oC
Aanbevolen glas:
Best Bitter - (Extra) Strong Bitter
Best Bitter vertoont heel veel overeenkomst met de gewone
bitter, maar is wat zwaarder en voller/sterker van smaak. Sommige brouwerijen
vergroten de bitterheid van dit bier ook enigszins. Tegenwoordig worden echter
ook gewone bitters 'best bitter' genoemd door de bierproducenten, hetgeen tot
verwarring leidt.
Alcoholpercentage: rond
6% (soms: 3.5% of 4.5%)
Kleur:
middel koperkleurig
Smaak:
als
gewoon bitter, maar wat voller en meestal wat bitterder
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur:
10-12oC
Aanbevolen glas:
bierpul of Engels glas
Bitter - Bitter Ale
Van oorsprong is dit bier een tapbier, dat onder natuurlijke
koolzuurdruk
(dus geen koolzuur uit een cylinder toevoegen) wordt getapt,
eventueel zelfs
opgepompt als het vat in de kelder staat. De bitterheid is
wat groter dan die
van de Pale Ale, zoals het bier in zijn totaliteit wat
voller en zwaarder is.
Wordt tegenwoordig ook vrij veel op fles verkocht.
Gebottelde bitters worden
gepasteuriseerd of er wordt ascorbinezuur (anti-oxidant) aan
toegevoegd,
waardoor het karakter van de versgetapte Bitter verregaand
wordt afgebroken.
Het Bitter en Best Bitter zijn nog steeds sterk verspreid in
Groot-Britannië. De Engelsen waren nl. na de introduktie van hop door de
Nederlanders er zozeer aan gehecht geraakt dat hun belangrijkste biersoort,
Bitter, er direct de naam en smaak aan ontleent. Alleen bij een wat lager
alcoholpercentage komt de hopbitterheid van
een echte Bitter goed tot zijn recht, aldus Jackson.
Alcoholpercentage: 3.5-5.5%
Kleur:
koper
Smaak:
sterke
bitterheid, gecompenseerd met moutsmaak; zacht; varierend van droog en hoppig, tot zoet (in Schotland)
Soort gisting:
hoge
Schenktemperatuur: 10-12oC
(eventueel iets koeler)
Aanbevolen glas: Engels pintglas of bierpul
Brown Ale
In deze Engelse biersoort zijn feitelijk twee stijlen te
onderscheiden: de zuidelijke die wat minder donker is en zoeter en de
noordelijke die donkerder en bitterder is. De zoete smaak kan worden versterkt
door het toevoegen van lactose. Brown Ale is de gebottelde versie van het
getapte Mild Ale (de donkere versie).
Alcoholpercentage: 3-4.5%
Kleur:
variërend
van donker amber tot bruinzwart (diep
koper tot ondoorschijnend bruin)
Smaak:
moutig
zoet en soms iets bitter vanwege de gebrande mout; matig van body
(laag koolzuurgehalte)
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur:
10-13oC
Aanbevolen glas:
Engels glas
Christmas Ale
Dit is de kerstbier-variant van de Scotch Ale, meestal van
vergelijkbare samenstelling maar met een iets hoger alcoholpercentage. Er zijn
echter ook Belgische brouwerijen die een Christmas brouwen met een alcoholpercentage van rond de 6%, wel in
dezelfde stijl, maar dus aanmerkelijk minder zwaar. Niet alle Belgische
kerstbieren zijn in deze stijl gebrouwen. Zie ook Kerstbier.
Alcoholpercentage: 7-8.5%
Kleur:
donkerbruin,
zeer donker amber
Smaak:
volmoutig,
vaak ook zeer zoet
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur:
8-10oC
of iets warmer
Aanbevolen
glas:
scotch
glas of ballonglas
Light Ale
Light Ale is het lichtste van een vijftal verwante Britse
biersoorten: Pale Ale, Strong Ale, Bitter, Best Bitter en Light Ale. Alle
soorten zijn koperkleurig, maar het alcoholpercentage loopt uiteen. De ales
zijn flessebieren, de bitters zijn in oorsprong tapbier, maar worden in
toenemende mate ook op de fles geleverd. Door het lage alcoholpercentage en het
gebruik van (vrijwel) uitsluitend lichtgekleurde moutsoorten is in light ale
geen
duidelijke moutsmaak te onderkennen en bepaalt vooral hop de
smaak. Het gebruik van een goede hopsoort als Goldings is daarom noodzakelijk.
De term 'Light' slaat niet op het geringere alcoholpercentage, maar op de
kleur.
Alcoholpercentage: 3-4%
Kleur: licht
Smaak: licht, hoppig bitter
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur: 10-13oC
Aanbevolen glas: Engels pintglas of bierpul
Mild Ale - Mild
Typisch tapbier dat populair is is in de Midlands en
Noordwest-Engeland, hoewel het in het grootste deel van het land verkrijgbaar
is. Dikwijls donkerbruin met een caramelsmaak, door toevoeging van donkere mout
of caramel. Deze versie wordt ook aangeduid met de naam Dark Mild, dit i.t.t. de Light Mild die koperkleurig is. Dark Mild bier vertoont een
bepaalde verwantschap met de noordelijke Brown Ale, maar verschilt daarvan in zoverre dat Mild Ale meestal bitterder is en weinig of niet wordt aangezoet.
Naar Britse maatstaven is het maar licht gehopt. Milder, zachter en meestal een lager alcoholpercentage dan het Bitter. De Engelse Bitter-drinker noemt het
mild minachtend 'dropwater'.
Gewoonlijk het goedkoopste ale dat te krijgen is, en daarom
was het vroeger ook de drank van de werkman. Mild heeft over de jaren veel
populariteit verloren, maar in bepaalde streken van Engeland is het nog steeds
populair. in vijftiger jaren sterkere vraag naar Mild, later verdrongen door
Bitter en weer later door Lager
Alcoholpercentage: 2.5-4.5%
Kleur: donkerbruin (vgl. stout)
Smaak: licht moutig met duidelijke hopbitterheid; caramel-zoet
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur: 10-12oC (kamer- of keldertemperatuur)
Aanbevolen glas: pul of Engels glas
Pale Ale (Engelse stijl)
In vergelijking met een bier als Guinness was de gangbare
biersoort van Midden-Engeland nogal bleek, of licht van kleur, vandaar dat deze
amberkleurige drank de name Pale Ale kreeg. Pale Ale werd voor Engeland wat
stout was voor Ierland: de volksdrank.
Van oorsprong de gebottelde versie van het Bitter, met een
lichte smaakafwijking. Duidelijk verwant aan de Light Ale, echter met een wat
hoger alcoholpercentage en iets meer moutsmaak. Deze bieren hebben een typisch
hoparoma doordat tijdens de nagisting aromarijke hopsoorten worden toegevoegd
(dry hopping). Iets zoeter van smaak dan het Belgische Ale, maar wel ongeveer
even zwaar. Pale Ale is zeer populair in Engeland en België. Het wordt gemaakt
van donkere mout en het brouwwater moet bij voorkeur hard zijn. De maltoserust
is hier ver doorgevoerd, vaak wordt suiker aan de wort toegevoegd ter
compensatie van het hogere eiwitgehalte van de donkere mout. Het
alcoholpercentage is doorgaans hoger voor de Export Pale Ale.
Alcoholpercentage: 4.5-5.5% (soms: 3% of 7.5%)
Kleur: licht tot licht koperkleurig
Smaak: hoppig bitter maar ook duidelijk (zoet-)moutig; soms stevig van body
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur: 10-13oC
Aanbevolen glas: Engels pintglas of bierpul
Strong Ale - Burton Pale Ale - India Pale Ale (IPA)
In zijn natuurlijk gerijpte vorm is Pale Ale uit Burton een
zeldzame klassieke verschijning. Het is levendig, een beetje zurig met een
stevige hopsmaak. De naam India Pale Ale stamt uit de dagen van de grote
koloniale handel. Dit type bier werd namelijk voor de Britse troepen in India
gebrouwen en moest dus vanwege het langdurige transport en de wisselende
temperaturen goed bestand zijn tegen bederf. Vandaar het relatief hoge
alcoholpercentage en de hoge hopgift (conserverende werking) voor dit bier.
Door de grotere sterkte, vandaar de naam strong ale, komt echter ook de moutsmaak in dit bier
goed tot zijn recht. Burton werd door zijn water dat bijzonder geschikt was
voor het IPA de brouwhoofdstad van Groot-Brittanië. Veel brouwers verhuisden
naar Burton, of voegden mineralen toe aan hun water om het meer op dat van deze
stad te doen lijken. Deze heldere bieren zijn de voorlopers van het
tegenwoordige bitter, de populairste biersoort onder de ales.
Tegenwoordig worden de benamingen Pale Ale en India Pale Ale
nogal willekeurig door elkaar gebruikt.
Alcoholpercentage: rond
7% (soms: 3.5%, 4.5%, 5.5% of 8.8%)
Kleur: meestal
licht koperkleurig
Smaak: goede
balans tussen moutigheid en bitterheid, soms wat extra bitterheid
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur: 10-12oC
Aanbevolen glas: (kleinere) bierpul of 0.5-pint
Engels glas
Winter Ale - Old Ale -
Strong Ale
Winter Ales zijn meestal wat zwaarder, donkere en zoete
seizoensbieren met veel smaak. Over het algemeen zijn de Strong Ales qua kleur
en ook wel qua smaak te vergelijken met het dubbelbok.
Alt
Een hooggegist bier waaraan Düsseldorf zijn faam als
brouwstad ontleend; de naam alt duidt op de oorspronkelijke brouwmethode. Wordt
behalve in de omgeving van Düsseldorf ook in de omgeving van Münster gebrouwen.
Met name de Münsterse variant vertoont een iets zurige smaak en is lichter van
kleur.
In Duitsland wordt alt gebrouwen van 70% lichtmout, 20%
münchenermout en 10% kleurmout, met tamelijk hard water (ongeveer 10oD.H.)
en twee tot drie hopvariëteiten (hoofdzakelijk Spalt). Door de grote hopgift
(30-50 IBU) smaakt het bier uitgesproken bitter-hoppig, maar de mout is toch
nog te onderkennen, mede door het gebruik van kleurmout. Soms wordt er ook
gebruik gemaakt van tarwemout. Het brouwproces van dit bier vereist vrij zacht
water. In het verleden (voor de invoering van het Reinheitsgebot) schijnt het
ook te zijn gebrouwen met een toevoeging van rozemarijn. Alt is oppervlakkig
verwant aan de Engelse ales en de Nederlandse en Belgische speciaalbieren. Alt
is echter ronder van body en zuiverder van smaak door 3 tot 6 weken koude
lagering.
De Nederlandse altbieren zijn wat lichter van smaak dan de
gemiddelde Duitse door een lagere hopgift. (Ook wel: Licht tot tamelijk sterk
zoetig-bitterig bier met dikwijls een gebrand of geroosterd aroma. Geïnspireerd
op het Duitse alt-type.)
Alcoholpercentage: 4-5.5%
Kleur: 25-38
EBC, (donker) koperkleurig/lichtbruin
Smaak: overwegend
hoppig, soms iets zurig, licht caramel, droog in de afdronk
aromatische,
iets fruitige bitterige-zoete smaak
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur: 7-10oC
Aanbevolen glas: alt-beker (= cylindervormig hoog
glas)
Bière de Garde
Dit Noordfranse bier is de specialiteit van de streek rond
Duinkerken. Het doet enigszins denken aan de saisons uit Henegouwen, maar is
meestal wat zwaarder. Zowel de kleur als het alcoholpercentage zijn variabel.
Ook wordt het wel als lage gistings-bier geproduceerd (zelfs met nof!: Lutèce
(5%), van de Parijse brouwerij Lutèce).
Alcoholpercentage: 5-7.5%
Kleur: licht
tot donker amber/koperkleurig
Smaak: droog,
overwegend hoppig door gebruik van bittere hopsoorten
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur: 8-10oC
Aanbevolen glas: pils- of limonadeglas
Houdbaarheid: 1 jaar (de zwaardere soorten
langer)
Blond Hooggegist Pilsener
Een type bier dat veel op pilsener lijkt: goudblonde kleur,
alcoholpercentage ca. 5% en relatief neutraal van smaak. In tegenstelling tot
de pilseners zijn deze bieren van hoge gisting en zachter van smaak. Deze
biersoort is te vergelijken met het Kölsch.
