoger dan 18oP; 'gewone' bokbieren hebben een stamwortgehalte hoger dan 15.5oP. Dubbelbok: begin SG 1060 t/m 1080, kleur min. 40 EBC

Meibok - Voorjaarsbok - Lentebok - Zomerbok - Lichtbok - Paasbok

Meibok, onder diverse namen verkocht, is een seizoensbier alleen verkrijgbaar in de maanden april, mei en juni. Volgens afspraak worden de meibokken op de eerste maandag van april op de markt gebracht (in 1993 gold nog de derde maandag!). Echter door de veelheid aan verschillende namen kan iedereen zich hieraan simpel onttrekken door te stellen dat het geen meibok is. De Nederlandse meibokken lopen nogal uiteen qua smaak.

Lijkt sinds 1992 met de introductie van Grolsch Meibok Lentebier definitief doorgebroken te zijn; daarmee heeft Nederland een tweede seizoens-specialiteit. De middelgrote brouwerijen als Lindeboom (1980), Kroon (1989) en Arcen (1983), en de meeste kleine brouwerijen hadden al eerder een meibok.

In vroeger tijden was de meibok het laatste brouwsel voor de traditionele zomerstop. Het gebrouwde bier werd extra zwaar gemaakt met een hoger alcoholpercentage dan het gewone pils om de warme zomer te doorstaan. De alcohol werd als bewaarmiddel gebruikt: een sterk bier is tijdens warm weer nl. minder gevoelig voor bederf (door wilde gisten en andere besmettingen) dan een licht bier.

Men kende nog geen koelmachines, en de brouwsels werden vaak in de open lucht gekoeld. Inmiddels was 'bok' een synoniem geworden voor sterk bier; de verkoop van dit bier startte in mei, dus: meibok.

In de 13e eeuw werd in Nedersaksen een speciaal bier gebrouwen van de eerste gerstoogst in september. In mei van het jaar daarop was het klaar voor consumptie. Vandaar de naam Meibock. Veruit de meeste Duitse (mei)bokbieren zijn van lage gisting.

In Duitsland kent men van de meibok ook Doppel- en Eisbockvarianten. Soms verhoogt men bij meibok de hopgift om een betere balans te krijgen tussen mout- en hopsmaak.

Alcoholpercentage:             6.5-7% (of meer: doppel- en eisbockvariant); begin SG 1060 t/m 1080
Kleur:                             donkerblond/amber tot lichtkleurig, max. 30 EBC
Smaak:                             overwegend moutig, soms ook iets bitter, iets zoetig
Soort gisting:                     hoge/lage (oorspronkelijk hoge)
Schenktemperatuur:           10-12oC
Aanbevolen glas:                bokaal of kelkglas

Wat is nu het verschil tussen een meibok en een najaarsbok? De sterkte van beide bokbieren ontloopt elkaar niet veel. Het grote verschil is echter, dat voor een meibok minder donkere (gebrande) moutsoorten worden toegevoegd, zodat de kleur lichter blijft. Het najaarsbokbier heeft meer donkere mout, zodat de kleur donkerder is. Door deze donkerder mout kan ook een caramelbittere smaak ontstaan. Dat is de reden dat veel najaarsbokken (deels) worden bijgekleurd met bruine kandij in plaats van met kleurmout, omdat de brouwers menen dat de caramelmout-smaak niet zo bevalt bij het grote publiek.

Eisbock

Om de meibok niet de zware smaak van mout te geven werd later een ijsbok ontwikkeld. Een normaal bier werd in die tijd in tanks gelagerd en de kelder werd volgegooid met ijsschotsen. Hierdoor bevroor het water uit het bier op de tankwand. Het alcoholpercentage steeg en de kleur werd iets donkerder. Dit zogenaamde Eisbock was destijds de zuiverste meibok. De allerzwaarste Dubbelbock noemt men soms ook wel Eisbock, omdat ze meestal zeer koel wordt gedronken. Drinktemperatuur rond 5oC.

Tarwebock - Weizenbock

Een kruising tussen de tarwebieren en de bockbieren, die zowel in lichtgekleurde als donkergekleurde varianten voorkomt. Ook zwaardere weizendoppelbock-varianten zijn bekend, zowel in lichte als donkere kleur. Kenmerkend voor al deze bieren is de voor de sterkte zeer lage hopgift, waardoor de moutsmaak zich mengt met de tarwesmaak en waarbij de hopbitterheid een minder uitgesproken rol speelt. Door de gebruikte gist kan de smaak ook iets naar de zure kant trekken. min. 20% tarwe

Alcoholpercentage: vanaf 7%, SG t/m 1059
Kleur: min. 30 EBC
Smaak: moutig, iets zurig, meestal weinig gehopt
Soort gisting: hoge/lage (oorspronkelijk hoge)
Schenktemperatuur: 10-12oC of iets koeler
Aanbevolen glas: slank kelkglas, voor lichtgekleurde: weizenglas

Clear Beer

Kraanwaterheldere doorzichtige bieren.

Alcoholpercentage: ca.4.7.

Cream Ale

Ondanks beweringen omtrent een Ierse herkomst een uitgesproken Amerikaanse biersoort. Het bekendste merk bestaat uit een mengsel van boven- en ondergegist bier.

Dieetpils - Diät Pils

Bier met een laag koolzuurgehalte voor diabetici. Geen dieet waar men van afvalt, hoewel veel bierliefhebbers in die mening verkeren. Licht hoppig-bittere smaak. Liefhebbers van zeer droog bier waarderen dieetbieren louter vanwege de smaak zonder dat ze verder belangstelling koesteren voor de gezondheidsaspecten. Diabetes-bier bevat wel alcohol, maar geen koolhydraten.

Dortmunder - Dort

Vrijwel gelijktijdig met de uitvinding van het pilsener, werd in Duitsland's grootste bierstad Dortmund een nieuw type ondergistend bier ontwikkeld. Het bevat wat meer alcohol dan pils, is iets donkerder van kleur, wordt gebrouwen met nogal hard, mineraalhoudend water en is minder gehopt dan pils. In Nederland zijn het tamelijk sterke zoetige bieren die weinig gemeen hebben met de Duitse Dortmunders. Bovendien zijn ze vaak sterker: ca. 6.5-7%.

Alcoholpercentage:             5-5.5%
Kleur:                             (donker) goudgeel/blond
Smaak:                             minder gehopt dan pils, waardoor de moutsmaak beter te onderkennen is, iets droog
Soort gisting:                     lage
Schenktemperatuur:           6-8oC (licht gekoeld)
Aanbevolen glas:                pilsglas, pul (slanke modellen)

Dry

Een biertype dat veel op pilsener lijkt. Het heeft echter een iets lager stamwortgehalte. Doordat het verder is uitgegist bevat het nog wel 5% alcohol, maar minder restsuikers, waardoor de smaak wat droger wordt. Het bier bevat verder meer koolzuur, waardoor de sprankelende smaak wordt verkregen. Ook het bittergehalte is lager dan bij pilsener. Populair in Japan en begin jaren '90 in de VS.

Dubbel

Dubbel was oorspronkelijk de aanduiding voor een wat sterker en zwaarder bier verkregen met een dubbele/grotere hoeveelheid grondstoffen. De naam sluit aan bij een oude traditie die nog stamt uit de tijd dat de meeste cafébazen niet konden lezen of schrijven. Toen schreven de brouwers op een vat normaal bier een kruis, op een vat zwaarder bier twee kruizen (dubbel) en op het vat van het zwaarste bier drie kruizen (tripel). Quadrupel is dan een nog zwaarder bier van vier kruizen. Tegenwoordig verstaan we er hooggegiste bruine bieren onder, met een (licht)zoete smaak en een alcoholpercentage tussen de 6 en 7%. De smaak is altijd een combinatie van zoet en bitter nuances. De meeste trappistenbrouwerijen hebben een dubbel in het assortiment. In Nederland hebben de dubbels (en ook de tripels) over het algemeen een wat minder geprononceerde kruidensmaak als in België.

Alcoholpercentage:             6-8% (SG 1065-1074)
Kleur:                             donker koper- of amberkleurig (>40 EBC)
Smaak:                             moutig, iets zoet, meestal met herkenbare koreandersmaak
Soort gisting:                     hoge
Schenktemperatuur:                 kamertemperatuur of iets koeler Aanbevolen glas:                kelkglas, ballonglas of bokaalglas

Enkel - Extra

Het door trappisten gebrouwen bier voor eigen gebruik. Soms buiten de kloostermuren verkrijgbaar. Ook wel Refterbier genaamd.

Alcoholpercentage:             4-5%
Kleur:                             blond/goud
Smaak:                             varieert per trappistenklooster, meestal lichte variant bestaand trappistenbier
Soort gisting:                     hoge met nof
Schenktemperatuur:            oC
Aanbevolen glas:                bokaal

Exports

Exports zijn in België dikwijls iets zachtere en/of lichtere versies van het pilsener. In Duitsland zijn het meestal lichtgekleurde, lichtgehopte, maar iets zwaardere versies van een biersoort. Men heeft van vele biersoorten een normale versie en een export-versie. In Groot-Brittanië heeft men de (strong) export ales, met een alcoholpercentage van ca. 4.5%. In Nederland wordt de term gebruikt voor bieren die bestemd zijn voor export naar het buitenland. Deze zijn meestal ook anders verpakt, b.v. 33cl i.p.v. 30cl.

Faro - Faro Lambic

Normaal is dit zuur bier van spontane gisting (lambic) waaraan gebrande (riet)suiker of kandijsuiker is toegevoegd zodat de vergisting weer op gang komt en het bier een zurig-zoetige smaak krijgt (rijping op kandij). Eventueel worden kruiden toegevoegd. Meestal wordt de faro op vat afgevuld, daar het in flessen slechts 2 tot 4 dagen houdbaar is. Bovendien zou de fles kunnen ontploffen! Faro wordt het meest als tafelbier gedronken. De faro die toch op fles verschijnt bevat dus kunstmatige zoetstoffen. Tegenwoordig is het meestal een mengsel van bier van hoge (donkere lambic verkregen via cultuurgist) en spontane gisting ('oude' lambic) wat resulteert in een zoetig-zoet bier met hier en daar een zurig vleugje. Alcoholpercentage: ca. 3-6%.

Gerstewijn - Barley Wine

Zeer zwaar, hooggegist bier (ale) met een vineus karakter, die meestal gebotteld verkocht worden. De smaak is in het algemeen meer moutig dan hoppig, hoewel er een aanmerkelijke hoeveelheid hop in gebruikt wordt. Door het zeer hoge alcoholpercentage verdwijnt de schuimkraag vrijwel altijd zeer snel. Extreem zware bieren (meer dan 10%) kunnen het beste zeer koel worden gedronken (minder dan 5oC) uit smalle glazen.