Alcoholpercentage: 4.5-6%
Kleur: lichtblond tot goudgeel
Smaak: variërend van neutraal tot hoppig bitter
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur: 6-8oC
Aanbevolen glas: voetglas
Een variant-soort is het Zwaar Blond Hooggegist Bier, met als voorbeeld het Belgische Duvel.
Bokbier
"Het is er weer."
De oorsprong van bokbier
Over de oorsprong van bokbier doen allerlei smakelijke
verhalen de ronde. Dat het met recht een geestrijk vocht mag heten is dus wel
zeker. Een verhaal over de oorsprong is het volgende. In de 14e eeuw
begon men in de sedert 1378 Noordduitse Hanzestad Einbeck, in het vorstendom
Grubenhagen, met het brouwen van een bijzonder zwaar, bovengistend bier van het
weißtype. Met succes, want al in de 15e eeuw werd het naar verre
oorden als Amsterdam, Innsbruck, Stockholm en Sint-Petersburg geëxporteerd. In
de daaropvolgende eeuw viel het oog van een van de Einbecker brouwers op een
Beiersche schone. Aangezien hij er op stond om op hun bruiloft zijn geliefde
bier te schenken vertrok een volle wagen richting München. Nadat de
aanvankelijk
sceptische Münchenaren de trots van Einbeck hadden geproefd
was er volop begrip voor zijn standpunt. Reden voor een plaatselijke brouwerij
om de man in dienst te nemen en hem het brouwen van dit smakelijke bier voort
te laten zetten, waarop het bier aan een verdere opmars begon. De naam van het
bier veranderde echter onder invloed van het Beiersch dialect: 'Einbecker Bier'
werd via 'Ainpöckisch Bier' en 'ainpökisch' uiteindelijke 'ein Bock'. Het
betrof hier een lichte bock, beter bekend als meibok. De lichtgekleurse versie
is dus de oorspronkelijke, maar de donkere is thans aanmerkelijk populairder.
Sinds jaar en dag wordt bokbier ook buiten Duitsland
gebrouwen, zij het vaak op geheel eigen wijze.
Bokbier in Nederland
Zie wetgeving voor de definitie van bokbier
in de
Nederlandse wetgeving.
Afzetontwikkeling Bokbier (Bron CBK)
1988 : 29.858 hl
1989 : 28.030 hl
1990 : 32.087 hl
1991 : 37.049 hl
1992 : 55.752 hl
1993 : 66.900 hl
1994 : 79.437 hl
1995 : 85.168 hl
De bokbieromzet als percentage van de totale bieromzet steeg
van 1.8% in 1991 naar 2.8% in 1992. De verdeling van de markt was in 1992 als
volgt:
- Grolsch Bokbier Oogst 1992 36.5%
- Heineken
Tarwebok Premium Quality
25.8%
- Brand Dubbelbock Bier 4.7%
-
Amstel Bier Bockbier
3.9%
- Overig
29.1%
Donkerbok - Najaarsbok - Herfstbok - Winterbok
Het brouwen in het najaar komt voort uit de oude gewoonte om
met de pas geoogste zomergerst een zwaar proefbrouwsel - samengesteld uit
verschillende soorten mout - te maken, zodat de brouwer wist wat de nieuwe
oogst waard was. Vandaar dat het donkerbok
altijd in het najaar verschijnt. Tegenwoordig wordt de kwaliteit van
gerst vooraf door laboratoriumanalyses en proefvermoutingen vastgesteld, en is
er eigenlijk geen reden meer voor bokbier, hoewel!
De gevestigde Nederlandse brouwerijen, verenigd in het CBK,
hebben collectief besloten jaarlijks op de eerste
maandag van de maand oktober het bokbier-seizoen te openen
(in Duitsland worden de traditionele 'Bockbieranstiche' echter pas in november
gehouden). De nieuwe onafhankelijk opererende brouwerijen laten zich echter
niet door deze (buiten hun om genomen) afspraak binden. In 1980 was de
onderlinge afspraak nog om de bokbieren rond 6 december uit te brengen, maar
ook toen hield niet iedereen zich daaraan.
Het bokbier wordt op soortgelijke wijze gebrouwen als het
Münchener. De Nederlandse brouwers zijn het over de smaak en het karakter van
het bokbier niet met elkaar eens. Sommige bokbieren zijn uitgesproken zoet,
andere zijn iets zurig (Raaf), weer andere hebben een
caramelbittere smaak. Sommige brouwers van kleine brouwerijen voegen zelfs
kruiden (koreander) toe aan het brouwsel. Over het algemeen kan men echter wel
zeggen: laaggegist bokbier is een robijnrood en hooggegist bokbier is een
donkerbruin brouwsel; beide soorten hebben een alcoholpercentage van rond de
6.5%. Meestal worden drie soorten mout gebruikt. De caramel- en kleurmout geven
het bier daarbij ook zijn mooie kleur en zorgen voor de lichtzoete afdronk.
Variaties in de hop- en gerstkwaliteit, basisreceptuur en
gistingsomstandigheden zorgen ervoor dat de bokbieren ieder jaar anders kunnen
zijn. Er zijn goede en slechte bokbierjaren (net zoals bij wijn)! De grote
brouwers proberen door verschillende brouwsels te mengen en
ander kunst- en vliegwerk een wat constanter produkt te leveren. Verder zijn
er, ondanks alle goede zorgen, iedere jaar toch weer bokbieren, vooral van
kleine brouwerijen, die hetzij niet vrij zijn van infecties of zijn aangetast
door andere brouwfouten.
In Duitsland is er sprake van Weizen Bock en Donker Bock.
Donker Bock is vergelijkbaar met onze najaarsbok, alleen is Donker Bock
gemiddeld genomen iets zwaarder en het gehele jaar door verkrijgbaar.
Alcoholpercentage: 6-7% begin SG t/m 1059
Kleur: donker koperkleurig tot donkerbruin; diep roodbruin (min. 40 EBC)
Smaak: bitter-zoetig, zacht caramelmoutig, soms iets branderig
Soort gisting: hoge/lage (oorspronkelijk hoge)
Schenktemperatuur: 10-12oC
Aanbevolen glas: bokaal of ballonglas
Dubbelbok - Doppelbock
Extra zwaar, laaggegist bier, voor het eerst gebrouwen door
Italiaanse monniken in Beieren onder de naam Salvator. In Duitsland zijn er op
zijn minst 200 voorbeelden van. Gewoontegetrouw eindigen de merknamen op -ator.
Het stamwortgehalte mag niet minder zijn dan 18oP. Soms wordt 28oP
bereikt (EKU Kulminator). Alcoholpercentage: 7.5-13.0% (in het verleden werden
er echter ook bieren verkocht onder de naam Salvator, met slechts een
alcoholpercentage van ca. 4% (1853)). Schenken op kamertemperatuur of
lichtgekoeld.
Bokbieren met een stamwortgehalte hoger dan 18oP;
'gewone' bokbieren hebben een stamwortgehalte hoger dan 15.5oP.
Dubbelbok: begin SG 1060 t/m 1080, kleur min. 40 EBC
Meibok - Voorjaarsbok - Lentebok - Zomerbok - Lichtbok - Paasbok
Meibok, onder diverse namen verkocht, is een seizoensbier alleen verkrijgbaar in de maanden april, mei en juni. Volgens afspraak worden de
meibokken op de eerste maandag van april op de markt gebracht (in 1993 gold nog de derde maandag!). Echter door de veelheid aan
verschillende namen kan iedereen zich hieraan simpel onttrekken door te stellen dat het geen meibok is. De Nederlandse meibokken lopen nogal
uiteen qua smaak.
Lijkt sinds 1992 met de introductie van Grolsch Meibok Lentebier definitief doorgebroken te zijn; daarmee heeft Nederland een
tweede seizoens-specialiteit. De middelgrote brouwerijen als Lindeboom (1980), Kroon (1989) en Arcen (1983), en de meeste kleine brouwerijen
hadden al eerder een meibok.
In vroeger tijden was de meibok het laatste brouwsel voor de traditionele zomerstop. Het gebrouwde bier werd extra zwaar gemaakt met
een hoger alcoholpercentage dan het gewone pils om de warme zomer te doorstaan. De alcohol werd als
bewaarmiddel gebruikt: een sterk bier is tijdens warm weer nl. minder gevoelig voor bederf (door wilde gisten en andere besmettingen) dan
een licht bier.
Men kende nog geen koelmachines, en de brouwsels werden vaak in de open lucht
gekoeld. Inmiddels was 'bok' een synoniem geworden voor sterk bier; de verkoop
van dit bier startte in mei, dus: meibok.
In de 13e eeuw werd in Nedersaksen een speciaal
bier gebrouwen van de eerste gerstoogst in september. In mei van het jaar daarop was het
klaar voor consumptie. Vandaar de naam Meibock. Veruit de meeste Duitse
(mei)bokbieren zijn van lage gisting.
In Duitsland kent men van de meibok ook Doppel- en
Eisbockvarianten. Soms
verhoogt men bij meibok de hopgift om een betere balans te
krijgen tussen
mout- en hopsmaak.
Alcoholpercentage: 6.5-7% (of meer: doppel- en eisbockvariant); begin SG 1060 t/m 1080
Kleur: donkerblond/amber tot lichtkleurig, max. 30 EBC
Smaak: overwegend moutig, soms ook iets bitter, iets zoetig
Soort gisting: hoge/lage (oorspronkelijk hoge)
Schenktemperatuur: 10-12oC
Aanbevolen glas: bokaal of kelkglas
Wat is nu het verschil tussen een meibok en een najaarsbok?
De sterkte van beide bokbieren ontloopt elkaar niet veel. Het grote verschil is
echter, dat voor een meibok minder donkere (gebrande) moutsoorten worden
toegevoegd, zodat de kleur lichter blijft. Het najaarsbokbier heeft meer
donkere mout, zodat de kleur donkerder is. Door deze donkerder mout kan ook een
caramelbittere smaak ontstaan. Dat is de reden dat veel
najaarsbokken (deels) worden bijgekleurd met bruine kandij
in plaats van met kleurmout, omdat de brouwers menen dat de caramelmout-smaak
niet zo bevalt bij het grote publiek.
Eisbock
Om de meibok niet de zware smaak van mout te geven werd later een ijsbok
ontwikkeld. Een normaal bier werd in die tijd in tanks gelagerd en de kelder
werd volgegooid met ijsschotsen. Hierdoor bevroor het water uit het bier op
de tankwand. Het alcoholpercentage steeg en de kleur werd iets donkerder. Dit
zogenaamde Eisbock was destijds de zuiverste meibok.
De allerzwaarste Dubbelbock noemt men soms ook wel Eisbock,
omdat ze meestal zeer koel wordt gedronken. Drinktemperatuur rond 5oC.
Tarwebock - Weizenbock
Een kruising tussen de tarwebieren en de bockbieren, die
zowel in lichtgekleurde als donkergekleurde varianten voorkomt. Ook zwaardere
weizendoppelbock-varianten zijn bekend, zowel in lichte als donkere kleur.
Kenmerkend voor al deze bieren is de voor de sterkte zeer lage hopgift,
waardoor de moutsmaak zich mengt met de tarwesmaak en waarbij de hopbitterheid
een minder uitgesproken rol speelt. Door de gebruikte gist kan de smaak ook
iets naar de zure kant trekken. min. 20% tarwe
Alcoholpercentage: vanaf 7%, SG t/m 1059
Kleur: min. 30 EBC
Smaak: moutig, iets zurig, meestal weinig gehopt
Soort gisting: hoge/lage (oorspronkelijk hoge)
Schenktemperatuur: 10-12oC of iets koeler
Aanbevolen glas: slank kelkglas, voor lichtgekleurde: weizenglas
Clear Beer
Kraanwaterheldere doorzichtige bieren.
Alcoholpercentage: ca.4.7.
Cream Ale
Ondanks beweringen omtrent een Ierse herkomst een uitgesproken Amerikaanse biersoort. Het bekendste merk bestaat uit een mengsel
van boven- en ondergegist bier.