Alcoholpercentage:        ca. 10% (SG 1074-1100)
Kleur:                     varieert van blond tot donkerbruin geen kleurbepaling!!
Smaak:                             gebalanceerde mout-hopsmaak, sterk ontwikkeld door het hoge alcoholpercentage
Soort gisting:                     hoge
Schenktemperatuur:           10-12oC
Aanbevolen glas:                niet te groot bourgogneglas

Gueuze - Gueuze-lambic

Gueuze, ook wel Brusselse Champagne genaamd, bestaat normaal gesproken uit 100% lambic en is koperkleurig. De rijpingstijd van gueuze kan oplopen tot 4 jaar en leidt dus tot grote investeringen in de voorraad. Gueuze is het gebottelde mengsel van oude uitvergiste lambic met (verschillende jaargangen) jonge lambic. Deze laatste bevat nog restsuikers, waardoor de gisting doorgaat en er weer koolzuur wordt gevormd. Jonge lambic is ook minder zuur (heel jonge lambic is zelfs zoet), waardoor de gueuze niet zo zuur is als lambic. Afhankelijk van de brouwerij, varieert de smaak van licht zoet tot zuur. Gueuze moet door goed mengen iedere keer hetzelfde uitvallen. Dit mengen is noodzakelijk, omdat geen enkele lambic hetzelfde is door de ontwikkeling in zijn eikenhouten vat. Een tarwesmaak is echter altijd duidelijk aanwezig. Een wijziging van de smaakvoorkeur van de consument naar zoetere bieren leidde echter tot een wijzigend beleid van de brouwers. Meer en meer zien we dan ook de laatste jaren de industriële gueuzes (onder meer van Belle-Vue en St.Louis) opkomen: bier onder de naam gueuze, terwijl maar een klein percentage (soms slechts 5%) lambic is. Het is een gewone praktijk dat brouwers die op grotere schaal gueuze brouwen, hoge gistingsbier zelf brouwen of kopen bij collega-brouwers en gebruiken in plaats van lambic. Anderen zijn door toevoeging van veel suiker en vruchtenextracten nauwelijks nog als gueuze herkenbaar of worden zelfs buiten de Zennevallei gebrouwen (zoals St.Louis te Ingelmunster). De smaak is dan ook niet meer de traditionele zure-bittere smaak, maar neigt eerder naar het zoete. Slechts de zeer kleine lambicbrouwers en vrijwel alle gueuzestekers maken nog echte gueuze. De naam gueuze dekt dan ook zeker niet meer de lading. Dit komt ondermeer door het ontbreken van wettelijke bescherming: de enige bepaling in België is dat gueuze een zuur bier is van spontane  of hoge gisting en gebrouwen moet worden van tenminste 30% tarwe en een dichtheid moet hebben van tenminste 5 Belgische graden. In de periode 1963-1975 bestonden er in België wel wetten, waarin stond wat de eisen waren om een bier gueuze te mogen noemen. De echte traditionele ongefilterde gueuze, zonder zoetstoffen, zonder kleur- en bewaarstoffen, met fond, geproduceerd met uitsluitend lambik staat nu echter op het punt van verdwijnen! Echte (ongefilterde) gueuze, fond-gueuze, mag absoluut niet rechtop worden bewaard en is dan jarenlang houdbaar. Een kalkstreep op de fles zonder etiket gaf in het verleden aan welke kant boven gelegen had i.v.m. de juiste inschenkhouding, omdat het bier ook horizontaal dient te worden ingeschonken. Tegenwoordig moeten echter op alle bierflesjes een etiket, en dus verdwijnen de authentieke gueuzeflessen met kalkstreep.

Alcoholpercentage:             ca. 5%
Kleur:                             koper tot amber (gouden)
Smaak:                             rinsig (zurig-bitterig) tot zeer zuur (pH 3,5); in afdronk variërend van droog tot iets zoet; zeer verfrissend
Soort gisting:                     spontane
Schenktemperatuur:           2-3oC
Aanbevolen glas:

industriele gueuze = gefilterd z.d.d. er geen hergisting meer plaats vind; er wordt extra koolzuur toegevoegd en                                       zoetstof gemillesimeerde gueuze = een gueuze waarvoor lambik uit een jaar gebruikt is loerik = een gueuze die zeer langzaam hergist

Ice Beer/Eisbeer/IJsbier

Een nieuwe manier van bierbrouwen, die in de loop van 1993 doorbrak in Canada, Australië en Nieuw-Zeeland, leidde tot een 'nieuwe' biersoort. Ice Beer rijpt onder een temperatuur van -2oC tot -4oC. Na deze rijping worden de ijskristallen verwijderd; het overgebleven bier heeft daardoor een grotere concentratie alcohol dan gewoon bier en is veel 'schoner' en zachter. Alcoholpercentage:             5.5% Kleur:             Smaak:             Soort gisting:                     lage Schenktemperatuur:           4-6oC Aanbevolen glas:

Kölsch

In 1216 is voor het eerst officieel sprake van Kölsch als een club van hoge heren, een "Bruderschaft", zich het alleenrecht verwerft het bier te brouwen. Het moet dus al daarvoor bekend zijn geweest. De geschiedenis van het Kölsch is een rustige; het is altijd gebrouwen en gedronken. Kölsch heeft in de 19e eeuw en daarna niet te lijden gehad van de opkomst van de laaggegiste doordrinkbieren, zoals Pilsener en Münchener. Kölsch is in feite het lichtgekleurde broertje van het Alt. Het mag onder deze (beschermde) naam uitsluitend worden gebrouwen door 25 brouwerijen in Keulen en directe omgeving. Het is dus een kenmerkend streekbier van het Duitse Keulen. Kölsch wordt in beperkte mate gebotteld; het wordt hoofdzakelijk ongepasteuriseerd en gefilterd getapt van (houten) vat. Naast de koolzuurdrukmethode vind je in veel kroegen nog de aloude tapwijze met het houten vaatje op de toonbank en het simpele kraantje dat in het vaatje wordt geperst en dan gewoon wordt opengedraaid. Kölsch bevat meer koolzuur dan pils, maar is toch een echt doordrinkbier. De grondstoffen zijn algemeen bekend: ongebrande mout, Beierse hop in pellets en de cerevisiae-bovengist. Kölsch wordt nauwelijks geëxporteerd.

Alcoholpercentage:             3.8-5% (mag niet minder zijn dan 11oP)
Kleur:                             lichtblond
Smaak:                             dominant hoppig-bitter; licht van body; verfrissend
Soort gisting:                     hoge
Schenktemperatuur:           8-10oC (keldertemperatuur)
Aanbevolen glas:                "Kölner Stange" (smal cylindervormig glas: 15-20-30cl); altglas

Düssel bier

Een kruising tussen alt en kölsch is het zogenaamde Düssel bier, dat in Düsseldorf nog wordt gebrouwen. Qua kleur houdt dit bier het midden tussen de beide andere bieren. Het water voor deze biersoort mag niet te hard zijn.

Kellerdröves

Kellerdröves is dialect voor "Kölner Trübes", Keuls troebel bier. Ook dit is het ouderwetse ongefilterde bier. Hoppig, dorstlessend en licht verteerbaar.

Wieß

Dit is het Kölsch zoals het vroeger gebrouwen en gedronken werd: ongefilterd, met de gist nog in het flesje. Het is troebel, zuriger en voller van smaak. Drink dit uit het speciale glas in de vorm van een paddestoel, dat veel dikker en zwaarder is dan het gewone Kölsch-glas; de gist moet worden meegeschonken. Vanwege zijn wat bleke kleur (door het gistdroesem) werd het vroeger "Wiesses Bier", Keuls dialect voor "Weisses Bier", genoemd. Dit verbasterde weer verder tot kortweg "Wiess".

Kräusenbier - Zwickelbier

Indien een bier van lage gisting niet gefilterd wordt, wil men in Duitsland nog wel eens de naam Kräusenbier of Zwickelbier bezigen.

Lager (Britse stijl) - Strong Lager Beer

Met name in de Engelstalige landen worden alle laaggegiste bieren met de term lager aangeduid. Het is een algemene term, hoewel de meerderheid een interpretatie van de pilsenerstijl is. In Nederland is lager de in onbruik geraakte term voor bier met een zwak alcoholpercentage. Qua alcoholpercentage zijn de lagers met zo'n 3.5% over het algemeen 2% lichter dan de Nederlandse pilseners. Tot halverwege de jaren zeventig waren de Britten met geen stok aan het lager te krijgen. Na enkele achtereenvolgende hete zomers bleek de biersoort opeens goed te zijn voor 1/5 van de Britse bierconsumptie. Daarna was de opkomst van het lager niet te stuiten. Lager is nu dan ook het meest verkochte bier in Engeland en de grote brouwerijen besteden hun reclamebudgetten dan ook grotendeels aan deze biersoort. De Britse opvatting van lager is gemiddeld wat bitterder dan de Duitse versie. Daarnaast is de smaak wat afgezwakt, zodat het Engelse lager qua stijl redelijk in de buurt komt van de in Engeland gebruikelijke bierstijlen, met name de pale ale - bitter familie. Alcoholpercentage:             ca. 5% Kleur:                             licht goudgeel Smaak:                             bitterig (smakeloos waterig) Soort gisting:                     lage (vroeger hoge) Schenktemperatuur:           8oC Aanbevolen glas:                pilsglas, bierpul

Lager (Duitse stijl)

In Duitsland kent men zowel lichte als donkergekleurde lagerbieren, waarvan echter de lichte veruit de bekendste zijn. Beide soorten worden voorts onderscheiden in twee zwaarteklassen: 12oP en 14oP (export). Lager is veel gemakkelijker te brouwen dan pilsener, omdat een goede pilsener zeer hoge eisen stelt aan het brouwwater, terwijl lager wat dat betreft veel minder gevoelig is. Alcoholpercentage:             5% (export:6-6.5%) Kleur:                             goudgeel; donker lager: zeer donker amber Smaak:                             zoetig of neutraal; donker lager: moutig zoetig Soort gisting:                     lage Schenktemperatuur:           6-8oC Aanbevolen glas:                pilsglas, bierpul

Lambic

Lambic wordt al gedronken sinds de 13e eeuw en is het resultaat van een spontane gisting, die ontstaat door de inwerking van natuurlijke gistcellen op een wort van mout en tarwe. Normaal is het een zeer zuur amberkleurig bier van 100 spontane gisting, dat ongeveer 35-40 tarwemout (of ongemoute tarwe?) bevat naast de gebruikelijke gerstemout. In de zeer zure smaak is dan ook duidelijk tarwe te herkennen. Men gebruikt meestal wat oudere hop, van 1 à 2 jaar oud. Het alcoholpercentage is ruim 5. Er zijn echter ook mengelingen met zoet bier van lage en/of hoge gisting, zodat in deze soort geen duidelijkheid is. Het koelen van de wort bij de bereiding van dit bier gebeurt in grote, open en lage koelbakken waarover de buitenlucht strijkt. Deze lucht is essentieel voor het lambicbrouwen: deze zorgt namelijk voor infectie van de wort door samenspel bacteriën en gist:   Entrobacteriaceae-bacteriën   Kloeckera-gist   Saccharomyces-gist   Pediococci   Brettanomyces Lambicus   Brettanomyces Bruxellensis  Er zijn vier fasen in de hergisting op fles, blijkt uit onderzoeken micro-organismen (Brettanomyces-infectie, of Lactobacillus Bruxelliensis) die de vergisting spontaan op gang brengen. Het brouwen is daarom seizoensgebonden (vanaf oktober tot eind april). Na deze spontane vergisting vindt een jarenlange rijping op eikenhouten vaten plaats. Deze vaten blijven open, waardoor het schuim en koolzuur kan ontsnappen. Lambic bevat dus (bijna) geen koolzuur, is plat. Lambic kan alleen maar gebrouwen worden in de Zennevalei nabij Brussel, wegens de noodzakelijke microbiologie in de lucht. Doordat de micro-organismen in de vallei van plaats tot plaats verschillen, kan iedere brouwer een eigen te onderscheiden produkt op de markt brengen. (Door de ernstige luchtvervuiling van de laatste jaren is niet meer de lucht buiten de brouwerij de invloed, maar juist de lucht binnen de brouwerij!) Na transport de flessen gekelderd twee tot drie weken laten rusten, alvorens ze te consumeren. Liggend bewaren, voor contact bier-kurk, met de krijtstreep naar boven. Voor Pasteur werden alle/vele bieren zo gebrouwen!!!

Alcoholpercentage:             4-5%
Kleur:                             geel tot oker (mistig)
Smaak:                             zeer zuur (afhankelijk van ouderdom) met droge nasmaak, plat (geen koolzuur),                                 zwaartekracht tappen!! rechtstreeks uit vaatje
Soort gisting:                     spontane
Schenktemperatuur:           12-15oC
Aanbevolen glas:                zeer droog glas

Zie ook:
PINTnieuws 16, blz. 5, Lambic
PINTnieuws 84, blz. 19-23, Spottend met alle brouwwetten - alles over lambik, geuze en kriek - deel 1

Eveneens zeer veel gedronken rondom in Brussel zijn de volgende variaties van lambic. De commerciele lambic wordt door veel brouwerijen aangezoet, omdat men anders geen omzet haalt.