Dieetpils - Diät Pils
Bier met een laag koolzuurgehalte voor diabetici. Geen dieet
waar men van afvalt, hoewel veel bierliefhebbers in die mening verkeren. Licht hoppig-bittere
smaak. Liefhebbers van zeer droog bier waarderen dieetbieren louter vanwege de
smaak zonder dat ze verder belangstelling koesteren voor de
gezondheidsaspecten. Diabetes-bier bevat wel alcohol, maar geen koolhydraten.
Dortmunder - Dort
Vrijwel gelijktijdig met de uitvinding van het pilsener,
werd in Duitsland's grootste bierstad Dortmund een nieuw type ondergistend bier
ontwikkeld. Het bevat wat meer alcohol dan pils, is iets donkerder van kleur,
wordt gebrouwen met nogal hard, mineraalhoudend water en is minder gehopt dan
pils.
In Nederland zijn het tamelijk sterke zoetige bieren die
weinig gemeen hebben met de Duitse Dortmunders. Bovendien zijn ze vaak sterker:
ca. 6.5-7%.
Alcoholpercentage: 5-5.5%
Kleur: (donker) goudgeel/blond
Smaak: minder gehopt dan pils, waardoor de moutsmaak beter te onderkennen is, iets droog
Soort gisting: lage
Schenktemperatuur: 6-8oC (licht gekoeld)
Aanbevolen glas: pilsglas, pul (slanke modellen)
Dry
Een biertype dat veel op pilsener lijkt. Het heeft echter
een iets lager stamwortgehalte. Doordat het verder is uitgegist bevat het nog
wel 5% alcohol, maar minder restsuikers, waardoor de smaak wat droger wordt.
Het bier bevat verder meer koolzuur, waardoor de sprankelende smaak wordt
verkregen. Ook het bittergehalte is lager dan bij pilsener. Populair in Japan
en begin jaren '90 in de VS.
Dubbel
Dubbel was oorspronkelijk de aanduiding voor een wat sterker
en zwaarder bier verkregen met een dubbele/grotere hoeveelheid grondstoffen. De
naam sluit aan bij een oude traditie die nog stamt uit de tijd dat de meeste
cafébazen niet konden lezen of schrijven. Toen schreven de brouwers op een vat
normaal bier een kruis, op een vat zwaarder bier twee kruizen (dubbel) en op
het vat van het zwaarste bier drie kruizen (tripel). Quadrupel is dan een nog
zwaarder bier van vier kruizen.
Tegenwoordig verstaan we er hooggegiste bruine bieren onder,
met een (licht)zoete smaak en een alcoholpercentage tussen de 6 en 7%. De smaak
is altijd een combinatie van zoet en bitter nuances. De meeste
trappistenbrouwerijen hebben een dubbel in het assortiment. In Nederland hebben
de dubbels (en ook de tripels) over het algemeen een wat minder geprononceerde
kruidensmaak als in België.
Alcoholpercentage: 6-8% (SG 1065-1074)
Kleur: donker koper- of amberkleurig (>40 EBC)
Smaak: moutig, iets zoet, meestal met herkenbare koreandersmaak
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur: kamertemperatuur of iets koeler
Aanbevolen glas: kelkglas, ballonglas of bokaalglas
Enkel - Extra
Het door trappisten gebrouwen bier voor eigen gebruik. Soms
buiten de kloostermuren verkrijgbaar. Ook wel Refterbier genaamd.
Alcoholpercentage: 4-5%
Kleur: blond/goud
Smaak: varieert per trappistenklooster, meestal lichte variant bestaand trappistenbier
Soort gisting: hoge met nof
Schenktemperatuur: oC
Aanbevolen glas: bokaal
Exports
Exports zijn in België dikwijls iets zachtere en/of lichtere versies van het pilsener.
In Duitsland zijn het meestal lichtgekleurde, lichtgehopte, maar iets zwaardere versies van een biersoort. Men heeft van vele biersoorten
een normale versie en een export-versie.
In Groot-Brittanië heeft men de (strong) export ales, met
een alcoholpercentage van ca. 4.5%.
In Nederland wordt de term gebruikt voor bieren die bestemd
zijn voor export naar het buitenland. Deze zijn meestal ook anders verpakt,
b.v. 33cl i.p.v. 30cl.
Faro - Faro Lambic
Normaal is dit zuur bier van spontane gisting (lambic) waaraan
gebrande
(riet)suiker of kandijsuiker is toegevoegd zodat de
vergisting weer op gang
komt en het bier een zurig-zoetige smaak krijgt (rijping op
kandij).
Eventueel worden kruiden toegevoegd. Meestal wordt de faro
op vat
afgevuld, daar het in flessen slechts 2 tot 4 dagen houdbaar
is. Bovendien
zou de fles kunnen ontploffen! Faro wordt het meest als
tafelbier gedronken.
De faro die toch op fles verschijnt bevat dus kunstmatige
zoetstoffen.
Tegenwoordig is het meestal een mengsel van bier van hoge
(donkere lambic
verkregen via cultuurgist) en spontane gisting ('oude'
lambic) wat
resulteert in een zoetig-zoet bier met hier en daar een
zurig vleugje.
Alcoholpercentage: ca. 3-6%.
Gerstewijn - Barley Wine
Zeer zwaar, hooggegist bier (ale) met een vineus karakter,
die meestal gebotteld verkocht worden. De smaak is in het
algemeen meer moutig dan hoppig, hoewel er een aanmerkelijke
hoeveelheid hop in gebruikt wordt. Door het zeer hoge alcoholpercentage
verdwijnt de schuimkraag vrijwel altijd zeer snel. Extreem zware bieren
(meer dan 10%) kunnen het beste zeer koel worden gedronken (minder dan 5oC)
uit smalle glazen.
Alcoholpercentage: ca. 10% (SG 1074-1100)
Kleur: varieert van blond tot donkerbruin geen kleurbepaling!!
Smaak: gebalanceerde mout-hopsmaak, sterk ontwikkeld door het hoge alcoholpercentage
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur: 10-12oC
Aanbevolen glas: niet te groot bourgogneglas
Gueuze - Gueuze-lambic
Gueuze, ook wel Brusselse Champagne genaamd, bestaat normaal
gesproken uit 100% lambic en is koperkleurig. De rijpingstijd van gueuze kan
oplopen tot 4 jaar en leidt dus tot grote investeringen in de voorraad. Gueuze
is het gebottelde mengsel van oude uitvergiste lambic met (verschillende
jaargangen) jonge lambic. Deze laatste bevat nog restsuikers, waardoor
de gisting doorgaat en er weer koolzuur wordt gevormd. Jonge lambic is ook
minder zuur (heel jonge lambic is zelfs zoet), waardoor de gueuze niet zo zuur
is als lambic. Afhankelijk van de brouwerij, varieert de smaak van licht zoet
tot zuur. Gueuze moet door goed mengen iedere keer hetzelfde uitvallen. Dit
mengen is noodzakelijk, omdat geen enkele lambic hetzelfde is door de
ontwikkeling in zijn eikenhouten vat. Een tarwesmaak is echter altijd duidelijk
aanwezig.
Een wijziging van de smaakvoorkeur van de consument naar
zoetere bieren leidde echter tot een wijzigend beleid van de brouwers. Meer en
meer zien we dan ook de laatste jaren de industriële gueuzes (onder meer van
Belle-Vue en St.Louis) opkomen: bier onder de naam gueuze, terwijl maar een
klein percentage (soms slechts 5%) lambic is. Het is een gewone praktijk dat
brouwers die op grotere schaal gueuze brouwen, hoge gistingsbier zelf brouwen
of kopen bij collega-brouwers en gebruiken in plaats van lambic. Anderen zijn
door toevoeging van veel suiker en vruchtenextracten nauwelijks nog als gueuze
herkenbaar of worden zelfs buiten de Zennevallei gebrouwen (zoals St.Louis te
Ingelmunster). De smaak is dan ook niet meer de traditionele zure-bittere
smaak, maar neigt eerder naar het zoete. Slechts de zeer kleine lambicbrouwers
en vrijwel alle gueuzestekers maken nog echte gueuze. De naam gueuze dekt dan
ook zeker niet meer de lading. Dit komt ondermeer door het ontbreken van wettelijke bescherming: de
enige bepaling in België is dat gueuze een zuur bier is van spontane of hoge gisting en gebrouwen moet worden van
tenminste 30% tarwe en een dichtheid moet hebben van tenminste 5 Belgische
graden. In de periode 1963-1975 bestonden er in België wel wetten, waarin stond
wat de eisen waren om een bier gueuze te mogen noemen. De echte traditionele
ongefilterde gueuze, zonder zoetstoffen, zonder kleur- en bewaarstoffen, met
fond, geproduceerd met uitsluitend lambik staat nu echter op het punt van
verdwijnen!
Echte (ongefilterde) gueuze, fond-gueuze, mag absoluut niet
rechtop worden bewaard en is dan jarenlang houdbaar. Een kalkstreep op de fles
zonder etiket gaf in het verleden aan welke kant boven gelegen had i.v.m. de
juiste inschenkhouding, omdat het bier ook horizontaal dient te worden
ingeschonken. Tegenwoordig moeten echter op alle bierflesjes een etiket, en dus
verdwijnen de authentieke gueuzeflessen met kalkstreep.
Alcoholpercentage: ca. 5%
Kleur: koper tot amber (gouden)
Smaak: rinsig (zurig-bitterig) tot zeer zuur (pH 3,5); in afdronk variërend van droog tot
iets zoet; zeer verfrissend
Soort gisting: spontane
Schenktemperatuur: 2-3oC
Aanbevolen glas:
industriele gueuze = gefilterd z.d.d. er geen hergisting meer plaats vind; er wordt extra koolzuur toegevoegd en
zoetstof
gemillesimeerde gueuze = een gueuze waarvoor lambik uit een
jaar gebruikt is
loerik = een gueuze die zeer langzaam hergist
Ice Beer/Eisbeer/IJsbier
Een nieuwe manier van bierbrouwen, die in de loop van 1993
doorbrak in Canada, Australië en Nieuw-Zeeland, leidde tot een 'nieuwe'
biersoort. Ice Beer rijpt onder een temperatuur van -2oC tot -4oC.
Na deze rijping worden de ijskristallen verwijderd; het overgebleven bier heeft
daardoor een grotere concentratie alcohol dan gewoon bier en is veel 'schoner'
en zachter.
Alcoholpercentage: 5.5%
Kleur:
Smaak:
Soort gisting: lage
Schenktemperatuur: 4-6oC
Aanbevolen glas:
Kölsch
In 1216 is voor het eerst officieel sprake van Kölsch als
een club van hoge heren, een "Bruderschaft", zich het alleenrecht
verwerft het bier te brouwen. Het moet dus al daarvoor bekend zijn geweest. De
geschiedenis van het Kölsch is een rustige; het is altijd gebrouwen en
gedronken. Kölsch heeft in de 19e eeuw en daarna niet te lijden
gehad van de opkomst van de laaggegiste doordrinkbieren, zoals Pilsener en
Münchener.
Kölsch is in feite het lichtgekleurde broertje van het Alt.
Het mag onder deze (beschermde) naam uitsluitend worden gebrouwen door 25 brouwerijen
in Keulen en directe omgeving. Het is dus een kenmerkend streekbier van het
Duitse Keulen. Kölsch wordt in beperkte mate gebotteld; het wordt hoofdzakelijk
ongepasteuriseerd en gefilterd getapt van (houten) vat. Naast de
koolzuurdrukmethode vind je in veel kroegen nog de aloude tapwijze
met het houten vaatje op de toonbank en het simpele kraantje
dat in het vaatje wordt geperst en dan gewoon wordt opengedraaid.
Kölsch bevat meer koolzuur dan pils, maar is toch een echt
doordrinkbier. De grondstoffen zijn algemeen bekend: ongebrande mout, Beierse
hop in pellets en de cerevisiae-bovengist. Kölsch wordt nauwelijks
geëxporteerd.
Alcoholpercentage: 3.8-5% (mag niet minder zijn dan 11oP)
Kleur: lichtblond
Smaak: dominant hoppig-bitter; licht van body; verfrissend
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur: 8-10oC (keldertemperatuur)
Aanbevolen glas: "Kölner Stange" (smal cylindervormig glas: 15-20-30cl); altglas
Düssel bier
Een kruising tussen alt en kölsch is het zogenaamde Düssel
bier, dat in Düsseldorf nog wordt gebrouwen. Qua kleur houdt dit bier het
midden tussen de beide andere bieren. Het water voor deze biersoort mag niet
te hard zijn.