Half en half - Panaché

Mengeling van jonge en oude lambic vooraleer het alcoholisatieproces op gang gebracht is en de schuimvorming tot stand gekomen is.

Luierik

De 'gueuze-in-wording'. Na anderhalf jaar vormt zich het schuim en verdwijnt geleidelijk de slijmerigheid van de lambic. Dankt zijn naam aan het weinige schuim en de vaak zeer aangename weinig-bittere smaak.

Marsmeerts - Mjerts

Verkregen door het tweede of derde aftreksel van het lambic-brouwsel. Zeer lichte lambic van ca. 2.5. Vormde in vroeger tijden, tezamen met de oude lambic, faro. Naast deze varianten verscheen in 1992 een nieuwe variant op de markt.

Witte Lambic - Lambic Blanche

Een kruising tussen lambic en witbier. Uitgaande van een spontaan gegiste lambic wordt er met specifieke kruiden (koreander, citroen) een witbier-variant van gemaakt. Sinds 1992 gebrouwen door de Belgische Brouwerij Timmermans. Alcoholpercentage: 3-3.5. Mix van witbier en oude en jonge jenever, dat in café's uitgeschonken wordt in stenen literkruikjes.

Light

Bewuster en gezond leven met minder vet en calorieën was eind jaren '90 'in'. Om aan de vraag van de consument te voldoen werden er velerlei light-produkten ontwikkeld, waaronder bier. Light bieren zijn echte dorstlessers, iets pittiger dan alcoholvrije bieren en bevatten minder calorieën en meestal minder alcohol. Over het algemeen genomen zijn het tamelijk smaakloze bieren. Het brouwproces van de light bieren verschilt van het normale proces door al het zetmeel uit de mout om te zetten in zoveel mogelijk vergistbare suikers (maltose). De maïschmethode is aangepast. Zo vindt het opwarmingsproces tijdens het brouwen 3½ uur in beslag, van 35o naar 76oC. De wort is veel dunner, dus men verkrijgt een bier met relatief weinig alcohol. Light bieren kwam men tot voor kort alleen maar tegen in flesjes, omdat bieren behorend tot categorie II op vaten afgevuld, wel eens voor 'kermisbier' of 'carnavalsbier' door zouden kunnen gaan en dat is volgens art.23 van de Bierverordening verboden. Echter men tapt bij popconcerten steeds vaker light bier, om moeilijkheden te voorkomen. Hiervoor is dus een ontheffing nodig. Light is een modenaam, deze bieren waren namelijk vroeger ook al bekend onder de naam 'licht lager'. Voor deze biersoort is tegenwoordig niet meer weggelegd dan een niche-functie, terwijl het in de VS toch heel populair geweest is.

Alcoholpercentage:             1.2-5.0%
Kleur:                              
Smaak:                             weinig
Soort gisting:                     lage
Schenktemperatuur:           oC
Aanbevolen glas:   

Märzen of Spezial

Voor de uitvinding van de koelmachines werd dit bier in maart gebrouwen en was vanwege het hogere alcoholpercentgae in de zomer beter houdbaar. Het zou kunnen worden beschouwd als een kruising tussen de lichte en de donkere bock met een wat lager alcoholpercentage en een nog wat lagere hopgift. De smaak is dus uitgesproken moutig, waarbij nauwelijks of geen hopsmaak meer te onderscheiden is. Dit bier wordt in Duitsland (Beieren) in maart gebrouwen en tijdens de Oktoberfesten gedronken. Het Oktoberfestbier is meestal langer gelagerd Marzen

Alcoholpercentage:             5.5-6%
Kleur:                             donker amber tot donkerbruin; roodachtig bruin
Smaak:                             moutig met weinig hopsmaak; bitter-zoetig (33ebu; hoppig, i.e. Oldenburgen Marzen)
Soort gisting:                     hoge/lage (oorspronkelijk hoge)
Schenktemperatuur:           10-12oC of wat koeler
Aanbevolen glas:                bierpul

Münchener Braunbier

Münchener ontleent zijn naam aan de ontwikkeling van de stijl in de 2e helft van de 19e eeuw in München. Het bier werd gebrouwen volgens de Beiersche methode (i.e. lage gisting) en er was veel vraag naar, maar het werd later toch verdrongen door het pilsener. Een lange lagertijd geeft Münchener een hoge mate van zuiverheid, Van oorsprong was Münchener donker; tegenwoordig is het licht en heeft weinig onderscheid meer van Dortmunder en pilsener. Vervaardigd uit Münchener mout. Het bier bevat meer dextrines doordat de maltoserust niet tot het uiterste wordt doorgevoerd. De hopdosering is laag en het brouwwater bij voorkeur zacht. In zijn vaderstad zou men het dunkles noemen om het te onderscheiden van het algemene helles. Vele brouwers zijn er namelijk toe overgegaan een veel lichter gekleurde versie te brouwen (= helles). Maar zowel licht- als donkergekleurd Münchener wordt gekenmerkt door zijn moutige smaak. Wat in de VS dark beer ofwel uiterst vaag 'donker bier' wordt genoemd, is meestal in de praktijk Münchener. In Beieren wordt het effect van veel bier drinken vaak getemperd door zo te brouwen dat het bier minder sterk alcoholisch is.

Alcoholpercentage:             4-5.5%
Kleur:                             helder donkerbruin 40 EBC
Smaak:                             moutig, betrekkelijk weinig (aromatisch) gehopt, niet te zoet; vol van body; bitterig; karakter van de op hoge temperatuur afgeëeste mout
Soort gisting:                     lage
Schenktemperatuur:           8-10oC; donker Müchenerbier op keldertemperatuur schenken, licht Münchenerbier iets koelen
Aanbevolen glas:                pilsglas, eventueel bierpul

Oud Bruin - Donker Bier

Oud Bruin is een bier dat vrijwel uitsluitend in Nederland wordt gebrouwen en misschien wel de oudste biersoort is. 'Oud' duidde vroeger op de hoge gisting.Het wordt door vrijwel alle bij het CBK aangesloten brouwerijen gebrouwen, zij het dat alcoholpercentage en mate van zoetheid (veelal kunstmatig gezoet; moet op het etiket worden vermeld) nogal verschillen. Door het lage alcoholpercentage een echte dorstlesser. Door deze versterkende eigenschappen werd dit bier vroeger vaak tijdens de oogst op de akkers gedronken. Werd vroeger vaker gedronken dan tegenwoordig. In Nederland is Oud Bruin wettelijk bepaald als bier dat gezoet en donkergekleurd moet zijn en verder dient het stamwortgehalte van het bier te liggen tussen 7 en 11oP. Dergelijke definities werken het gebruik van kleurstoffen en zoetingsmiddelen in de hand. In Nederland zijn vele Oud Bruinen dan ook kunstmatig gezoet. In België worden soortgelijke bieren meestal 'tafelbier' of 'Faro' genoemd. 

Alcoholpercentage:             meestal 2-3.5% 
Kleur:                             donker amber tot diepbruin 
Smaak:                             zoet tot zeer zoet 
Soort gisting:                     lage 
Schenktemperatuur:           6-8o
Aanbevolen glas:                (slank) pilsglas

Pale Ale (Belgische stijl)

Hoger percentage aan bitterhopsoorten, meestal ook een hoger alcoholpercentage.

Pilsener - Pilsner - Pils

Pilsener is veruit het bekendste en meest verspreide bier. Het werd rond 1840 (1842???) door een aantal brouwers uit Plzen (Bohemen), in het huidige Tsjechië, voor het eerst gebrouwen. De Tsjech Frantisek Ondrey Poupe was een van die brouwers. In 1926 werd het (door Carl Veltins) in Duitsland geïntroduceerd en daarna in Nederland. Men noemde het in ons land aanvankelijk Beiers bier, omdat het van lage gisting was, een proces dat in Beieren was ontwikkeld. Pas later kwam de naam pilsener in zwang. Het brouwwater moet zeer zacht zijn en de maltoserust wordt tot het uiterste doorgevoerd (weinig dextrines). Neutraal van smaak, soms neigend naar bitter en een niet te volle, maar toch duidelijk aromatische hopsmaak. De smaak van de mout, geëest bij 80oC, treedt niet op de voorgrond. Het oorspronkelijke pilsener was tamelijk bitter. Gulpener X-pert en Brand UP hebben veel weg van dat oorspronkelijke pilsener (= Urtyp Pilsener). In Nederland is wettelijk vastgelegd dat het stamwortgehalte tussen de 11oP en 15.5oP moet liggen en dat het bier een lichte kleur moet hebben (maximaal 30 EBC). Een lichtgekleurd licht bier dus!! In België zouden echter tientallen bieren van hoge gisting onder deze definitie vallen. 

Alcoholpercentage:      5% 
Kleur:                          helder goudgeel 
Smaak:                        in Nederland: neutraal, iets zoetig 
Soort gisting:                lage 
Schenktemperatuur:     6-8o
Aanbevolen glas:         flute, bierpul 

Begin jaren '80 had Heineken 50% van de pilsmarkt in handen. In 1994 was dit marktaandeel echter al teruggelopen tot 30%. De merken Heineken en Amstel bestrijken echter samen wel meer dan de helft van de pilsmarkt. 

Zie ook:
PINTnieuws 25, blz. 9-10, Pilsener
PINTnieuws 26, blz. 13, Pilsener

Tsjechische pilseners

In het land van oorsprong zijn de bekendste merken: Pilsner Urquell en Budvar (niet te verwarren met het Amerikaanse Budweiser dat een slappe copie van het Budvar is). Zie Urtyp Pilsener.

Duitse pilseners

In Duitsland zijn twee stijlen te onderscheiden: de Zuidduitse stijl die in de lijn van de Tsjechische pilsoorten wordt gemaakt met zeer aromatische en minder bittere hop (b.v. Saazer) en de Noordduitse stijl, die aanmerkelijk bitterder is en veel minder een aromatische hopsmaak heeft (b.v. met Hallertauer en Tettnang hop). De Duitse pilseners hebben in het algemeen een wat lager alcoholpercentage (4.5-4.8; zie ook Lager - Duitse stijl). In Duitsland kent men ook nog het Hefepils, i.e. pilsener met gist op de fles. Het Nederlandse pilsener is een zwakke afspiegeling van zijn Duitse equivalent. In de eerste plaats worden in Nederland (vrijwel) geen pilseners bereid waarin als graan uitsluitend mout wordt gebruikt. Vrijwel alle Nederlandse pilseners bevatten (vroeger) ongeveer 20 maïs en/of rijst. Iets goedkopere grondstoffen die bovendien het grote voordeel hebben dat het bier lichter verteerbaar wordt, zodat de gebruiker gemakkelijker wat meer drinkt. Voor de producent een voordeel, maar voor de consument zeker niet (?). Ten opzichte van de Duitse pilseners zijn de Nederlandse ook minder zwaar gehopt.

Belgische pilseners

In België zijn de pilseners in het algemeen wat zwaarder dan in Nederland; alcoholpercentage: 5.1-5.2% .

Belgische ongefilterde pilseners

Primus Haacht met gist. Ongefilterd en ongepasteuriseerd!!