Kellerdröves
Kellerdröves is dialect voor "Kölner Trübes",
Keuls troebel bier. Ook dit is het ouderwetse ongefilterde bier. Hoppig,
dorstlessend en licht verteerbaar.
Wieß
Dit is het Kölsch zoals het vroeger gebrouwen en gedronken
werd: ongefilterd, met de gist nog in het flesje. Het is troebel, zuriger en
voller van smaak. Drink dit uit het speciale glas in de vorm van een
paddestoel, dat veel dikker en zwaarder is dan het gewone Kölsch-glas; de gist
moet worden meegeschonken. Vanwege zijn wat bleke kleur (door het gistdroesem)
werd het vroeger "Wiesses Bier", Keuls dialect voor "Weisses
Bier", genoemd. Dit verbasterde weer verder tot kortweg "Wiess".
Kräusenbier - Zwickelbier
Indien een bier van lage gisting niet gefilterd wordt, wil
men in Duitsland nog wel eens de naam Kräusenbier of Zwickelbier bezigen.
Lager (Britse stijl) - Strong Lager
Beer
Met name in de Engelstalige landen worden alle laaggegiste
bieren met de term lager aangeduid. Het is een algemene term, hoewel de
meerderheid een interpretatie van de pilsenerstijl is. In Nederland is lager de
in onbruik geraakte term voor bier met een zwak alcoholpercentage. Qua
alcoholpercentage zijn de lagers met zo'n 3.5% over het algemeen 2% lichter dan
de Nederlandse pilseners. Tot halverwege de jaren zeventig waren de Britten met
geen stok aan het lager te krijgen. Na enkele achtereenvolgende hete zomers
bleek de biersoort opeens goed te zijn voor 1/5 van de Britse bierconsumptie.
Daarna was de opkomst van het lager niet te stuiten.
Lager is nu dan ook het meest verkochte bier in Engeland en
de grote brouwerijen besteden hun reclamebudgetten dan ook grotendeels aan deze
biersoort.
De Britse opvatting van lager is gemiddeld wat bitterder dan
de Duitse versie. Daarnaast is de smaak wat afgezwakt, zodat het Engelse lager
qua stijl redelijk in de buurt komt van de in Engeland gebruikelijke
bierstijlen, met name de pale ale - bitter familie.
Alcoholpercentage: ca.
5%
Kleur: licht
goudgeel
Smaak: bitterig
(smakeloos waterig)
Soort gisting: lage
(vroeger hoge)
Schenktemperatuur: 8oC
Aanbevolen glas: pilsglas, bierpul
Lager (Duitse stijl)
In Duitsland kent men zowel lichte als donkergekleurde
lagerbieren, waarvan echter de lichte veruit de bekendste zijn. Beide soorten
worden voorts onderscheiden in twee zwaarteklassen: 12oP en 14oP
(export).
Lager is veel gemakkelijker te brouwen dan pilsener, omdat
een goede pilsener zeer hoge eisen stelt aan het brouwwater, terwijl lager wat
dat betreft veel minder gevoelig is.
Alcoholpercentage: 5%
(export:6-6.5%)
Kleur: goudgeel;
donker lager: zeer donker amber
Smaak: zoetig
of neutraal; donker lager: moutig zoetig
Soort gisting: lage
Schenktemperatuur: 6-8oC
Aanbevolen glas: pilsglas, bierpul
Lambic
Lambic wordt al gedronken sinds de 13e eeuw en is
het resultaat van een spontane gisting, die ontstaat door de inwerking van
natuurlijke gistcellen op een wort van mout en tarwe.
Normaal is het een zeer zuur amberkleurig bier van 100
spontane gisting, dat ongeveer 35-40 tarwemout (of ongemoute tarwe?) bevat
naast de gebruikelijke gerstemout. In de zeer zure smaak is dan ook duidelijk
tarwe te
herkennen. Men gebruikt meestal wat oudere hop, van 1 à 2
jaar oud. Het alcoholpercentage is ruim 5. Er zijn echter ook mengelingen met
zoet bier van lage en/of hoge gisting, zodat in deze soort geen duidelijkheid
is.
Het koelen van de wort bij de bereiding van dit bier gebeurt
in grote, open en lage koelbakken waarover de buitenlucht strijkt. Deze lucht
is essentieel voor het lambicbrouwen: deze zorgt namelijk voor infectie van de
wort door samenspel
bacteriën en gist: Entrobacteriaceae-bacteriën Kloeckera-gist
Saccharomyces-gist
Pediococci
Brettanomyces Lambicus
Brettanomyces Bruxellensis
Er zijn vier fasen
in de hergisting op fles, blijkt uit onderzoeken
micro-organismen (Brettanomyces-infectie, of Lactobacillus
Bruxelliensis) die
de vergisting spontaan op gang brengen. Het brouwen
is daarom seizoensgebonden (vanaf oktober tot eind april).
Na deze spontane
vergisting vindt een jarenlange rijping op eikenhouten vaten
plaats. Deze vaten
blijven open, waardoor het schuim en koolzuur kan
ontsnappen. Lambic bevat dus
(bijna) geen koolzuur, is plat. Lambic kan alleen maar
gebrouwen worden
in de Zennevalei nabij Brussel, wegens de noodzakelijke
microbiologie in de
lucht. Doordat de micro-organismen in de vallei van plaats
tot plaats
verschillen, kan iedere brouwer een eigen te onderscheiden
produkt op de markt
brengen. (Door de ernstige luchtvervuiling van de laatste
jaren is niet meer
de lucht buiten de brouwerij de invloed, maar juist de lucht
binnen de
brouwerij!) Na transport de flessen gekelderd twee tot drie
weken laten rusten,
alvorens ze te consumeren. Liggend bewaren, voor contact
bier-kurk, met de
krijtstreep naar boven.
Voor Pasteur werden alle/vele bieren zo gebrouwen!!!
Alcoholpercentage: 4-5%
Kleur: geel
tot oker (mistig)
Smaak: zeer
zuur (afhankelijk van ouderdom) met droge nasmaak, plat (geen koolzuur), zwaartekracht tappen!!
rechtstreeks uit vaatje
Soort gisting: spontane
Schenktemperatuur: 12-15oC
Aanbevolen glas: zeer droog glas
Zie ook:
PINTnieuws 16, blz. 5, Lambic
PINTnieuws 84, blz. 19-23, Spottend
met alle brouwwetten - alles over lambik, geuze en kriek - deel 1
Eveneens zeer veel gedronken rondom in Brussel zijn de
volgende variaties van lambic.
De commerciele lambic wordt door veel brouwerijen aangezoet,
omdat men anders geen omzet haalt.
Half en half - Panaché
Mengeling van jonge en oude lambic vooraleer het
alcoholisatieproces op gang gebracht is en de schuimvorming tot stand gekomen
is.
Luierik
De 'gueuze-in-wording'. Na anderhalf jaar vormt zich het
schuim en verdwijnt geleidelijk de slijmerigheid van de lambic. Dankt zijn naam
aan het weinige schuim en de vaak zeer aangename weinig-bittere smaak.
Marsmeerts - Mjerts
Verkregen door het tweede of derde aftreksel van het
lambic-brouwsel. Zeer lichte lambic van ca. 2.5. Vormde in vroeger tijden,
tezamen met de oude lambic, faro.
Naast deze varianten verscheen in 1992 een nieuwe variant op
de markt.
Witte Lambic - Lambic
Blanche
Een kruising tussen lambic en witbier. Uitgaande van een
spontaan gegiste lambic wordt er met specifieke kruiden (koreander, citroen)
een witbier-variant van gemaakt. Sinds 1992 gebrouwen door de Belgische
Brouwerij Timmermans. Alcoholpercentage: 3-3.5.
Mix van witbier en oude en jonge jenever, dat in café's
uitgeschonken wordt in stenen literkruikjes.
Light
Bewuster en gezond leven met minder vet en calorieën was
eind jaren '90 'in'. Om aan de vraag van de consument te voldoen werden er
velerlei light-produkten ontwikkeld, waaronder bier. Light bieren zijn echte
dorstlessers, iets pittiger dan alcoholvrije bieren en
bevatten minder calorieën en meestal minder alcohol. Over het algemeen genomen
zijn het tamelijk smaakloze bieren.
Het brouwproces van de light bieren verschilt van het
normale proces door al het zetmeel uit de mout om te zetten in zoveel mogelijk
vergistbare suikers (maltose). De maïschmethode is aangepast. Zo vindt het
opwarmingsproces tijdens het brouwen 3½ uur in beslag, van 35o naar
76oC. De wort is veel dunner, dus men verkrijgt een bier met
relatief weinig alcohol.
Light bieren kwam men tot voor kort alleen maar tegen in
flesjes, omdat bieren behorend tot categorie II op vaten afgevuld, wel eens
voor 'kermisbier' of 'carnavalsbier' door zouden kunnen gaan en dat is volgens
art.23 van de Bierverordening verboden. Echter men tapt bij popconcerten steeds
vaker light bier, om moeilijkheden te voorkomen. Hiervoor is dus een ontheffing
nodig.
Light is een modenaam, deze bieren waren namelijk vroeger
ook al bekend onder de naam 'licht lager'. Voor deze biersoort is tegenwoordig
niet meer weggelegd dan een niche-functie, terwijl het in de VS toch heel
populair geweest is.
Alcoholpercentage: 1.2-5.0%
Kleur:
Smaak: weinig
Soort gisting: lage
Schenktemperatuur: oC
Aanbevolen glas:
Märzen of Spezial
Voor de uitvinding van de koelmachines werd dit bier in
maart gebrouwen en was vanwege het hogere alcoholpercentgae in de zomer beter
houdbaar. Het zou kunnen worden beschouwd als een kruising tussen de lichte en
de donkere bock met een wat lager alcoholpercentage en een nog wat lagere
hopgift. De smaak is dus uitgesproken moutig, waarbij nauwelijks of geen
hopsmaak meer te onderscheiden is. Dit bier wordt in Duitsland (Beieren) in
maart gebrouwen en tijdens de Oktoberfesten gedronken. Het Oktoberfestbier is
meestal langer gelagerd Marzen
Alcoholpercentage: 5.5-6%
Kleur: donker amber tot donkerbruin; roodachtig bruin
Smaak: moutig met weinig hopsmaak; bitter-zoetig (33ebu; hoppig, i.e. Oldenburgen Marzen)
Soort gisting: hoge/lage (oorspronkelijk hoge)
Schenktemperatuur: 10-12oC of wat koeler
Aanbevolen glas: bierpul
Münchener Braunbier
Münchener ontleent zijn naam aan de ontwikkeling van de
stijl in de 2e helft van de 19e eeuw in München. Het bier
werd gebrouwen volgens de Beiersche methode (i.e. lage gisting) en er was veel
vraag naar, maar het
werd later toch verdrongen door het pilsener. Een lange
lagertijd geeft Münchener een hoge mate van zuiverheid, Van oorsprong was
Münchener donker; tegenwoordig is het licht en heeft weinig onderscheid meer
van Dortmunder en pilsener.
Vervaardigd uit Münchener mout. Het bier bevat meer dextrines
doordat de maltoserust niet tot het uiterste wordt doorgevoerd. De hopdosering
is laag en het brouwwater bij voorkeur zacht.
In zijn vaderstad zou men het dunkles noemen om het te
onderscheiden van het algemene helles. Vele brouwers zijn er namelijk toe
overgegaan een veel lichter gekleurde versie te brouwen (= helles). Maar zowel
licht- als donkergekleurd Münchener wordt gekenmerkt door zijn moutige
smaak. Wat in de VS dark beer ofwel uiterst vaag 'donker bier' wordt genoemd,
is meestal in de praktijk Münchener. In Beieren wordt het effect van veel bier
drinken vaak getemperd door zo te brouwen dat het bier minder sterk alcoholisch
is.