Overige buitenlandse pilseners

China: 3.7, lichte smaak Japan: 4.8%, toevoeging rijst

Porter

De eerste bieren die op commerciële basis werden gebrouwen in Groot-Brittanië waren porters, een zeer-donkere biersoort die aan het begin van de 18e eeuw ontstond in Londen. Later werden de porters (en stouts) geëxporteerd naar de Baltische staten, de Amerikaanse kolonies en Ierland. Tot in de 18e eeuw mixte de Engelsman, vaak zonder veel terughoudendheid, 3 of 4 biertypen tot een smaakje dat in de verte geleek op het nu alom bekende bittere Ierse Guinness Extra Stout. De Londense brouwer Harwood bracht in 1722 een bier op de markt, dat volgens hem de geneugten van de mixture behelsde. Hij noemde zijn drank 'ENTIRE'. In de loop der tijd raakte het bier bekend onder de naam Porter. De kruiers op de Londense stations/markten, i.e. de porters, vertoonden een grote voorkeur voor deze biersoort, en gaven het bier geleidelijk zijn bijnaam. Een andere verklaring voor de naam Porter is te vinden in het verhaal, dat Harrod's bierbezorger (= porter) de gewoonte had zijn komst aan te geven met de uitroep: "Here is the porter". Porter was indertijd buitengewoon bitter. Er werd bij het brouwen gebruik gemaakt van verschillende mouten, soms gebrand, en van zeer veel hop. Het bier was goed gegist, donker en dik en perfect geschikt om gebruik te maken van het Londense water. Ruim 10 jaar later werd Porter al in ongeveer 30 kleine Dublinse brouwerijtjes gebrouwen, maar de echte doorbraak kwam pas, toen Arthur Guinness in 1759 een brouwerij overnam en er Porter begon te brouwen. Vanaf 1800 brouwde men slechts Porter, totdat een sterkere versie als Extra Stout de markt veroverde. Aanvankelijk stond de term Extra voor een hoger alcoholpercentage, maar nu is dat overgegaan op de dichtheid en kleur. Vanaf ongeveer 1970 wordt bij Guinness geen Porter meer gebrouwen. Porter werd in populariteit echter al snel voorbij gestreefd door het India Pale Ale (IPA), en is inmiddels nagenoeg verdwenen. De sterkere versie van Porter, Stout, is echter nog steeds populair. 

Alcoholpercentage:          ca. 5% 
Kleur:                              donker 
Smaak:                            bitter 
Soort gisting:                    hoge/lage 
Schenktemperatuur:         o
Aanbevolen glas:   

Zie ook:
PINTnieuws 22, blz. 7-10      Porter (1)
PINTnieuws 23, blz. 7-10      Porter (2)
PINTnieuws 24, blz. 7-10      Porter (3)

Rauchbier

Rauchbier is een typisch Duitse biersoort, die zijn oorsprong vindt in Bamberg. 

Zie ook: PINTnieuws 28, blz. 9-10      Rauchbier

Scotch - Scotch Ale

Scotch is een zeer donker, romig bier met een hoog alcoholgehalte. Een nauwe verwant is Christmas Ale, dat in december verkocht wordt en gewoonlijk een iets hogere dichtheid heeft. Importeur-bottelaar John Martin uit Antwerpen startte in de jaren '20 en '30 met de invoer van Schots bier en sindsdien is deze biersoort een belangrijk onderdeel geworden van het drinkpatroon van de Belgische bierdrinkers. In die tijd is het oorspronkelijke zware Schotse bier achteruitgegaan en is de benaming Scotch Ale in het land van oorsprong in onbruik geraakt. Belgische brouwers zoeten het bier vaak veel sterker aan dan hun Schotse collega's, die het grotendeels produceren voor export naar België. Het bier doet enigszins denken aan Dubbel, maar dan zonder de geprononceerde kruidensmaak en vaak veel zoeter (en sterker).

Alcoholpercentage:             6.5-9% 
Kleur:                              bruin tot donkerbruin (> 40 EBC) 
Smaak:                              volmoutig, licht zoete tot zoete caramelachtige smaak, licht bitter 
Soort gisting:                hoge 
Schenktemperatuur:           rond 10o
Aanbevolen glas:                    scotch-glas (distel) of ballon

Sjoes

Sjoes is een melange van twee klassieke biersoorten: pilsener en oud bruin. Het is een typische compositie, die eigenlijk alleen in Limburg en een klein stukje Brabant al decennia lang een begrip is. De naam Sjoes komt van het Duitse Schuß wat schot of scheut betekent. Andere namen voor Sjoes zijn: 'Halfom' (half pils - half oud bruin) en 'Vlammetje' (bij gebruik van maar weinig oud bruin).

Steambeer / Steam

Een typisch Amerikaanse brouwstijl. De speciale brouwmethode werd aan het eind van de 19e eeuw aan de Westkust van de V.S. (Californië) ontwikkeld. Men had namelijk niet de beschikking over ijs benodigd voor de koeling van lagerbier. Daarom besloot men tot de nieuwe brouwmethode. Kenmerkend voor deze brouwmethode is het werken met lagergist in combinatie met hoge gisting in ondiepe vaten. Steam refereert naar de sterke koolzuurdruk van 50 tot 60 'pounds per square inch', veroorzaakt door kräusening. Steambeer is geen echt speciaalbier, maar werd bij de introductie beter bevonden dan de sterk gehopte, bittere en troebele ales ([baro72], blz.207).

Stout

De Nederlandse stouts zijn tamelijk zwaar en hebben een licht bittere en licht zoete smaak. Ze komen veel meer overeen met de voormalige Porter-bieren, die een aanmerkelijk lagere hopgift ontvingen. Stout kan echter zowel licht als sterk/zwaar zijn. Eeuwen geleden brouwde men al stout in Nederland. De Britse stouts zijn zoeter en minder bitter dan de Ierse stouts en hebben een alcoholpercentage van ca. 4.5. In België gebruikt men soms, ten onrechte, de term stout voor pilseners die zijn aangekleurd met donkere mout of caramel.

Fruitstout

Stout gebrouwen met fruit, bijv. frambozen.

Ierse Stout

De ontdekking in de 18e eeuw van geroosterd mout als smaakmaker was o.a. de oorzaak van het ontstaan van stout. De geroosterde zwarte mout is verantwoordelijk voor zowel de kleur als de smaak. Overigens hoeft maar een klein gedeelte van de benodigde mout geroosterd te worden, de rest ondergaat de gebruikelijke behandeling tot donkere mout. Soms wordt ook wat ongemoute geroosterde gerst en/of caramelmout als grondstof gebruikt. Deze biersoort is voortgekomen uit een vroeger in Engeland zeer populair bovengistend biertype, het porter. De bekende Guinness Brewery brouwde nl. veel porter, maar maakte het langzamerhand veel sterker (stout = sterk) en ontwikkelde op die manier een nieuw type bier. Stout wordt vooral gekenmerkt door zijn donkerbruine bijna zwarte kleur en zijn intens bittere, gebrande smaak. Stouts zijn meestal vrij zwaar gehopt. In vroeger tijden als medicijn voor verschillende ziektes gebruikt. Bovendien werd het door de hoge voedingswaarde dagelijks in kraamklinieken gebruikt. 

Alcoholpercentage:        5.5% of minder 
Kleur:                            diep donkerbruin tot vrijwel zwart 
Smaak:                          dominante bitterheid met een branderige smaak door zwarte mout 
Soort gisting:               hoge 
Schenktemperatuur:       10-14o
Aanbevolen glas:         wat bredere bierpul

Guinness
Omdat Guinness  het voorbeeld is van een stout dat over de gehele wereld verkrijgbaar is, volgt hier iets meer informatie. Tap-Guinness (uit Ierland) wordt op authentieke wijze getapt met een mengsel van koolzuur en stikstof in de verhouding 35:65, zoals dat ook in het bier zelf voorkomt. De schuimkraag wordt door de stikstof steviger, fijner en egaler gevormd. Alcoholpercentage in Nederland 5.2, in Ierland 4.2. Het gebottelde Guinness komt in diverse varianten voor en het alcoholpercentage varieert van 5 tot bijna 8. Vroeger moest export-bier sterker zijn voor de houdbaarheid tijdens de lange zeereizen. Op een glas stout hoort een schuimkraag van 1 cm, dit in tegenstelling tot de andere Engelse bieren die géén schuimkraag mogen hebben (in de wet vastgelegd!).

Imperial Russian Stout

In de 18e eeuw werd deze biersoort in Engeland gebrouwen en geëxporteerd naar St. Petersburg, waar de tsarenfamilie het graag dronk. Een extra zware en zeer individualistische fruitige stout. Het hoge alcoholpercentage en de grote hopgift dienden om het bier de lange reis te laten doorstaan. Voor de bereiding maakt men gebruik van o.a. zwarte en gebrande mout. In feite is deze biersoort een kruising tussen Gerstewijn en Ierse Stout. Tegenwoordig heten dergelijke bieren van tap ook wel Old Ale.

Alcoholpercentage:             10.5-11% 
Kleur:                             zwart 
Smaak:                             gebrande mout; fruitige gerstsmaak; zwaar alcoholisch 
Soort gisting:                        hoge met nof 
Schenktemperatuur:                 kamertemperatuur 
Aanbevolen glas:  

Oatmeal Stout

Een stout met o.a. haver als grondstof.

Sweet Stout - Milk Stout

Hoewel de naam suggereert dat deze biersoort verwant is aan de Ierse stout is dit zeker niet het geval. Het is een zeer donker bier met een duidelijk dominerende moutsmaak, extra aangezoet met lactose. Door het wat hogere alcoholpercentage van dit bier is de smaak duidelijk voller dan die van de brown ale soorten, maar men zou kunnen stellen dat de sweet stout daarmee toch in een duidelijke relatie staat. Dit geldt in mindere mate voor de oatmeal stout, de variant waarin havermout is verwerkt. De oude naam voor dit type, Milk Stout, mag in het Groot-Brittanië niet meer gebruikt worden. In België is de de sweet stout meestal iets alcoholrijker en in enkele gevallen nog aanmerkelijk extra aangezoet. 

Alcoholpercentage:             ruim 4% 
Kleur:                             diep donkerbruin tot bijna zwart 
Smaak:                             sterk moutig, aangezoet met lactose en dus zoet 
Soort gisting:                     hoge 
Schenktemperatuur:           10-12oC, of op keldertemperatuur 
Aanbevolen glas:                pul of Engels glas

Super Pilsener - Speciaal - Luxe Pilsener

Super Pilsener, ook wel Speciaal of Luxe Pilsener genaamd, is geen officiële categorie en de aanduiding vindt men dan ook niet altijd terug op het etiket. Deze bieren hebben een hoger stamwortgehalte en bevatten dus meer alcohol dan de pilseners (ca. 6.5). Vaak zijn ze ook iets zoeter en iets donkerder. De overige kenmerken zijn hetzelfde als bij pilseners. Aan het super pilsener kan eveneens maïs- of rijstvlokken worden toegevoegd, hoewel dit niet altijd het geval hoeft te zijn. Over het algemeen bevinden zich in deze categorie de zogenaamde prestige-bieren. Het verschil met de Nederlandse Dortmunders is niet altijd duidelijk.

Tafelbier

Lichte bieren van lage of hoge gisting, die vooral in België worden verkocht. De laatste jaren is de vraag naar deze biersoort in België echter afgenomen. Er bestaan zowel lichte als donkere versies van dit bier dat ook nog vaak een typeaanduiding krijgt, zoals dubbel, tripel, faro, stout, kriek of export. 

Alcoholpercentage:             1.5% 
Kleur:             
Smaak:             
Soort gisting:                     hoge/lage 
Schenktemperatuur:           o
Aanbevolen glas:   

Tripel

Oorspronkelijk was tripel een sterkte-aanduiding. Nu gebruiken we de naam voor sterke hooggegiste bieren met een moutige, zoetig-bittere smaak en een alcoholpercentage van rond de 8%. De tripels hebben een blond tot amberachtige kleur. De smaak van de tripels kan nogal eens varieren: er zijn nl. ook zurige en/of fruitige tripels. De meeste trappistenbrouwerijen hebben een tripel in het assortiment. De tripel is meestal aanmerkelijk lichter gekleurd dan de dubbel, kruidig, soms iets zwaarder gehopt en meestal met 1of 2% meer alcohol. 

Alcoholpercentage:             8-10% (SG 1065-1074) 
Kleur:                             licht tot licht amberkleurig (< 30 EBC) 
Smaak:                             moutig, kruidig, meestal is koreander duidelijk te onderscheiden 
Soort gisting:                     hoge 
Schenktemperatuur:                 kamertemperatuur of iets koeler 
Aanbevolen glas:                kelk, ballon, bokaal

Urtyp Pilsener

Het oorspronkelijke pilsener bezat een tamelijk bittere smaak en was uiteraard een volmoutbier. Vaak, bier dat zich erop beroept het oorspronkelijke voorbeeld van die stijl te zijn. Een pretentie die meestal niet waar kan worden gemaakt. Vaak het toppilsener van een brouwer. Meestal gepasteuriseerd en kunstmatig gecarboniseerd. 