Alcoholpercentage: 4-5.5%
Kleur: helder donkerbruin 40 EBC
Smaak: moutig, betrekkelijk weinig (aromatisch) gehopt, niet te zoet; vol van body; bitterig; karakter van de op hoge temperatuur afgeëeste mout
Soort gisting: lage
Schenktemperatuur: 8-10oC; donker Müchenerbier op keldertemperatuur schenken, licht Münchenerbier iets koelen
Aanbevolen glas: pilsglas, eventueel bierpul
Oud Bruin - Donker Bier
Oud Bruin is een bier dat vrijwel uitsluitend in Nederland
wordt gebrouwen en misschien wel de oudste biersoort is. 'Oud' duidde vroeger
op de hoge gisting.Het wordt door vrijwel alle bij het CBK aangesloten
brouwerijen gebrouwen, zij het dat alcoholpercentage en mate van zoetheid
(veelal kunstmatig gezoet; moet op het etiket worden vermeld) nogal
verschillen. Door het lage alcoholpercentage een echte dorstlesser. Door deze
versterkende eigenschappen werd dit bier vroeger vaak tijdens de oogst op de
akkers gedronken. Werd vroeger vaker gedronken dan tegenwoordig.
In Nederland is Oud Bruin wettelijk bepaald als bier dat
gezoet en donkergekleurd moet zijn en verder dient het stamwortgehalte van het
bier te liggen tussen 7 en 11oP. Dergelijke definities werken het
gebruik van kleurstoffen en zoetingsmiddelen in de hand. In Nederland zijn vele
Oud Bruinen dan ook kunstmatig gezoet. In België worden soortgelijke bieren
meestal 'tafelbier' of 'Faro' genoemd.
Alcoholpercentage: meestal 2-3.5%
Kleur: donker amber tot diepbruin
Smaak: zoet tot zeer zoet
Soort gisting: lage
Schenktemperatuur: 6-8oC
Aanbevolen glas: (slank) pilsglas
Pale Ale (Belgische stijl)
Hoger percentage aan bitterhopsoorten, meestal ook een hoger alcoholpercentage.
Pilsener - Pilsner - Pils
Pilsener is veruit het bekendste en meest verspreide bier. Het werd rond 1840 (1842???)
door een aantal brouwers uit Plzen (Bohemen), in het huidige Tsjechië, voor het eerst gebrouwen. De Tsjech Frantisek
Ondrey Poupe was een van die brouwers. In 1926 werd het (door Carl Veltins) in Duitsland geïntroduceerd en daarna in Nederland. Men noemde
het in ons land aanvankelijk Beiers bier, omdat het van lage gisting was, een proces dat
in Beieren was ontwikkeld. Pas later kwam de naam pilsener in zwang.
Het brouwwater moet zeer zacht zijn en de maltoserust wordt tot het uiterste
doorgevoerd (weinig dextrines). Neutraal van smaak, soms neigend naar bitter en
een niet te volle, maar toch duidelijk aromatische hopsmaak. De smaak van de mout, geëest bij 80oC, treedt niet op de
voorgrond. Het oorspronkelijke pilsener was tamelijk bitter. Gulpener X-pert en Brand UP
hebben veel weg van dat oorspronkelijke pilsener (= Urtyp Pilsener).
In Nederland is wettelijk vastgelegd dat het stamwortgehalte
tussen de 11oP en 15.5oP moet liggen en dat het bier een
lichte kleur moet hebben (maximaal 30 EBC). Een lichtgekleurd licht bier dus!!
In België zouden echter tientallen bieren van hoge gisting onder deze definitie
vallen.
Alcoholpercentage: 5%
Kleur: helder goudgeel
Smaak: in Nederland: neutraal, iets zoetig
Soort gisting: lage
Schenktemperatuur: 6-8oC
Aanbevolen glas: flute, bierpul
Begin jaren '80 had Heineken 50% van de pilsmarkt in handen.
In 1994 was dit marktaandeel echter al teruggelopen tot 30%. De merken Heineken en Amstel
bestrijken echter samen wel meer dan de helft van de pilsmarkt.
Zie ook:
PINTnieuws 25, blz. 9-10, Pilsener
PINTnieuws 26, blz. 13, Pilsener
Tsjechische pilseners
In het land van oorsprong zijn de bekendste merken: Pilsner
Urquell en Budvar (niet te verwarren met het Amerikaanse Budweiser dat een
slappe copie van het Budvar is). Zie Urtyp Pilsener.
Duitse pilseners
In Duitsland zijn twee stijlen te onderscheiden: de Zuidduitse stijl die in de
lijn van de Tsjechische pilsoorten wordt gemaakt met zeer aromatische en minder
bittere hop (b.v. Saazer) en de Noordduitse stijl, die aanmerkelijk bitterder
is en veel minder een aromatische hopsmaak heeft (b.v. met Hallertauer en
Tettnang hop). De Duitse pilseners hebben in het algemeen een wat lager
alcoholpercentage (4.5-4.8; zie ook Lager - Duitse stijl). In Duitsland
kent men ook nog het Hefepils, i.e. pilsener met gist op de
fles.
Het Nederlandse pilsener is een zwakke afspiegeling van zijn Duitse equivalent.
In de eerste plaats worden in Nederland (vrijwel) geen pilseners bereid waarin
als graan uitsluitend mout wordt gebruikt. Vrijwel alle
Nederlandse pilseners bevatten (vroeger) ongeveer 20 maïs en/of rijst. Iets goedkopere
grondstoffen die bovendien het grote voordeel hebben dat het bier lichter
verteerbaar wordt, zodat de gebruiker gemakkelijker wat meer drinkt. Voor de
producent een voordeel, maar voor de consument zeker niet (?). Ten opzichte
van de Duitse pilseners zijn de Nederlandse ook minder zwaar gehopt.
Belgische pilseners
In België zijn de pilseners in het algemeen wat zwaarder dan
in Nederland; alcoholpercentage: 5.1-5.2%
.
Belgische ongefilterde pilseners
Primus Haacht met gist. Ongefilterd en ongepasteuriseerd!!
Overige buitenlandse pilseners
China: 3.7, lichte smaak
Japan: 4.8%, toevoeging rijst
Porter
De eerste bieren die op commerciële basis werden gebrouwen
in Groot-Brittanië waren porters, een zeer-donkere biersoort die aan het begin
van de 18e eeuw ontstond in Londen. Later werden de porters (en
stouts) geëxporteerd naar de Baltische staten, de Amerikaanse kolonies en
Ierland.
Tot in de 18e eeuw mixte de Engelsman, vaak
zonder veel terughoudendheid, 3 of 4 biertypen tot een smaakje dat in de verte
geleek op het nu alom bekende bittere Ierse Guinness Extra Stout. De Londense
brouwer Harwood bracht in 1722 een bier op de markt, dat volgens hem de
geneugten van de mixture behelsde. Hij noemde zijn drank 'ENTIRE'. In de loop
der tijd raakte het bier bekend onder de naam Porter.
De kruiers op de Londense stations/markten, i.e. de porters,
vertoonden een grote voorkeur voor deze biersoort, en gaven het bier
geleidelijk zijn bijnaam. Een andere verklaring voor de naam Porter is te
vinden in het verhaal, dat Harrod's bierbezorger (= porter) de gewoonte had zijn
komst aan te geven met de uitroep: "Here is the porter".
Porter was indertijd buitengewoon bitter. Er werd bij het
brouwen gebruik gemaakt van verschillende mouten, soms gebrand, en van zeer
veel hop. Het bier was goed gegist, donker en dik en perfect geschikt om
gebruik te maken van het Londense water.
Ruim 10 jaar later werd Porter al in ongeveer 30 kleine
Dublinse brouwerijtjes gebrouwen, maar de echte doorbraak kwam pas, toen Arthur
Guinness in 1759 een brouwerij overnam en er Porter begon te brouwen. Vanaf
1800 brouwde men slechts Porter, totdat een sterkere versie als Extra Stout de
markt veroverde. Aanvankelijk stond de term Extra voor een hoger
alcoholpercentage, maar nu is dat overgegaan op de dichtheid en kleur. Vanaf
ongeveer 1970 wordt bij Guinness geen Porter meer gebrouwen.
Porter werd in populariteit echter al snel voorbij gestreefd
door het India Pale Ale (IPA), en is inmiddels nagenoeg verdwenen. De sterkere
versie van Porter, Stout, is echter nog steeds populair.
Alcoholpercentage: ca.
5%
Kleur: donker
Smaak: bitter
Soort gisting: hoge/lage
Schenktemperatuur: oC
Aanbevolen glas:
Zie ook:
PINTnieuws 22, blz. 7-10 Porter (1)
PINTnieuws 23, blz. 7-10 Porter (2)
PINTnieuws 24, blz. 7-10 Porter (3)
Rauchbier
Rauchbier is een typisch Duitse biersoort, die zijn
oorsprong vindt in Bamberg.
Zie ook:
PINTnieuws 28, blz. 9-10 Rauchbier
Scotch - Scotch Ale
Scotch is een zeer donker, romig bier met een hoog
alcoholgehalte. Een nauwe verwant is Christmas Ale, dat in december verkocht
wordt en gewoonlijk een iets hogere dichtheid heeft. Importeur-bottelaar John
Martin uit Antwerpen startte in de jaren '20 en '30 met de invoer van Schots
bier en sindsdien is deze biersoort een belangrijk onderdeel geworden van het
drinkpatroon van de Belgische bierdrinkers. In die tijd is het oorspronkelijke
zware Schotse bier achteruitgegaan en is de benaming Scotch Ale in het land van
oorsprong in onbruik geraakt. Belgische brouwers zoeten het bier vaak veel
sterker aan dan hun Schotse collega's, die het grotendeels produceren voor
export naar België. Het bier doet enigszins denken aan Dubbel, maar dan zonder
de geprononceerde kruidensmaak en vaak veel zoeter (en sterker).
Alcoholpercentage: 6.5-9%
Kleur: bruin
tot donkerbruin (> 40 EBC)
Smaak: volmoutig,
licht zoete tot zoete caramelachtige smaak, licht bitter
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur: rond 10oC
Aanbevolen glas: scotch-glas (distel) of ballon
Sjoes
Sjoes is een melange van twee klassieke biersoorten:
pilsener en oud bruin. Het is een typische compositie, die eigenlijk alleen in
Limburg en een klein stukje Brabant al decennia lang een begrip is. De naam
Sjoes komt van het Duitse Schuß wat schot of scheut betekent. Andere namen voor
Sjoes zijn: 'Halfom' (half pils - half oud bruin) en 'Vlammetje' (bij gebruik
van maar weinig oud bruin).
Steambeer / Steam
Een typisch Amerikaanse brouwstijl. De speciale brouwmethode
werd aan het eind van de 19e eeuw aan de Westkust van de V.S.
(Californië) ontwikkeld. Men had namelijk niet de beschikking over ijs benodigd
voor de koeling van lagerbier. Daarom besloot men tot de nieuwe brouwmethode.
Kenmerkend voor deze brouwmethode is het werken met lagergist in combinatie met
hoge gisting in ondiepe vaten.
Steam refereert naar de sterke koolzuurdruk van 50 tot 60
'pounds per square inch', veroorzaakt door kräusening. Steambeer is geen echt
speciaalbier, maar werd bij de introductie beter bevonden dan de sterk gehopte,
bittere en troebele ales ([baro72], blz.207).
Stout
De Nederlandse stouts zijn tamelijk zwaar en hebben een
licht bittere en licht zoete smaak. Ze komen veel meer overeen met de
voormalige Porter-bieren, die een aanmerkelijk lagere hopgift ontvingen. Stout
kan echter zowel licht als sterk/zwaar zijn. Eeuwen geleden brouwde men al
stout in Nederland.
De Britse stouts zijn zoeter en minder bitter dan de Ierse
stouts en hebben een alcoholpercentage van ca. 4.5.
In België gebruikt men soms, ten onrechte, de term stout
voor pilseners die zijn aangekleurd met donkere mout of caramel.
Fruitstout
Stout gebrouwen met fruit, bijv. frambozen.
Ierse Stout
De ontdekking in de 18e eeuw van geroosterd mout
als smaakmaker was o.a. de oorzaak van het ontstaan van stout. De geroosterde
zwarte mout is verantwoordelijk voor zowel de kleur als de smaak. Overigens
hoeft maar een klein gedeelte van de benodigde mout geroosterd te worden, de
rest ondergaat de gebruikelijke behandeling tot donkere mout. Soms wordt ook
wat ongemoute geroosterde gerst en/of caramelmout als grondstof gebruikt.