Alcoholpercentage:             4.5-5.5% 
Kleur:                             lichtblond tot blond 
Smaak:                             bitter; variërend van droog tot iets zoet; verfrissend door hoogkoolzuurgehalte 
Soort gisting:                     lage 
Schenktemperatuur:           o
Aanbevolen glas:   

Vlaamse Bruine - Belgisch Oud Bruin

Vlaamse Bruine, ook wel Belgisch Oud Bruin genaamd, is een echt streekbier. West-Vlaanderen: zuur, Bourgondisch-gekleurd bier (Rodenbach) Oost-Vlaanderen: Brown Ales, maar minder zuur dan in West-Vlaanderen De Vlaamse Bruinen worden in verschillende delen van Belgisch Vlaanderen gebrouwen, waarbij van plaats tot plaats smaak- en kleurverschillen optreden. Vlaamse Bruine is een roodbruin gekleurd bier met een licht zure  tot rinszoete smaak. Het is een hooggegist bier dat een zeer lange rijping in eikehouten vaten heeft ondergaan, waarbij men bewust een infectie met de melkzuurbacterie laat ontstaan die jaren werkt (OUD bruin), hetgeen de zure smaak opleverd. Sommige bieren worden echter geïnjecteerd met melkzuur om de jarenlange bewaring te omzeilen. De meeste Vlaamse Bruinen zijn versnijdingen van oud bier met jong bier. Bier van ca. 18 maanden wordt gebruikt voor het melkzurige karakter van het bier. Bier van ca. 8 maanden zorgt voor de zoetige smaak van het bier. De fruitige smaak van het bier wordt veroorzaakt door de tannines van het eikenhout. Men kan dit soort bier ook brouwen in metalen tanks, waaraan eikenschaafsel is toegevoegd. Veel Amerikaanse thuisbrouwers proberen zo pLambic (= pseudo Lambic) te maken.   

Alcoholpercentage:         5-6.5% 
Kleur:                             donker amber/bruin 
Smaak:                           iets zurig en/of zoetig (rins=zoetzuur) 
Soort gisting:                   hoge 
Schenktemperatuur:        8-10o
Aanbevolen glas:             stevig glas

Bekende voorbeelden: Vichtenaar (Brouwerij Verhaeghe (B)).

Vlaamse Bruine Kriek

Tegenwoordig wordt Vlaamse Bruine  vaak 'verrijkt' met fruit, zoals krieken. Er wordt dan een bier verkregen met een duidelijk andere smaak dan die van kriek-lambik. De krieken worden voor de lagering toegevoegd.

Voorbeeld: Liefmans Kriek

Weens - Wiener - Vienna

Rond de eeuwwisseling was Oostenrijk beroemd om het Weense biertype, een zeer fraai amberkleurig bier van lage gisting met een heel fijne smaak. In de periode na de Eerste Wereldoorlog is dit bier in Oostenrijk echter geheel verdwenen, maar bijvoorbeeld in Mexico wordt het nog steeds gebrouwen. Gebrouwen met Wiener mout, die nog maar zeldzaam te verkrijgen is. Het Weense type bevat wat minder alcohol en is wat zwaarder gehopt dan het Märzen. In Duitsland en sommige andere landen (maar niet Oostenrijk) staat Weens bekend als Märzen. In zijn vaderland wijst de term Spezial op de traditionele Weense stijl, het Oktoberfestbier uit München. 

Alcoholpercentage:             4-5.5% 
Kleur:                             amber 
Smaak:                             
Soort gisting:                     lage 
Schenktemperatuur:                 keldertemperatuur 
Aanbevolen glas:               

Weißbier - Berliner Weisse

Weißbier wordt verkregen door een speciale soort gisting (gedeeltelijke melkzuurgisting) en heeft daardoor een lichtzure smaak. Weißbier valt in Duitsland onder de categorie 'Schankbier', i.e. bier met een laag stamwortgehalte. Berliner Weisse is het voorbeeld van een Weißbier; bij de bereiding ervan wordt naast gerstemout, 25 tarwemout gebruikt. Napoleon gaf op een van zijn Duitse veldtochten het Berliner Weisse de bijnaam Le Champagne du Nord. Berliner Weisse mit Schuss is het bier met daarin frambozensiroop, natuurlijk alleen verkrijgbaar in Berlijn. Soms wordt ook de groene Waldmeistersiroop toegevoegd, en wordt het bier gedronken met een rietje. Sommigen verhogen het alcoholpercentage door een borreltje er doorheen te mixen. 

Alcoholpercentage:             3-4% 
Kleur:                             bleek 
Smaak:                       verfrissend zuur; droog in de afdronk 
Soort gisting:                     hoge met secundaire melkzuurgisting en nof 
Schenktemperatuur:           o
Aanbevolen glas:   

Zie ook:
PINTnieuws 21, blz. 8-10      Berliner Weisse

Weizenbier - Duits tarwebier

Weizenbier is een hooggegist tarwebier van Zuid-Duitse (Beierse) oorsprong. Tarwebieren zijn bieren, die behalve gerstemout, tarwemout (30-60) als grondstof hebben. Soms wordt gesteld dat een Weizenbier minstens 50% tarwemout moet bevatten en dat in de praktijk 55% als minimum beschouwd wordt. Ook het Belgische witbier is een tarwebier, de hopgift is bij de weizenbieren echter zeer laag; bij het witbier is dit wat hoger. Weizenbier wordt ook gebrouwen in de export-kwaliteit en is dan iets zwaarder In Noord-Duitsland (met name in Berlijn) wordt weizenbier vaak met een schijfje citroen gedronken, omdat het geen uitgesproken eigen smaak heeft: het is gewoon een koele frisse dorstlesser. In Beieren daarentegen wordt het gewoon zonder citroen gedronken. Er bestaan verschillende soorten weizenbier:
  • Helles Hefeweizen: lichtgekleurd tarwebier met gist;  Hefe Weißbier
  • Dunkles Hefeweizen: donkergekleurd tarwebier met gist, sterker dan de andere weizenbieren met meer gist;
  • Kristallweizen (=Klares Weizenbier): helder tarwebier, verkregen door filtratie. Het enige weizenbier dat met fruit (citroen- of lemonschijfjes) gedronken hoort te worden;
  • (Kristall) Weizenbock: zonder gist (zie tarwebok), het allersterkste weizenbier met een kleur varierend van helles tot dunkles.

Hefeweizen wordt in Beieren troebel gedronken: na het ingieten wordt de fles op tafel of tussen de handen gerold om alle gist los en in het glas te krijgen. 

Alcoholpercentage:             5-5.5% 
Kleur:                         bleekgeel tot blond 
Smaak:                         fris, (licht) zurig en moutig 
Soort gisting:                 hoge al dan niet met nof 
Schenktemperatuur:           6-10oC, naar smaak 
Aanbevolen glas:                weizenglas

Witbier - Belgisch Tarwebier

Witbier (wit=wheat, Engels voor tarwe) is een oud Belgisch streekbier, dat vooral erg populair was in de streek rond Leuven en Hoegaarden (reeds in 1318/1445). Echter ook in enkele Nederlandse steden werd in het verleden witbier gebrouwen, o.a. in Heusden, dat grote bekendheid had. Na WO-II werd dit type door de opmars van het pilsener steeds meer verdrongen en het leek in 1957 een stille dood leek te sterven toen de laatste witbier-brouwerij in Hoegaarden sloot. In 1965 besloot Pierre Celis een brouwerij (Brouwerij De Kluis te Hoegaarden; sinds 1988 echter in handen van Interbrew) te starten om het Oud Hoegaards Witbier opnieuw leven in te blazen. Het witbier werd een groot succes en veroverde stormenderhand België en nu ook Nederland. De Belgische witbieren bevatten een hoog percentage tarwemout, tot zelfs 80% toe, waardoor de smaak duidelijk beïnvloedt wordt. Witbieren onderscheiden zich van de weizenbieren doordat er kruiden en citrusvruchten in verwerkt zijn, hetgeen in de smaak duidelijk terug te vinden is. Witbier is bij uitstek een zomerbier, een echte dorstlesser. Soms wordt bij witbier (ten onrechte) een schijfje citroen toegevoegd, omdat men deze biersoort verward met het Duitse Weizen(=wit)bier. Ook het gebruik van sinaasappelschillen op de rand van het glas is mogelijk; dit is minder vreemd omdat in het bier vaak sinaasappelschillen verwerkt worden. De gisttroebeling is specifiek voor deze biersoort. 

Alcoholpercentage:    4.5-5% 
Grondstoffen:            tarwemout of ruwe ongemoute tarwe (35-40), gerstemout, haver (10), witte kandij,
                     koreander, citrus, gedroogde sinaasappelschillen (meestal curaçoa);
                                 in het verleden gebruikte men ook melkzuur 
Kleur:                        wazige wit-gele kleur (troebel/tweeschijn/gisttroebel) 
Smaak:                      neutraal, soms wat zoetzurig, tarwesmaak; zachtzurige sinaasappelsmaak met een
                                 kruidig-bittere  afdronk, soms na rijping iets honingsachtig 
Soort gisting:              hoge met nof 
Schenktemperatuur:   5-7o
Aanbevolen glas:        smalle bierpul

Dubbel Witbier - Tarwedubbel

Soms worden witbieren wat zwaarder gemaakt en dan spreekt men over Dubbel Witbier of tarwedubbel. Alcoholpercentage: 6-6.5.

Speciaalbieren

Die zijn bieren die niet, of moeilijk, klassificeerbaar zijn.

Soorten die een bepaalde gelegenheid aanduiden

Er zijn diverse mogelijkheden zoals: geboortebier, trouwbier, jubileumbier, oogstbier, nieuwjaarsbier, feestbier, of zoals bij de Engelsen Celebration Ale en Presentation Ale. In de 16e en18e eeuw is er sprake van scheepsbier, dat vooral in grote havensteden zoals Delft en Rotterdam werd gebrouwen. Verder worden in de literatuur nog genoemd: workman's beer, ladies' beer en store beer.

Begrafenisbier

In de 17e eeuw werd er begrafenisbier gebrouwen i.o.v. de Nederlandse kerk. In Noorwegen brouwden bejaarden hun eigen begrafenisbier om er zeker van te zijn dat er tijdens de begrafenis een goed glas bier geschonken zou worden.

Oogstbier

Begin 20e eeuw was het nog gebruikelijk om oogstbier te brouwen. Iemand van de brouwerij ging dan eerst de boeren langs om te vragen of ze belangstelling hadden voor oogstbier en zoja, hoeveel en met welk alcoholpercentage. Daarna werd het gebrouwen en tegen oogsttijd bij de boeren afgeleverd. De boeren deden er dan zelf nog van alles in, zoals tarwe en maïs. Gueuze zou een prima oogstbier kunnen zijn.

Gelegenheidsbier

Bier niet specifiek voor een bepaalde gelegenheid, maar geschikt voor diverse gelegenheden.

Holiday Beer

Een populaire 'biersoort' in de V.S.

Kermisbier - Carnavalsbier

In de economisch slechte twintiger en dertiger jaren kwam het voor dat er 'kermisbier', een soort illegale voorganger van light, verkocht werd. Dit bier had een te korte lagertijd gehad, wat kwam door de sterk vergrote vraag in de kermis- of carnavalsperiode. Ter bescherming van de consument is toen een regel in de wetgeving opgenomen welke een ondergrens aangeeft voor het alcoholpercentage dat tapbier moet bevatten. Heineken was met het alcoholvrije Buckler de eerste brouwer die ontheffing voor deze regel kreeg. Met carnavalsbier wordt in ieder geval niet bedoeld: het bier van de Hofbrouwerij van Oeteldonk (Heineken) tijdens carnaval. Heineken is namelijk al jaren lang hofbrouwer van Prins Carnaval. Het carnavalsbier als zodanig, een slapper biertje, is een niet-bestaand fenomeen.