Deze biersoort is voortgekomen uit een vroeger in Engeland
zeer populair bovengistend biertype, het porter. De bekende Guinness Brewery
brouwde nl. veel porter, maar maakte het langzamerhand veel sterker (stout =
sterk) en ontwikkelde op die manier een nieuw type bier. Stout wordt vooral
gekenmerkt door zijn donkerbruine bijna zwarte kleur en zijn intens bittere,
gebrande smaak. Stouts zijn meestal vrij zwaar gehopt.
In vroeger tijden als medicijn voor verschillende ziektes
gebruikt. Bovendien werd het door de hoge voedingswaarde dagelijks in
kraamklinieken gebruikt.
Alcoholpercentage: 5.5%
of minder
Kleur:
diep
donkerbruin tot vrijwel zwart
Smaak:
dominante
bitterheid met een branderige smaak door zwarte mout
Soort gisting:
hoge
Schenktemperatuur:
10-14oC
Aanbevolen glas: wat bredere bierpul
Guinness
Omdat Guinness het
voorbeeld is van een stout dat over de gehele wereld verkrijgbaar is, volgt
hier iets meer informatie. Tap-Guinness (uit Ierland) wordt op authentieke
wijze getapt met een mengsel van koolzuur en stikstof in de verhouding 35:65,
zoals dat ook in het bier zelf voorkomt. De schuimkraag wordt door de stikstof
steviger, fijner en egaler gevormd. Alcoholpercentage in Nederland 5.2, in
Ierland 4.2. Het gebottelde Guinness komt in diverse varianten voor en het
alcoholpercentage varieert van 5 tot bijna 8. Vroeger moest export-bier sterker
zijn voor de houdbaarheid tijdens de lange zeereizen.
Op een glas stout hoort een schuimkraag van 1 cm, dit in
tegenstelling tot de andere Engelse bieren die géén schuimkraag mogen hebben
(in de wet vastgelegd!).
Imperial Russian Stout
In de 18e eeuw werd deze biersoort in Engeland
gebrouwen en geëxporteerd naar St. Petersburg, waar de tsarenfamilie het graag
dronk. Een extra zware en zeer individualistische fruitige stout. Het hoge
alcoholpercentage en de grote hopgift dienden om het bier de lange reis te
laten doorstaan. Voor de
bereiding maakt men gebruik van o.a. zwarte en gebrande
mout. In feite is deze biersoort een kruising tussen Gerstewijn en Ierse Stout.
Tegenwoordig heten dergelijke bieren van tap ook wel Old Ale.
Alcoholpercentage: 10.5-11%
Kleur: zwart
Smaak: gebrande
mout; fruitige gerstsmaak; zwaar alcoholisch
Soort gisting:
hoge
met nof
Schenktemperatuur: kamertemperatuur
Aanbevolen glas:
Oatmeal Stout
Een stout met o.a. haver als grondstof.
Sweet Stout - Milk Stout
Hoewel de naam suggereert dat deze biersoort verwant is aan
de Ierse stout is dit zeker niet het geval. Het is een zeer donker bier met een
duidelijk dominerende moutsmaak, extra aangezoet met lactose. Door het wat
hogere alcoholpercentage van dit bier is de smaak duidelijk voller dan die van
de brown ale soorten, maar men zou kunnen stellen dat de sweet stout daarmee
toch in een duidelijke relatie staat. Dit geldt in mindere mate voor de oatmeal
stout, de variant waarin havermout is verwerkt.
De oude naam voor dit type, Milk Stout, mag in het Groot-Brittanië
niet meer gebruikt worden.
In België is de de sweet stout meestal iets alcoholrijker en
in enkele gevallen nog aanmerkelijk extra aangezoet.
Alcoholpercentage: ruim
4%
Kleur: diep
donkerbruin tot bijna zwart
Smaak: sterk
moutig, aangezoet met lactose en dus zoet
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur: 10-12oC,
of op keldertemperatuur
Aanbevolen glas: pul of Engels glas
Super Pilsener - Speciaal - Luxe Pilsener
Super Pilsener, ook wel Speciaal of Luxe Pilsener genaamd,
is geen officiële categorie en de aanduiding vindt men dan ook niet altijd
terug op het etiket. Deze bieren hebben een hoger stamwortgehalte en bevatten
dus meer alcohol dan de pilseners (ca. 6.5). Vaak zijn ze ook iets zoeter en
iets donkerder. De overige kenmerken zijn hetzelfde als bij pilseners. Aan het
super pilsener kan eveneens maïs- of rijstvlokken worden toegevoegd, hoewel dit
niet altijd het geval hoeft te zijn. Over het algemeen bevinden zich in deze
categorie de zogenaamde prestige-bieren. Het verschil met de Nederlandse
Dortmunders is niet altijd duidelijk.
Tafelbier
Lichte bieren van lage of hoge gisting, die vooral in België
worden verkocht. De laatste jaren is de vraag naar deze biersoort in België
echter afgenomen. Er bestaan zowel lichte als donkere versies van dit bier dat
ook nog vaak een typeaanduiding krijgt, zoals dubbel, tripel, faro, stout,
kriek of export.
Alcoholpercentage: 1.5%
Kleur:
Smaak:
Soort gisting: hoge/lage
Schenktemperatuur: oC
Aanbevolen glas:
Tripel
Oorspronkelijk was tripel een sterkte-aanduiding. Nu
gebruiken we de naam voor sterke hooggegiste bieren met een moutige,
zoetig-bittere smaak en een alcoholpercentage van rond de 8%. De tripels hebben
een blond tot amberachtige kleur. De smaak van de tripels kan nogal eens
varieren: er zijn nl. ook zurige en/of fruitige tripels. De meeste
trappistenbrouwerijen hebben een tripel in het assortiment. De tripel is
meestal aanmerkelijk lichter gekleurd dan de dubbel, kruidig, soms iets zwaarder
gehopt en meestal met 1of 2% meer alcohol.
Alcoholpercentage: 8-10%
(SG 1065-1074)
Kleur: licht
tot licht amberkleurig (< 30 EBC)
Smaak: moutig,
kruidig, meestal is koreander duidelijk te onderscheiden
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur: kamertemperatuur
of iets koeler
Aanbevolen glas: kelk, ballon, bokaal
Urtyp Pilsener
Het oorspronkelijke pilsener bezat een tamelijk bittere
smaak en was uiteraard een volmoutbier. Vaak, bier dat zich erop beroept het
oorspronkelijke voorbeeld van die stijl te zijn. Een pretentie die meestal niet
waar kan
worden gemaakt. Vaak het toppilsener van een brouwer.
Meestal gepasteuriseerd en kunstmatig gecarboniseerd.
Alcoholpercentage: 4.5-5.5%
Kleur: lichtblond
tot blond
Smaak: bitter;
variërend van droog tot iets zoet; verfrissend door hoogkoolzuurgehalte
Soort gisting: lage
Schenktemperatuur: oC
Aanbevolen glas:
Vlaamse Bruine - Belgisch Oud Bruin
Vlaamse Bruine, ook wel Belgisch Oud Bruin genaamd, is een
echt streekbier.
West-Vlaanderen: zuur, Bourgondisch-gekleurd bier
(Rodenbach)
Oost-Vlaanderen: Brown Ales, maar minder zuur dan in
West-Vlaanderen
De Vlaamse Bruinen worden in verschillende d

elen van
Belgisch Vlaanderen gebrouwen, waarbij van plaats tot plaats smaak- en
kleurverschillen optreden. Vlaamse Bruine is een roodbruin gekleurd bier met
een licht zure tot rinszoete smaak. Het
is een hooggegist bier dat een zeer lange rijping in eikehouten vaten heeft
ondergaan, waarbij men bewust een infectie met de melkzuurbacterie laat
ontstaan die jaren werkt (OUD bruin), hetgeen de zure smaak opleverd. Sommige
bieren worden echter geïnjecteerd met melkzuur om de jarenlange bewaring te
omzeilen. De meeste Vlaamse Bruinen zijn versnijdingen van oud bier met jong
bier. Bier van ca. 18 maanden wordt gebruikt voor het melkzurige karakter van
het bier. Bier van ca. 8 maanden zorgt voor de zoetige smaak van het bier. De
fruitige smaak van het bier wordt veroorzaakt door de tannines van het eikenhout.
Men kan dit soort bier ook brouwen in metalen tanks, waaraan eikenschaafsel is toegevoegd. Veel Amerikaanse thuisbrouwers proberen zo pLambic (= pseudo Lambic) te
maken.
Alcoholpercentage: 5-6.5%
Kleur: donker
amber/bruin
Smaak: iets zurig en/of zoetig
(rins=zoetzuur)
Soort gisting: hoge
Schenktemperatuur: 8-10oC
Aanbevolen glas: stevig glas
Bekende voorbeelden: Vichtenaar (Brouwerij Verhaeghe (B)).
Vlaamse Bruine Kriek
Tegenwoordig wordt Vlaamse Bruine vaak 'verrijkt' met fruit, zoals krieken. Er wordt dan een bier
verkregen met een duidelijk andere smaak dan die van kriek-lambik. De krieken
worden voor de lagering toegevoegd.
Voorbeeld: Liefmans Kriek
Weens - Wiener - Vienna
Rond de eeuwwisseling was Oostenrijk beroemd om het Weense
biertype, een zeer fraai amberkleurig bier van lage gisting met een heel fijne
smaak. In de periode na de Eerste Wereldoorlog is dit bier in Oostenrijk echter
geheel verdwenen, maar bijvoorbeeld in Mexico wordt het nog steeds gebrouwen.
Gebrouwen met Wiener mout, die nog maar zeldzaam te verkrijgen is. Het Weense
type bevat wat minder alcohol en is wat zwaarder gehopt dan het Märzen. In
Duitsland en sommige andere landen (maar niet Oostenrijk) staat Weens bekend
als Märzen. In zijn vaderland wijst de term Spezial op de
traditionele Weense stijl, het Oktoberfestbier uit München.
Alcoholpercentage: 4-5.5%
Kleur: amber
Smaak:
Soort gisting: lage
Schenktemperatuur: keldertemperatuur
Aanbevolen glas:
Weißbier - Berliner Weisse
Weißbier wordt verkregen door een speciale soort gisting
(gedeeltelijke melkzuurgisting) en heeft daardoor een lichtzure smaak. Weißbier
valt in Duitsland onder de categorie 'Schankbier', i.e. bier met een laag
stamwortgehalte. Berliner Weisse is het voorbeeld van een Weißbier; bij de
bereiding ervan wordt naast gerstemout, 25 tarwemout gebruikt. Napoleon gaf op
een van zijn Duitse veldtochten het Berliner Weisse de bijnaam Le Champagne du
Nord. Berliner Weisse mit Schuss is het bier met daarin frambozensiroop,
natuurlijk alleen verkrijgbaar in Berlijn. Soms wordt ook de groene
Waldmeistersiroop toegevoegd, en wordt het bier gedronken met een rietje.
Sommigen verhogen het alcoholpercentage door een borreltje er doorheen te
mixen.
Alcoholpercentage: 3-4%
Kleur: bleek
Smaak: verfrissend zuur; droog in de afdronk
Soort gisting: hoge met secundaire melkzuurgisting en nof
Schenktemperatuur: oC
Aanbevolen glas:
Zie ook:
PINTnieuws 21, blz. 8-10 Berliner Weisse
Weizenbier - Duits tarwebier
Weizenbier is een hooggegist tarwebier van Zuid-Duitse
(Beierse) oorsprong. Tarwebieren zijn bieren, die behalve gerstemout, tarwemout
(30-60) als grondstof hebben. Soms wordt gesteld dat een Weizenbier minstens
50% tarwemout moet bevatten en dat in de praktijk 55% als minimum beschouwd
wordt.
Ook het Belgische witbier is een tarwebier, de hopgift is
bij de weizenbieren echter zeer laag; bij het witbier is dit wat hoger.
Weizenbier wordt ook gebrouwen in de export-kwaliteit en is dan iets zwaarder
In Noord-Duitsland (met name in Berlijn) wordt weizenbier vaak met een schijfje
citroen gedronken, omdat het geen uitgesproken eigen smaak heeft: het is gewoon
een koele frisse dorstlesser. In Beieren daarentegen wordt het gewoon zonder
citroen gedronken.