Kerstbier - Christmas

Een extra zwaar bier dat t.g.v. kerstmis wordt gebrouwen. Vindt zijn oorsprong in kloosters, waar de geestelijken een extra sterke (feest)drank zochten voor de wintermaanden. De smaak kan van zoet naar zuur naar bitter gaan. Slechts de seizoensgebondenheid maakt van deze ver uiteenlopende bieren qua smaak één groep. Wordt alleen verkocht in de maanden november en december. Over het algemeen zijn het echte provisiebieren. In België worden de meeste kerstbieren gebrouwen onder de naam Christmas (Ale). De Christmas Ale is sterk verwant aan de Scotch Ale, maar is meestal iets sterker. In Duitsland brouwt men de Weihnachtsbock en in Groot-Brittanië brouwt men de Winter Ales.

 In Nederland de laatste jaren sterk in opkomst, vooral onder de naam Kerstbier en Winterbier.

Paasbier

In België zijn er diverse paasbieren, die onderling nogal veel verschillen. In Nederland zijn het meestal bieren gelijkend op het meibok. Zie ook Pinksterbier.

Pannebier

Pinksterbier

Een voorjaarsbier, evenals het Paasbier. Doorgaans werden deze bieren gebrouwen van de laatste oogsten van het jaar ervoor, zodat het omstreeks Pasen/Pinksteren gedronken kon worden. Tegenwoordig is het gebruik van de laatste oogst geen voorwaarde meer.

Saison

Al sinds de middeleeuwen is het Saison het symbool van de gastvrijheid. Een Zuid-Belgisch/Noord-Frans (Henegouws) bier dat oorspronkelijk in de winter werd gebrouwen om in de daaropvolgende zomer de dorst te laven van de veldwerkers die graan, hop e.d. oogstten. Het moest dus verfrissen, zonder door een hoog alcoholpercentage de werkprestatie te verminderen. Van oorsprong is waarschijnlijk het alcoholpercentage daarom wat minder geweest dan nu gebruikelijk is. De goede saisons zijn fruitige (en soms zoetige) goede dorstlessers en worden tegenwoordig het hele jaar door gebrouwen. In België zijn de echte saisons (bijna) verdwenen door de vergaande concentratiebewegingen in de brouwindustrie; er worden echter in België en Frankrijk nog steeds bieren onder de naam Saison verkocht. 

Alcoholpercentage:     ca. 5-6% 
Kleur:                 blond tot amber 
Smaak:                neutrale verhouding mout-hop, soms in de nasmaak wat bitterig of zoetig 
Soort gisting:               hoge (met nof) 
Schenktemperatuur:    8-12oC (persoonlijk) 
Aanbevolen glas:      pilsglas, limonadeglas 
Houdbaarheid:      tot een jaar goed houdbaar, soms langer

Seizoensbieren: Lentebier, Zomerbier, Herfstbier, Winterbier

De smaak van een seizoenbier is aangepast aan het seizoen. Bokbier (herfst) en meibok (lente) zijn de meest bekende seizoensbieren.

Lentebier - Voorjaarsbier

Zomerbier

Herstbier - Najaarsbier

Winterbier

Winterbier is er speciaal voor de gezellige winteravonden, om rustig van te genieten bijvoorbeeld bij een open haard. Hoeft niet altijd een hoog alcoholpercentage te hebben, maar meestal een zwaar bier te vergelijken met de kerstbieren. De Engelsen hebben m.i. de juiste benaming voor deze bieren, nl. "winter warmers". Er wordt echter een divers aanbod van speciaalbieren onder de naam winterbier op de markt gebracht, waardoor het predicaat "winterbier" niets meer betekent.

Vastenbier

Tijdens de zgn. vastenperiode van 7 weken voor Pasen, waarin vlees en wijn in kloosters verboden waren, mocht men wel bier drinken. In sommige kloosters zelfs vier kannen per dag.

Verjaardagsbier

Soorten die duiden op de oorsprong van het bier

Abdijbier - Kloosterbier - Patersbier

Abdijbier wordt meestal gebrouwen bij (Belgische) commerciële brouwerijen. Sommige van deze bieren hebben een aantoonbare kloosterafkomst (gebrouwen in een niet-cisterciënser klooster, een orgineel kloosterrecept of een licentieovereenkomst met een klooster), de meeste echter niet. Het is zelfs zo dat sommige bieren de naam van een abdij dragen die nooit heeft bestaan. Dit betekent niet dat dit minderwaardige bieren zijn, integendeel. Een abdijbier is meestal een natuurlijk gerijpt bier van hoge gisting, maar heeft verder geen specifieke eigenschappen. De smaak kan alle mogelijke combinaties van zoet, zuur en bitter bevatten. Ook wordt er soms geclaimd dat er gebruik wordt gemaakt van een oud recept van een bepaalde abdij, maar dit is niet altijd het geval. Op het etiket prijkt vaak een afbeelding van een abdij of geestelijke. Bij deze biersoort komen dubbels, tripels en christmas bieren voor 

Zie ook:
PINTnieuws 28, blz. 6, Geschiedenis kloosterbrouwerijen

Streekbier

Elk Belgisch speciaalbier is in zekere graad geassocieerd met zijn eigen dorp, stad of streek; dit geldt in mindere mate voor de Nederlandse speciaalbieren. Terwijl sommige van deze bieren duidelijk tot een bepaalde groep behoren, en andere in bredere groepen kunnen worden ingedeeld, zijn er verscheidene bieren die men gewoon niet kan onderbrengen in een bepaalde categorie. In Vlaanderen noemt men ze soms "streekbieren", in Nederland wordt dit predikaat zelden gebruikt. Het komt voor dat er een historische reden is, waarom sommige ingrediënten in een bepaalde streek worden gebruikt (een duidelijk voorbeeld hiervan is het hoppige Belgische  Poperings Hommelbier, gebrouwen in de hopstreek). Of er is een plaatselijk vakman die brouwmateriaal heeft gemaakt dat een bepaalde brouwstijl met zich meebrengt. Meestal komen deze specialiteiten gewoon voort uit de plaatselijke werkgewoonten van brouwers, individuele voorkeuren en grillen. Het zijn ook niet allemaal traditionele brouwsels. Soms worden er nieuwe gelanceerd.

Trappistenbier

Geen biertype, maar wel een beschermde naam. Mag alleen gevoerd worden door bier dat in een klooster gebrouwen is door paters van de orde der Trappisten. De naam "Trappistenbier" vindt zijn oorsprong bij de Cisterciensers-Trappisten. In 1098 werd in de Franse streek Citeaux (in het Latijns Cistercium) een kloosterorde opgericht, die later de naam Cisterciëncer orde kreeg. Binnen deze orde kwam het in 1664 tot een splitsing. Enkele monniken vestigden zich dat jaar in een klooster in het Normandische La Trappe; vandaar de naam Trappist. De monniken leefden reeds volgens de kloosterregels van St.Benedictus. Deze regels werden in 1677 te La Trappe hervormd en vormen nog steeds de basis voor de levenswijze van de huidige trappisten. Er zijn nog zes kloosters ter wereld die Trappistenbier brouwen: vijf Belgische abdijbrouwerijen (Chimay, Orval, Rochefort, Westmalle en Westvleteren) en één Nederlandse (abdij O.L.V. van Koningshoeven - Trappistenbierbrouwerij De Schaapskooi). In Duitsland zijn nog vele kloosterbieren, die door echte kloosterlingen gebrouwen worden. Deze kloosterlingen behoren echter niet tot de orde der Cisterciëncers en dus mogen zij de benaming Trappist niet voeren. Trappistenbieren, natuurlijk gerijpte bieren van hoge gisting, vertonen vele smaakvariëteiten, maar meestal zijn het toch wel dubbels en tripels. Vaak wordt de dubbel extra gezoet met grenadine, een gebruik dat de meeste bierliefhebbers verfoeien.

Soorten die toevoegsels aanduiden

Bieren met smaak van andere alcoholische dranken

Door het gebruik van oude sherryvaten/portvaten bij de lagering kunnen er bieren onstaan met een sherrysmaak/portsmaak. Ook kan men (essences van) alcoholische dranken mixen met bier.

Voorbeelden:
Madison Bière a la liqueur Grand Marnier (7.2%, Grand Marnier)
Kingston (Rum)
Desperados (Tequila)

Fantasiebieren

Bieren met een geheel eigen karakter, ontleend aan het gebruik van speciale ingrediënten en/of een speciale bereidingswijze. Door toevoeging van essences zijn in feite alle biersmaken mogelijk, zoals koffie-bier, thee-bier (lagering op theebladeren, eventueel.toevoeging citroensap/-zuur),  chocolade-bier, etc....; de meeste bierpuristen verafschuwen dit. 

Enkele andere voorbeelden: 

  • Aardappelbier. De Japanse slijterij die ook het melkbier op de markt bracht, produceerde eerder een aardappelbier.
  • Brandnetelbier 
    Bier gebrouwen met als extra ingrediënt jonge brandneteltoppen.
  • Chilibier 
    Gebrouwen met echte chili-pepers, en daardoor een heet biertje. Lijkt vooral in de VS een rage.
  • Eikebladbier 
    Gebrouwen met eikeblad als vervanger voor hop, reeds in de 16e eeuw gebrouwen. Witbierachtig met rooksmaak.
  • Hennepbier 
    Gebrouwen met hennep als vervanger voor hop.
  • Lindebloesembier
  • Melkbier.
    In 2007 bracht een Japanse slijterij uit Nakahara een bier op de markt dat voor 30% uit melk bestond (belk/bilk). Het bier heeft een lichte melkgeur.
  • Mentholbier 
    Menthol, C10H19OH, is een secundaire alcohol die voorkomt in pepermuntolie en die soms aan bier wordt toegevoegd.
  • Mintbier 
    Bier met een pepermuntsmaak.
  • Paardebloemen 
    Bier gebrouwen met een aftreksel van paardebloemen, in de volksmond ook wel 'pisbloemen genoemd". Geen pils dus,  maar pis?!
  • Rozebottelbier 
    Rozebottels zijn de bloembodems van verschillende wilde rozen. In de rozebottel bevinden zich vruchtjes als steenachtige pitjes. Ook met rozebottelsap kan bier  worden gemaakt. Een voorbeeld is het (vroegere) Poolse Jopenbier uit Danzig.
  • Spruitjesbier.
  • Steenbier 
    Er bestaat zelfs bier met een steensmaak (Eritrees marmer)!?  Het was tot 1993 in Duitsland verkrijgbaar: Rauchenfels Steinbier en Steinweizen. De wort werd aan de kook gebracht door gloeiende lavastenen in de kookketel te laten zakken. Het Steinbier wordt nog wel geproduceerd, maar niet meer op de traditionele wijze.
  • Theebier
    2007: iKi is een fris biertje gebrouwen met toevoeging van oa. groene thee en yuzu (een Japanse citrusvrucht). Dit bier won in maart 2007 de Fresh Ideas Award op het IFE, het belangrijkste eten en drinken evenement in Engeland. In groene thee zitten anti-oxidanten, waardoor dit biertje net even gezonder zou zijn. Uit de 260 inzendingen werd iKi, dat 'leven' betekent, door de vakjury uitgeroepen tot één van de dertien meest innovatieve nieuwe producten in de Engelse 'food and drink industry'.
  • Whiskybier 
    Bier gebrouwen met whiskymout, bijv. Adelscott.

Framboise - Frambozenbier

Hieronder vallen alle bieren die met frambozen zijn bereid en een min of meer duidelijke frambozensmaak hebben (zie ook kriek). Dit biertype verliest met het ouder worden zijn typerende frambozensmaak. Zowel frambozenlambic als een framboise op basis van een hogegistingsbier zijn mogelijk. Uitermate geschikt voor feestelijke gelegenheden, door zijn sjieke presentatie. Een ideaal en feestelijk aperatief.

Alcoholpercentage:         ca. 5% 
Kleur:                             roze 
Smaak:              
Soort gisting:                   spontane of hoge 
Schenktemperatuur:        6-7oC, ijskoud (2-3) 
Aanbevolen glas:             champagne- of wijnglas 
Houdbaarheid:                onbeperkt, maar smaakverlies

Gemberbier

Gemberbier is een verfrissende licht-alcoholische drank, die bereidt wordt door zwakke gisting van suikeroplossingen, waaraan gedroogde en gemalen gemberwortel is toegevoegd (in het Engels heet gemberbier Ginger Ale).