Er bestaan verschillende soorten weizenbier:
- Helles Hefeweizen: lichtgekleurd tarwebier met gist; Hefe Weißbier
- Dunkles Hefeweizen: donkergekleurd tarwebier met gist, sterker dan de andere weizenbieren met meer gist;
- Kristallweizen (=Klares Weizenbier): helder tarwebier, verkregen door filtratie. Het enige weizenbier dat met
fruit (citroen- of lemonschijfjes) gedronken hoort te worden;
- (Kristall) Weizenbock: zonder gist (zie tarwebok), het allersterkste weizenbier met een kleur varierend van
helles tot dunkles.
Hefeweizen wordt in Beieren troebel gedronken: na het
ingieten wordt de fles op tafel of tussen de handen gerold om alle gist los en
in het glas te krijgen.
Alcoholpercentage: 5-5.5%
Kleur: bleekgeel tot blond
Smaak: fris, (licht) zurig en moutig
Soort gisting: hoge al dan niet met nof
Schenktemperatuur: 6-10oC, naar smaak
Aanbevolen glas: weizenglas
Witbier - Belgisch Tarwebier
Witbier (wit=wheat, Engels voor tarwe) is een oud Belgisch
streekbier, dat vooral erg populair was in de streek rond Leuven en Hoegaarden
(reeds in 1318/1445). Echter ook in enkele Nederlandse steden werd in het
verleden witbier gebrouwen, o.a. in Heusden, dat grote bekendheid had. Na WO-II
werd dit type door de opmars van het pilsener steeds meer verdrongen en het
leek in 1957 een stille dood leek te sterven toen de laatste witbier-brouwerij
in Hoegaarden sloot. In 1965 besloot Pierre Celis een brouwerij (Brouwerij De
Kluis te Hoegaarden; sinds 1988 echter in handen van Interbrew) te starten om het
Oud Hoegaards Witbier opnieuw leven in te blazen. Het witbier werd een groot
succes en veroverde stormenderhand België en nu ook Nederland.
De Belgische witbieren bevatten een hoog percentage
tarwemout, tot zelfs 80% toe, waardoor de smaak duidelijk beïnvloedt wordt.
Witbieren onderscheiden zich van de weizenbieren doordat er kruiden en
citrusvruchten in verwerkt zijn, hetgeen in de smaak duidelijk terug te vinden
is. Witbier is bij uitstek een zomerbier, een echte dorstlesser. Soms wordt bij witbier (ten onrechte)
een schijfje citroen toegevoegd, omdat men deze biersoort verward met het
Duitse Weizen(=wit)bier. Ook het gebruik van sinaasappelschillen op de rand van
het glas is mogelijk; dit is minder vreemd omdat in het bier vaak
sinaasappelschillen verwerkt worden. De gisttroebeling is specifiek voor deze
biersoort.
Alcoholpercentage: 4.5-5%
Grondstoffen:
tarwemout of ruwe ongemoute
tarwe (35-40), gerstemout, haver (10), witte kandij,
koreander,
citrus, gedroogde sinaasappelschillen (meestal curaçoa);
in
het verleden gebruikte men ook melkzuur
Kleur:
wazige
wit-gele kleur (troebel/tweeschijn/gisttroebel)
Smaak: neutraal,
soms wat zoetzurig, tarwesmaak; zachtzurige sinaasappelsmaak met een
kruidig-bittere afdronk, soms na rijping iets honingsachtig
Soort gisting:
hoge
met nof
Schenktemperatuur: 5-7oC
Aanbevolen glas: smalle bierpul
Dubbel Witbier - Tarwedubbel
Soms worden witbieren wat zwaarder gemaakt en dan spreekt
men over Dubbel Witbier of tarwedubbel. Alcoholpercentage: 6-6.5.
Speciaalbieren
Die zijn bieren die niet, of moeilijk, klassificeerbaar zijn.
Soorten die een bepaalde gelegenheid aanduiden
Er zijn diverse mogelijkheden zoals: geboortebier, trouwbier,
jubileumbier, oogstbier, nieuwjaarsbier, feestbier, of zoals bij de Engelsen
Celebration Ale en Presentation Ale. In de 16e en18e eeuw
is er sprake van scheepsbier, dat vooral in grote havensteden zoals Delft en
Rotterdam werd gebrouwen. Verder worden in de literatuur nog genoemd: workman's
beer, ladies' beer en store beer.
Begrafenisbier
In de 17e eeuw werd er begrafenisbier gebrouwen
i.o.v. de Nederlandse kerk. In Noorwegen brouwden bejaarden hun eigen
begrafenisbier om er zeker van te zijn dat er tijdens de begrafenis een goed
glas bier geschonken zou worden.
Oogstbier
Begin 20e eeuw was het nog gebruikelijk om
oogstbier te brouwen. Iemand van de brouwerij ging dan eerst de boeren langs om
te vragen of ze belangstelling hadden voor oogstbier en zoja, hoeveel en met
welk alcoholpercentage. Daarna werd het gebrouwen en tegen oogsttijd bij de
boeren afgeleverd. De boeren deden er dan zelf nog van alles in, zoals tarwe en
maïs.
Gueuze zou een prima oogstbier kunnen zijn.
Gelegenheidsbier
Bier niet specifiek voor een bepaalde gelegenheid, maar
geschikt voor diverse gelegenheden.

Holiday Beer
Een populaire 'biersoort' in de V.S.
Kermisbier - Carnavalsbier
In de economisch slechte twintiger en dertiger jaren kwam het voor dat er 'kermisbier', een soort illegale voorganger van light, verkocht
werd. Dit bier had een te korte lagertijd gehad, wat kwam door de sterk vergrote vraag in de kermis- of carnavalsperiode. Ter bescherming van de
consument is toen een regel in de wetgeving opgenomen welke een ondergrens aangeeft voor het alcoholpercentage dat tapbier moet bevatten. Heineken was met het
alcoholvrije Buckler de eerste brouwer die ontheffing voor deze regel kreeg.
Met carnavalsbier wordt in ieder geval niet bedoeld: het bier van de Hofbrouwerij van Oeteldonk (Heineken) tijdens carnaval. Heineken is
namelijk al jaren lang hofbrouwer van Prins Carnaval.
Het carnavalsbier als zodanig, een slapper biertje, is een niet-bestaand fenomeen.
Kerstbier - Christmas
Een extra zwaar bier dat t.g.v. kerstmis wordt gebrouwen.
Vindt zijn oorsprong in kloosters, waar de geestelijken een extra sterke
(feest)drank zochten voor de wintermaanden. De smaak kan van zoet naar zuur
naar bitter gaan. Slechts de seizoensgebondenheid maakt van deze ver
uiteenlopende bieren qua smaak één groep. Wordt alleen verkocht in de maanden
november en december. Over het algemeen zijn het echte provisiebieren. In
België worden de meeste kerstbieren gebrouwen onder de naam Christmas (Ale). De
Christmas Ale is sterk verwant aan de Scotch Ale, maar is meestal iets sterker.
In Duitsland brouwt men de Weihnachtsbock en in Groot-Brittanië brouwt men de
Winter Ales.
In Nederland de laatste jaren sterk in opkomst, vooral onder de
naam Kerstbier en Winterbier.
Paasbier
In België zijn er diverse paasbieren, die onderling nogal
veel verschillen. In Nederland zijn het meestal bieren gelijkend op het meibok.
Zie ook Pinksterbier.
Pannebier
Pinksterbier
Een voorjaarsbier, evenals het Paasbier. Doorgaans werden
deze bieren gebrouwen van de laatste oogsten van het jaar ervoor, zodat het
omstreeks Pasen/Pinksteren gedronken kon worden. Tegenwoordig is het gebruik
van de laatste oogst geen voorwaarde meer.
Saison
Al sinds de middeleeuwen is het Saison het symbool van de
gastvrijheid. Een Zuid-Belgisch/Noord-Frans (Henegouws) bier dat oorspronkelijk
in de winter werd gebrouwen om in de daaropvolgende zomer de dorst te laven van
de veldwerkers die graan, hop e.d. oogstten. Het moest dus verfrissen, zonder
door een hoog alcoholpercentage de werkprestatie te verminderen. Van oorsprong
is waarschijnlijk het alcoholpercentage daarom wat minder geweest dan nu
gebruikelijk is. De goede saisons zijn fruitige (en soms zoetige) goede
dorstlessers en worden tegenwoordig het hele jaar door gebrouwen. In België
zijn de echte saisons (bijna) verdwenen door de vergaande
concentratiebewegingen in de brouwindustrie; er worden echter in België en
Frankrijk nog steeds bieren onder de naam Saison verkocht.
Alcoholpercentage: ca.
5-6%
Kleur:
blond
tot amber
Smaak:
neutrale
verhouding mout-hop, soms in de nasmaak wat bitterig of zoetig
Soort gisting: hoge
(met nof)
Schenktemperatuur: 8-12oC
(persoonlijk)
Aanbevolen glas: pilsglas, limonadeglas
Houdbaarheid: tot een jaar goed houdbaar, soms
langer
Seizoensbieren: Lentebier, Zomerbier, Herfstbier, Winterbier
De smaak van een seizoenbier is aangepast aan het seizoen. Bokbier (herfst) en meibok (lente) zijn de meest bekende seizoensbieren.
Lentebier - Voorjaarsbier
Zomerbier
Herstbier - Najaarsbier
Winterbier
Winterbier is er speciaal voor de gezellige winteravonden,
om rustig van te genieten bijvoorbeeld bij een open haard. Hoeft niet altijd
een hoog alcoholpercentage te hebben, maar meestal een zwaar bier te
vergelijken met de kerstbieren. De Engelsen hebben m.i. de juiste benaming voor
deze bieren, nl. "winter warmers". Er wordt echter een divers aanbod
van speciaalbieren onder de naam winterbier op de markt gebracht, waardoor het
predicaat "winterbier" niets meer betekent.
Vastenbier
Tijdens de zgn. vastenperiode van 7 weken voor Pasen, waarin
vlees en wijn in kloosters verboden waren, mocht men wel bier drinken. In
sommige kloosters zelfs vier kannen per dag.
Verjaardagsbier
Soorten die duiden op de oorsprong van het bier
Abdijbier - Kloosterbier - Patersbier
Abdijbier wordt meestal gebrouwen bij (Belgische)
commerciële brouwerijen. Sommige van deze bieren hebben een aantoonbare
kloosterafkomst (gebrouwen in een niet-cisterciënser klooster, een orgineel
kloosterrecept of een licentieovereenkomst met een klooster), de meeste echter
niet. Het is zelfs zo dat sommige bieren de naam van een abdij dragen die nooit
heeft bestaan. Dit betekent niet dat dit minderwaardige bieren zijn,
integendeel. Een abdijbier is meestal een natuurlijk gerijpt bier van hoge gisting,
maar heeft verder geen specifieke eigenschappen. De smaak kan alle mogelijke
combinaties van zoet, zuur en bitter bevatten. Ook wordt er soms geclaimd dat
er gebruik wordt gemaakt van een oud recept van een bepaalde abdij, maar dit is
niet altijd het geval. Op het etiket prijkt vaak een afbeelding van een abdij
of geestelijke. Bij deze biersoort komen dubbels, tripels en christmas bieren
voor
Zie ook:
PINTnieuws 28, blz. 6, Geschiedenis kloosterbrouwerijen
Streekbier
Elk Belgisch speciaalbier is in zekere graad geassocieerd
met zijn eigen dorp, stad of streek; dit geldt in mindere mate voor de
Nederlandse speciaalbieren. Terwijl sommige van deze bieren duidelijk tot een
bepaalde groep behoren, en andere in bredere groepen kunnen worden ingedeeld,
zijn er verscheidene bieren die men gewoon niet kan onderbrengen in een
bepaalde categorie. In Vlaanderen noemt men ze soms "streekbieren",
in Nederland wordt dit predikaat zelden gebruikt. Het komt voor dat er een
historische reden is, waarom sommige ingrediënten in een bepaalde streek worden
gebruikt (een duidelijk voorbeeld hiervan is het hoppige Belgische Poperings Hommelbier, gebrouwen in de
hopstreek). Of er is een plaatselijk vakman die brouwmateriaal heeft gemaakt
dat een bepaalde brouwstijl met zich meebrengt. Meestal komen deze
specialiteiten gewoon voort uit de plaatselijke werkgewoonten van brouwers,
individuele voorkeuren en grillen. Het zijn ook niet allemaal traditionele
brouwsels. Soms worden er nieuwe gelanceerd.