Boekweitbier

Bier gebrouwen met de grondstof boekweit.

Gerstebier

Natuurlijk, alle bieren worden gebrouwen met gerst als grondstof en zijn daarom gerstebieren. Slechts weinig brouwers durven echter ongemoute gerst te gebruiken. Vlaskop van Brouwerij Strubbe uit het Belgische Ichtegem is zo'n bier. Ongemoute gerst levert een speciale fruitige smaak.

Honingbier

Bier gebrouwen met (linde)honing. De honing (ca. 20% van de mout vervangen) wordt toegevoegd tijdens het maischen. Werd gebrouwen door de verdwenen Noorder Bierbrouwerij in Alkmaar. Niet altijd een echt bier, omdat er soms géén mout wordt gebruikt bij de bereiding ervan. De ingrediënten van dit 'bier' zijn dan: honing, suiker, hop, gist en citroenen.

Hopbier

Geen biersoort, maar bier waaraan hele hopbellen zijn toegevoegd in de fles. Komt in Duitsland voor.

Kriek - Kriek Lambic

Kriek is de Belgische specialiteit bij uitstek en een verfrissend zomers bier. Een niet te sterk, zurig en zoet smakend fruitbier. Het basisbrouwsel van kriek kan van lage, spontane en/of hoge gisting zijn. Het enige wat men doet is bij een brouwsel van een bepaalde soort echte krieken (zwarte kersen; de beroemde Schaarbeekse krieken, of de minder bekende Gorsemse, Brabantse of Noordse krieken) of de goedkopere kriek-siroop toevoegen. Soms voegt men concentraat of smaakstoffen toe. Kriek kan dus eigenlijk niet als een soort worden beschouwd, omdat het enkel duidt op een vruchtentoevoegsel. Zo zijn er onder andere Oud-Bruin-Krieken (Liefmans Kriek), Gueuze-Krieken en zelfs honingkrieken. Kriek Lambic heeft als basisbrouwsel Lambic, zoals de naam al suggereert. Bij de Kriek Lambic worden echte krieken toegevoegd aan de nog rijpende Lambic en daarna versneden tot een constante kwaliteit. Daarna vindt er nog minstens gedurende een jaar, rijping plaats van de krieken op de lambic. Dit noemt men wel de echte kriek: ongezoet, bereid uit louter echte krieken die in pure lambic gistten in eikehouten vaten en die pas als de kriek rijp is wordt gebotteld in champagneflessen met nagisting. Soms wordt de Kriek Lambic gezoet met suikerwater. In Nederland mag zuur bier, waaraan een bepaalde hoeveelheid kersen, kersensap of kersenextract is toegevoegd, verkocht worden onder de naam Kriek. 

Alcoholpercentage:             5-5.5% 
Kleur:                             donkerrood, de kleur verdwijnt in de loop der tijd langzaam! 
Smaak:                             fruitig-zurig; soms bitter door amandelsmaak uit kersepitten; duidelijke kersensmaak; absoluut niet zoet! 
Soort gisting:                     spontane 
Schenktemperatuur:           2-3oC, 4-6oC, 8o
Aanbevolen glas:                ballon 
Houdbaarheid:                onbeperkt, maar smaakverlies

Kriek Lambic Primeur

Een marketing-truc, in navolging van primeur-wijnen. Pretendeert orginele kriek lambic te zijn, gebrouwen met de eerste oogst Schaarsbeekse krieken, en daarna gedurende  slechts 8 maanden nagegist. Wordt alleen in het voorjaar geleverd.

Glühkriek

Een warm en kruidig kriekbier. Verwarmen tot 70oC in de pan of magnetron. Aanbevolen glas: ballon.

Kruidenbier

Bieren waaraan kruiden zijn toegevoegd; soms als vervanging van hop. Voornamelijk een Belgische specialiteit, maar ook Nederlandse brouwers maken nu volop gebruik van kruiden. Gebruikte kruiden: gagel (voor gagelbier), koreander (voor witbier), gember (voor gemberbier), kummel, (ster)anijs, curaçao e.a. Naast kruiden kunnen er bijvoorbeeld ook bloemen worden toegevoegd. Vroeger werd voor het kruiden van bier gruit (gruut, gruyt, grute) gebruikt (i.p.v. hop). Gruit is een mix van verschillende kruiden, zoals gagel(katjes), salie, duizendblad, notenblaren, peterselie, "Porsch", kummel, laurier, bilsenkruid (giftig!), jeneverbes, anijs en soms zelfs hars en/of turf. De bereiding en verkoop van gruit was het recht van de adel.

Overige fruitbieren

Er bestaan vele verschillende fruitbieren, o.a. met de volgende vruchten-toevoegingen: aardbeien, ananas, appel, bananen, bosbessen, citroenen, druiven, grapefruits, kiwi's, mirabellen (kleine pruimen), perziken, pruimen, wilde bessen en zwarte bessen (cassis). Ook combinaties van vruchten voor de bereiding van bier is mogelijk, bv. kiwi-grapefruit. Het zijn bieren op basis van echte vruchten (helaas aan het verdwijnen), extracten, sapconcentraten of siropen en als basisbier kan bv. lambic dienen. Ook kan men een fruitbier produceren op basis van pilsener en koolzuurhoudend water(!). Fruitsiropen kunnen naast vruchtenconcentraat ook water, suiker en conserveermiddel bevatten. Toevoegingen van houdbaarheids- en kleurstoffen, aromas, water en suiker zouden niet toegestaan moeten worden. Soms worden deze bieren extra gezoet door gebruik van fructose. De bieren worden vaak gedronken in champagneglazen. Er bestaan ook bieren met toevoegingen van echte vruchten: sleedoornbessen op oude lambic, Italiaanse muskaatdruiven op oude lambic (mengsel van wijn en bier) en bier met druiven. Waar liggen de grenzen tussen bier en wijn?

Roggebier

In vroeger tijden werd vooral in het noorden van Duitsland bier gebrouwen met een mengeling van graansoorten. De boeren verbouwden toen het graan door elkaar, en niet per soort apart, dus was het moeilijk om een bier van een enkele graansoort te maken. Met de scheiding van de graansoorten raakte het bier, dat vaak (ook in Duitsland) met gruit werd gebrouwen, uit gebruik. In 1989 kwam deze (vergeten) biersoort weer terug in Duitsland. Rogge heeft een hoge biologische waarde (vitaminen, mineralen) en produkten uit rogge zijn licht verteerbaar. Er gingen enkele jaren van research vooraf aan de introductie van het roggebier, omdat rogge een aantal eigenschappen heeft die invloed hebben op het brouwproces. Deze biersoort kan geproduceerd worden binnen de mogelijkheden van het Reinheitsgebot. Dit staat voor ondergistende bieren slechts gerstemout toe, maar voor bovengistende bieren ook andere moutsoorten.

Rijstebier

De rijst moet eerst gemalen worden, daarna koken tot ze verstijfseld is en dan bij de maïsch voegen.

Speltbier

Spelt (in Duitsland Dinkel genaamd), is een graan afkomstig uit Schwabenland (D). Sinds ongeveer 3000 jaar voor Christus wordt spelt in het alemannengebied, het huidige Baden-Wuerttemberg en het Duitstalige deel van Zwitserland geteeld. In de loop der tijd vond de spelt steeds minder belangstelling naarmate de produktieopbrengst van tarwe de voorkeur kreeg boven de kwaliteiten van spelt. Spelt is een zeer wintervaste, robuuste en wat de bodem en het klimaat betreft weinig vragende graansoort. Deze spelttarwe gedijt zelfs onder de ruwe omstandigheden van de 'Schwaebischen-Alb'. Zijn voordelen ten opzichte van tarwe liggen in zijn betere voedingsstofopname uit de bodem en de bijzondere opbouw van de vrucht. De natuurlijke, dichte bolster van spelt beschermt het graan tegen alle invloeden van de milieuvervuiling, chemicaliën, schimmelziekten en beschadiging. Daardoor kan spelt als enige graansoort op volkorenbasis gebruikt worden. Voor de bereiding van bier uit spelt is wel een aanpassing nodig van het dorsproces, omdat anders de kiemkracht verloren gaat door beschadiging van de graankorrel. De spelt wordt gemout, omdat ruwe spelt ten eerste niet geschikt is als grondstof voor bier en ten tweede willen de Duitse brouwers het Reinheitsgebot in ere houden door uitsluitend gemout graan als grondstof te gebruiken. Speltbier is dus een tarwebier gebrouwen uit de wilde tarwesoort 'Triticum Spelta'. Volgens de overlevering werd gekiemde gerst en spelt al tussen 3500 en 3000 voor onze jaartelling gebruikt door de Sumeriërs en Egyptenaren om mout te maken. Van deze mout bakte men brood en deze broden werden weer verder verwerkt tot bier. In de middeleeuwen werd onder andere in Nederland bier gebrouwen van andere moutsoorten dan gerstemout. Havermout en tarwemout waren bijvoorbeeld de alternatieven. Ook boekweit en spelt worden wel vermeld als grondstof, maar in de 18e eeuw zijn deze grondstoffen vergaand in onbruik geraakt. Brouwerij Raaf heeft eind jaren'80 ook een tijdlang met deze biersoort geëxperimenteerd.

Stroopbier

Geen echt bier, omdat er geen mout wordt gebruikt bij de bereiding ervan. De ingrediënten van dit bier zijn: stroop, donkere basterdsuiker, citroenen en gist. Door de onvergistbare suikers in de stroop ontstaat een enigszins bittere drank.

Overigen

Chicha

Voor het Inca-bier Chicha wordt graan vermalen en in water opgelost. Een klein gedeelte wordt echter zachtjes gekookt, daarna langzaam en grondig gekauwd, weer uitgespuugd en aan het vermalen graan toegevoegd. Enzymen in het speeksel zorgen voor de omzetting van zetmeel in suikers.

Dierenbier

In 1993 bracht de Franse bierbrouwerij Pecheur een alcoholvrij bier voor katten (Mon Tietie) en honden (Mon Toutou/Oaw/Wuff) op de markt. Dit bier wordt gemaakt op basis van het afvalprodukt dat bij de reguliere bierbrouwerij vrijkomt. De aankoop van een pilsje voor de huisdieren past binnen de toenemende humanisering (vermenselijking) van huisdieren. Groene leguaan is een alcoholist: deze eet gistend/rottend fruit en wordt door de aldus ontstane alcohol dronken

Faraobier - Oerbier

Egyptologen van de Engelse Cambridge University doen samen met de Scottish and Newcastle Breweries verwoede pogingen om het bier te produceren, dat de farao's zo'n 3400 jaar geleden dronken en dat algemeen gezien wordt als het oerbier. Onderzoek in Egypte heeft geleid tot de vondst van een bakkerij-annex-bierbrouwerij in de oude hoofdstad Tell Al Amarna, daterend uit de tijd van farao Akhenaten, de vader van Toetankhamon. Na onderzoek van hieroglyfen, schilderingen en schatten die de farao's meenamen in hun graven, kwam men erachter dat de combinatie bakkerij-brouwerij heel gebruikelijk was. In de bakkerij werd het brood gebakken, dat daarna tot beslag verwerkt werd door het te weken in water en te vermengen met suikers en gist. Om het beslag te laten gisten werd het in speciale potten gestopt. Het bier dat zo gebrouwen werd, moet vrij sterk van smaak, zoetig, tamelijk dik en goudachtig van kleur geweest zijn. Het staat vrijwel vast dat men het bier moest zeven voordat het drinkbaar was. Er werden zaden en brouwapparatuur gevonden in het graf van Toetankhamon. De zaden lijken sterk op het primitieve tarweras Emmer, dat in Egypte nog steeds in het wild voorkomt. Inmiddels heeft men de zaden gezaaid in zowel Egypte als Engeland, en wordt er tarwe geoogst. In andere faraograven werden potten gevonden met bier-residu's. Daaruit kon men afleiden dat de suikers/gist afkomstig moesten zijn van fruit, o.a. van (beschimmelde) dadels en vruchten van de in Egypte nog spaarzaam voorkomende Persea-boom. Van de opgegraven potten zijn inmiddels replica's gemaakt door een Londense pottenbakster. Het brouwen laat nog wel even op zich wachten. De Egyptische brouwwijze is enigszins bekend van muurschilderingen. Het graan werd in water gedrenkt en als het ontkiemd was tot pap gemalen, waarna gist werd toegevoegd. Het resulterende zuurdesem werd vermoedelijk iets gebakken en in grote vaten met water vermengd.

Liefdesbier

Liefdesbier wordt gebrouwen met natuurlijke plantenextracten (Aphrodisiakum = liefde verwekkend) die de geslachtsdrift bij zowel mannen als vrouwen stimuleert (echter dan moet je het bier wel regelmatig drinken). Een voorbeeld van deze biersoort is het Franse 36"15 Pecheur.

Sumerisch bier

De archeologen Rudolph Michel en Virginia Badler meldden in Nature van 5november 1992 dat ze in de ruïnestad Godin Tepe, in de bergen van West-Iran, een stuk van een vat hebben gevonden dat aan de binnenkant volgens een vast patroon bekrast is. Het curieuze is nu dat het vroeg-Sumerische teken voor bier, sterk lijkt op een vat met daarop wat krassen. In de groeven troffen ze wat geel stof aan en een chemische analyse toonde aan dat dit calciumoxalaat bevatte. Dit nu is een belangrijk bestanddeel van 'biersteen', een aanslag die optreedt in vaten gerstebier. Men vermoedt dat het hier de oudste biervaten betreft. De groeven waren bedoeld om de aanslag aan de kant te houden, wat de vergisting ten goede kwam. De biersmaak en bereidingswijze is echter nog niet bekend!

Bierpredikaten

  • Extra
  • Gold (bijv. voor de iets sterkere pilseners);
    een luxe pilsener, licht van kleur en met een vollere smaak dan de normale pilseners, vergelijkbaar met de Scandinavische luxe bieren (5.5%); 
  • Grand Cru (bijv. voor een goede tripel): zou oorspronkelijk betekend kunnen hebben dat het een speciaal brouwsel van grote klasse betrof. Wordt nu te pas en te onpas gebruikt en is eerder een modewoord geworden.
  • Premium: soms gebruikt voor pilseners met een beter imago en een hogere prijsstelling
  • Speciaal
  • Cuvée: oorspronkelijk gebruikt voor het aanduiden van een partij bier van een aparte klasse. Het betrof dikwijls een partij bier van hetzelfde brouwsel waarvan de smaak door omstandigheden (bijv. wijze van bewaring) anders geëvolueerd was. Het Nederlandse woord 'kuip' suggereert een partij ter grootte van een kuip. Nu is cuvée een populair predikaat, vooral bij etiketbier-makers.

Biersoorten nader Bekeken

Er bestaat een onverklaarbare wet, die zegt dat er op eilanden altijd wel iets interessants op biergebied te vinden is. 
(Michael Jackson in [Jack 77], refererend naar Malta, Man, Seychellen en Guernsey) 

Er bestaan verschillende categoriën waarin bieren kunnen worden geplaatst. Hieronder zullen de meest gangbare beschreven worden: 

  1. A-merken: biermerken die algemeen bekend staan als hebbende een goede kwaliteit. Er bestaan zowel regionaal, als landelijk verkrijgbare A-merken. De A-merken beslaan zo'n 70% van de markt, terwijl de B-merken zo'n 35% goedkoper zijn! (1984)
  2. B-merken: biermerken die algemeen bekend staan als hebbende een mindere kwaliteit. De brouwerij wordt wel op het etiket vermeldt. Vaak worden van deze bieren verschillende etiketbieren uitgebracht. Een voorbeeld: Skol Pilsener Bier, met de tientallen etiketbieren bestemd voor supermarkten.
  3. Gelegenheidsbieren: bestaande bieren met een gelegenheidsetiket, of speciaal voor gelegenheden gebrouwen bieren. Speciale gelegenheidsbieren zijn bv.: beursbier, geboortebier, jubileumbier, trouwbier, pannebier etc..
  4. Etiketbieren en private labels (huismerken): Eén brouwsel dat verkocht wordt onder meerdere etiketten en tegen verschillende prijzen. Bij etiketbieren komt de naam van de (op het etiket vermelde) verkoper niet overeenkomt met de naam van de (niet op het etiket vermelde) werkelijke producent. Misleidend is, dat vaak een (soms niet werkelijk aktieve of niet bestaande) brouwerij als zgn. producent wordt vermeld terwijl dit slechts de verantwoordelijk verkoper is, de werkelijke herkomst is dan niet of zeer onduidelijk op het etiket weergegeven. Vaak gaat het om al bestaande bieren met een nieuw etiket. De consument wordt dus misleidt! Private labels zijn etiketbieren speciaal bestemd voor supermarkten. Niemand maakt echter private labels, de produkten die achter de huismerken van o.a. Albert Heijn, Spar en Super zitten. Althans: bijna niemand wil weten dat hij private labels maakt, omdat de meeste brouwerijen hun eigen topmerk geen schade willen berokkenen. Immers wat gebeurt er als bekend wordt dat het topmerk ook onder een andere naam, maar tegen een goedkopere prijs verkocht wordt. Brouwerijen die private labels produceren zijn o.a.: VBBR, Dommelsche Bierbrouwerij en Bavaria. - Afgeleide bieren: uitgaande van een bestaand bier wordt een lichte variatie toegepast. - Eenmalig gebrouwen bieren: bieren die door een brouwerij slechts eenmalig (vaak als experiment) gebrouwen worden. - Streekbieren: - Exportbieren: Voor de meeste consumenten is de smaak van een bier de belangrijkste factor om een bier te kopen (de prijs is natuurlijk ook niet geheel onbelangrijk). Zowel brouwer als consument hebben een bepaalde verwachting van de smaak van een bier, die in de praktijk niet altijd hetzelfde blijkt te zijn, zoals moge blijken uit de driehoeksttest.  Driehoekstest: Een blindproeftest met drie bieren waarvan twee dezelfde. Hoe meer proevers het derde bier eruit halen des te gerechtvaardiger is het werkelijk geproefde verschil. Het is niettemin mogelijk dat de consument verschillen kan constateren bij bieren van hetzelfde brouwsel. Dit komt voort uit: - wijze van bewaren (temperatuur - scherpe temperatuurschommelingen kan troebelheid veroorzaken - en hoeveelheid licht) - wijze van transport (veel geschud, liggend/staand) - leeftijd bij aankoop (een reden voor vermelding van botteldatum) - natuurlijke oxidatie - wijze van schenken (glas, temperatuur, toevoegingen zoals grenadine en citroen, met of zonder gist, etc.) - smaakwaarneming consument De term etiketbier is bij bovenstaande verschijnselen dus onjuist. Etiketbieren, zoals boven beschreven, kunnen in de volgende verschijningen voorkomen:
  • De opdrachtgever levert aan de brouwerij 'eigen' etiketten met de naam van het etiketbier en de naam van de verkoper i.p.v. de naam van het moederbrouwsel en de brouwerij van herkomst. De herkomst is meestal onbekend en men kan dus spreken van misleiding.
  • De brouwer plakt zelf verschillende etiketten op flessen van éénzelfde brouwsel voor zichzelf of in opdracht van andere brouwerijen
  • Brouwerijen leveren bier zonder etiket, dat in strijd is met de wettelijke voorschriften.
  • De brouwer weet van niets en in de tussenhandel of thuis  worden etiketten afgeweekt en andere etiketten opgeplakt. De brouwers veroordelen deze aktiviteiten scherp. Dit gebeurt steeds vaker, door mensen die voor iedere gelegenheid een biertje uitbrengen, vaak met een primitief etiket. Soms ontbreekt zelfs de naam van de brouwerij. Prive-uitgaven.
  • De brouwer brouwt elke keer brouwsels die bewust weinig van elkaar verschillen om de indruk te wekken een nieuw bier te brouwen.
Het op de markt brengen van een origineel bier brengt veel risico's met zich mee. Het is dan ook logisch dat een bepaalde brouwerij op bijna hetzelfde tijdstip twee bijna identieke bieren op de markt brengt als twee A-merken.

Het geheime wapen van iedere brouwer is het versnijden van verschillende brouwsels om zo verschillende maar wel zeer veel op elkaar lijkende bieren te laten verschijnen op de markt. Deze inspanning toont gebrek aan inventiviteit en is zeker geen garantie voor constante kwaliteit van de smaak.

Nieuwtje: (etiket)bieren met etiketten in verschillende kleuren laten drukken. Niet leuk voor verzamelaars, alleen goed voor de eigen portemonnee.

Geschiedenis kruideniersbieren/supermarktbieren

Tot 1947 was Brouwerij Phoenix te Amersfoort de enige brouwerij die kruideniersbier brouwde. Men brouwde o.a. voor Sperwer en Spar. De Amsterdamse brouwerij van Vollenhoven volgde. De kruidenier werd supermarkt en Phoenix en van Vollenhoven verloren de prijzenoorlog van concurrerende brouwerijen als Bavaria en Dommelsch. Phoenix en van Vollenhoven verdwenen dan ook van de markt. Bavaria, Dommelsch en sinds de jaren '60 ook de VBBR (resp. Breda, Drie Hoefijzers, Oranjeboom, Skol) zijn nog steeds brouwers van supermarktbieren. Heineken, Grolsch, Brand en andere (regionale) brouwers brouwen deze bieren niet, omdat men grote waarde hecht aan merkgebondenheid en smaakpatroon van de consument.

De etiketbieren worden in het algemeen met een andere gist gebrouwen, hebben een mindere en/of afwijkende hoeveelheid hop en moutstorting en hebben een lager stamwortgehalte (± 11oP). Ook de lagertijd zou aanzienlijk korter zijn, wat resulteert in lagere produktiekosten. Dit levert een bier van minder kwaliteit, maar waar de consument toch genoegen mee neemt door de lagere prijsstelling (als je het maar koud drinkt, dan valt het ......).

De etiketbieren van dezelfde brouwerij vertonen opvallende overeenkomsten in geur, kleur, smaak en prijs(?), vandaar ook de naam etiketbieren. De vele verschillende namen voor etiketbieren komen ook voort uit het feit dat er vele (regionale) supermarkten e.d. zijn, die elk hun eigen (goedkope) bier willen hebben. De nieuwe brouwerijen hebben de faciliteiten niet om grote hoeveelheden voor derden te brouwen, maar ook hier komt het verschijnsel etiketbier voor. Het zijn vaak bieren die identiek zijn aan een bestaand bier van de brouwerij, maar bedoeld zijn als gelegenheidsbier en dus van tijdelijke aard zijn. Ook zijn er enkele Belgische brouwerijen die etiketbieren uitbrengen speciaal voor de Nederlandse markt. BIOS, Sterkens, RIVA en Du Bocq zijn brouwerijen die dit veelvuldig doen. Het betreft dan gelegenheidsbieren, bieren voor slijterijen of bieren voor cafés.

De modetrend is om met ludieke namen aan nostalgie te appeleren puur als verkoopargument. Het moederbrouwsel en de brouwerij van herkomst zijn voor de consument vaak zeer moeilijk te achterhalen, met als resultaat dat de verkoper een vaak veel te hoge prijs vraagt.

De naam van het moederbrouwsel zou op het etiket van een etiketbier vermeld moeten worden om de consument te beschermen tegen misleiding, wat volgens de wet strafbaar is. Ook zou de brouwerij van werkelijke herkomst vermeld moeten worden. Het verschijnsel etiketbier is moeilijk te ontdekken en nog moeilijker te bewijzen, omdat elk brouwsel enigszins kan afwijken en er zelfs binnen één brouwsel afwijkingen kunnen ontstaan, bijv. door ongelijke verdeling van de gist.