Trappistenbier
Geen biertype, maar wel een beschermde naam. Mag alleen
gevoerd worden door bier dat in een klooster gebrouwen is door paters van de
orde der Trappisten. De naam "Trappistenbier" vindt zijn oorsprong
bij de Cisterciensers-Trappisten. In 1098 werd in de Franse streek Citeaux (in
het Latijns Cistercium) een kloosterorde opgericht, die later de naam
Cisterciëncer orde kreeg. Binnen deze orde kwam het in 1664 tot een splitsing.
Enkele monniken vestigden zich dat jaar in een klooster in het Normandische La
Trappe; vandaar de naam Trappist. De monniken leefden reeds volgens de
kloosterregels van St.Benedictus. Deze regels werden in 1677 te La Trappe
hervormd en vormen nog steeds de basis voor de levenswijze van de huidige
trappisten.
Er zijn nog zes kloosters ter wereld die Trappistenbier
brouwen: vijf Belgische abdijbrouwerijen (Chimay, Orval, Rochefort, Westmalle
en Westvleteren) en één Nederlandse (abdij O.L.V. van Koningshoeven -
Trappistenbierbrouwerij De Schaapskooi).
In Duitsland zijn nog vele kloosterbieren, die door echte
kloosterlingen gebrouwen worden. Deze kloosterlingen behoren echter niet tot de
orde der Cisterciëncers en dus mogen zij de benaming Trappist niet voeren.
Trappistenbieren, natuurlijk gerijpte bieren van hoge
gisting, vertonen vele smaakvariëteiten, maar meestal zijn het toch wel dubbels
en tripels. Vaak wordt de dubbel extra gezoet met grenadine, een gebruik dat de
meeste bierliefhebbers verfoeien.
Soorten die toevoegsels aanduiden
Bieren met smaak van andere alcoholische dranken
Door het gebruik van oude sherryvaten/portvaten bij de
lagering kunnen er bieren onstaan met een sherrysmaak/portsmaak. Ook kan men
(essences van) alcoholische dranken mixen met
bier.
Voorbeelden:
Madison Bière a la liqueur Grand Marnier (7.2%, Grand Marnier)
Kingston (Rum)
Desperados (Tequila)
Fantasiebieren
Bieren met een geheel eigen karakter, ontleend aan het
gebruik van speciale ingrediënten en/of een speciale bereidingswijze. Door
toevoeging van essences zijn in feite alle biersmaken mogelijk, zoals
koffie-bier, thee-bier (lagering op theebladeren, eventueel.toevoeging
citroensap/-zuur), chocolade-bier,
etc....; de meeste bierpuristen verafschuwen dit.
Enkele andere voorbeelden:
- Aardappelbier. De Japanse slijterij die ook het melkbier op de markt bracht, produceerde eerder een aardappelbier.
- Brandnetelbier
Bier gebrouwen met als extra ingrediënt
jonge brandneteltoppen.
- Chilibier
Gebrouwen met echte chili-pepers, en daardoor
een heet biertje. Lijkt vooral in de VS een rage.
- Eikebladbier
Gebrouwen met eikeblad als vervanger voor
hop, reeds in de 16e eeuw gebrouwen. Witbierachtig met rooksmaak.
- Hennepbier
Gebrouwen met hennep als vervanger voor hop.
- Lindebloesembier
- Melkbier.
In 2007 bracht een Japanse slijterij uit Nakahara een bier op de markt dat voor 30% uit melk bestond (belk/bilk). Het bier heeft een lichte melkgeur.
- Mentholbier
Menthol, C10H19OH, is
een secundaire alcohol die voorkomt in pepermuntolie en die soms aan bier wordt
toegevoegd.
- Mintbier
Bier met een pepermuntsmaak.
- Paardebloemen
Bier gebrouwen met een aftreksel van
paardebloemen, in de volksmond ook wel 'pisbloemen genoemd". Geen
pils dus, maar pis?!
- Rozebottelbier
Rozebottels zijn de bloembodems van
verschillende wilde rozen. In de rozebottel bevinden zich vruchtjes als
steenachtige pitjes. Ook met rozebottelsap kan bier worden gemaakt. Een voorbeeld is het (vroegere) Poolse
Jopenbier uit Danzig.
- Spruitjesbier.
- Steenbier

Er bestaat zelfs bier met een steensmaak
(Eritrees marmer)!? Het was tot 1993 in
Duitsland verkrijgbaar:
Rauchenfels Steinbier en Steinweizen. De wort werd aan de kook gebracht door
gloeiende lavastenen in de kookketel te laten zakken.
Het Steinbier wordt nog wel geproduceerd, maar niet meer op de
traditionele wijze.
- Theebier
2007: iKi is een fris biertje gebrouwen met toevoeging van oa. groene thee en yuzu (een Japanse citrusvrucht). Dit bier won in maart 2007 de Fresh Ideas Award op het IFE, het belangrijkste eten en drinken evenement in Engeland. In groene thee zitten anti-oxidanten, waardoor dit biertje net even gezonder zou zijn. Uit de 260 inzendingen werd iKi, dat 'leven' betekent, door de vakjury uitgeroepen tot één van de dertien meest innovatieve nieuwe producten in de Engelse 'food and drink industry'.
- Whiskybier
Bier gebrouwen met whiskymout, bijv. Adelscott.
Framboise - Frambozenbier
Hieronder vallen alle bieren die met frambozen zijn bereid
en een min of meer duidelijke frambozensmaak hebben (zie ook kriek). Dit
biertype verliest met het ouder worden zijn typerende frambozensmaak. Zowel
frambozenlambic als een framboise op basis van een hogegistingsbier zijn
mogelijk. Uitermate geschikt voor feestelijke gelegenheden, door zijn sjieke
presentatie. Een ideaal en feestelijk aperatief.
Alcoholpercentage: ca.
5%
Kleur: roze
Smaak:
Soort gisting: spontane
of hoge
Schenktemperatuur: 6-7oC,
ijskoud (2-3)
Aanbevolen glas: champagne- of wijnglas
Houdbaarheid: onbeperkt, maar smaakverlies
Gemberbier
Gemberbier is een verfrissende licht-alcoholische drank, die
bereidt wordt door zwakke gisting van suikeroplossingen, waaraan gedroogde en
gemalen gemberwortel is toegevoegd (in het Engels heet gemberbier Ginger Ale).
Boekweitbier
Bier gebrouwen met de grondstof boekweit.
Gerstebier
Natuurlijk, alle bieren worden gebrouwen met gerst als
grondstof en zijn daarom gerstebieren. Slechts weinig brouwers durven echter
ongemoute gerst te gebruiken. Vlaskop van Brouwerij Strubbe uit het Belgische
Ichtegem is zo'n bier. Ongemoute gerst levert een speciale fruitige smaak.
Honingbier
Bier gebrouwen met (linde)honing. De honing (ca. 20%
van de mout vervangen) wordt toegevoegd tijdens het maischen. Werd gebrouwen
door de verdwenen Noorder Bierbrouwerij in Alkmaar. Niet altijd een echt bier,
omdat er soms géén mout wordt gebruikt bij de bereiding ervan. De ingrediënten
van dit 'bier' zijn dan: honing, suiker, hop, gist en citroenen.
Hopbier
Geen biersoort, maar bier waaraan hele hopbellen zijn
toegevoegd in de fles. Komt in Duitsland voor.
Kriek - Kriek Lambic
Kriek is de Belgische specialiteit bij uitstek en een
verfrissend zomers bier. Een niet te sterk, zurig en zoet smakend fruitbier.
Het basisbrouwsel van kriek kan van lage, spontane en/of hoge gisting zijn. Het
enige wat men doet is bij een brouwsel van een bepaalde soort echte krieken
(zwarte kersen; de beroemde Schaarbeekse krieken, of de minder bekende
Gorsemse, Brabantse of Noordse krieken) of de goedkopere kriek-siroop
toevoegen. Soms voegt men concentraat of smaakstoffen toe. Kriek kan dus
eigenlijk niet als een soort worden beschouwd, omdat het enkel duidt op een
vruchtentoevoegsel. Zo zijn er onder andere Oud-Bruin-Krieken (Liefmans Kriek),
Gueuze-Krieken en zelfs honingkrieken.
Kriek Lambic heeft als basisbrouwsel Lambic, zoals de naam
al suggereert. Bij de Kriek Lambic worden echte krieken toegevoegd aan de nog
rijpende Lambic en daarna versneden tot een constante kwaliteit. Daarna vindt
er nog minstens gedurende een jaar, rijping plaats van de krieken op de lambic.
Dit noemt men wel de echte kriek: ongezoet, bereid uit louter echte krieken die
in pure lambic gistten in eikehouten vaten en die pas als de kriek rijp is
wordt gebotteld in champagneflessen met nagisting. Soms wordt de Kriek Lambic
gezoet met suikerwater.
In Nederland mag zuur bier, waaraan een bepaalde hoeveelheid
kersen, kersensap of kersenextract is toegevoegd, verkocht worden onder de naam
Kriek.
Alcoholpercentage: 5-5.5%
Kleur: donkerrood,
de kleur verdwijnt in de loop der tijd langzaam!
Smaak: fruitig-zurig;
soms bitter door amandelsmaak uit kersepitten; duidelijke
kersensmaak; absoluut niet zoet!
Soort gisting: spontane
Schenktemperatuur: 2-3oC,
4-6oC, 8oC
Aanbevolen glas: ballon
Houdbaarheid: onbeperkt, maar smaakverlies
Kriek Lambic Primeur
Een marketing-truc, in navolging van primeur-wijnen.
Pretendeert orginele kriek lambic te zijn, gebrouwen met de eerste oogst
Schaarsbeekse krieken, en daarna gedurende
slechts 8 maanden nagegist. Wordt alleen in het voorjaar geleverd.
Glühkriek
Een warm en kruidig kriekbier. Verwarmen tot 70oC
in de pan of magnetron. Aanbevolen glas: ballon.
Kruidenbier
Bieren waaraan kruiden zijn toegevoegd; soms als vervanging
van hop. Voornamelijk een Belgische specialiteit, maar ook Nederlandse brouwers
maken nu volop gebruik van kruiden. Gebruikte kruiden: gagel (voor gagelbier),
koreander (voor witbier), gember (voor gemberbier), kummel, (ster)anijs,
curaçao e.a. Naast kruiden kunnen er bijvoorbeeld ook bloemen worden
toegevoegd.
Vroeger werd voor het kruiden van bier gruit (gruut, gruyt,
grute) gebruikt (i.p.v. hop). Gruit is een mix van verschillende kruiden, zoals
gagel(katjes), salie, duizendblad, notenblaren, peterselie, "Porsch",
kummel, laurier, bilsenkruid (giftig!), jeneverbes, anijs en soms zelfs hars
en/of turf. De bereiding en verkoop van gruit was het recht van de adel.
Overige fruitbieren
Er bestaan vele verschillende fruitbieren, o.a. met de
volgende vruchten-toevoegingen: aardbeien, ananas, appel, bananen, bosbessen,
citroenen, druiven, grapefruits, kiwi's, mirabellen (kleine pruimen), perziken,
pruimen, wilde bessen en zwarte bessen (cassis). Ook combinaties van vruchten
voor de bereiding van bier is mogelijk, bv. kiwi-grapefruit. Het zijn bieren op
basis van echte vruchten (helaas aan het verdwijnen), extracten,
sapconcentraten of siropen en als basisbier kan bv. lambic dienen. Ook kan men
een fruitbier produceren op basis van pilsener en koolzuurhoudend
water(!).
Fruitsiropen kunnen naast vruchtenconcentraat ook water,
suiker en conserveermiddel bevatten. Toevoegingen van houdbaarheids- en
kleurstoffen, aromas, water en suiker zouden niet toegestaan moeten worden.
Soms worden deze bieren extra gezoet door gebruik van
fructose. De bieren worden vaak gedronken in champagneglazen.
Er bestaan ook bieren met toevoegingen van echte vruchten: sleedoornbessen op oude lambic, Italiaanse muskaatdruiven op oude lambic
(mengsel van wijn en bier) en bier met druiven. Waar liggen de grenzen tussen bier en wijn?
Roggebier
In vroeger tijden werd vooral in het noorden van Duitsland
bier gebrouwen met een mengeling van graansoorten. De boeren verbouwden toen
het graan door elkaar, en niet per soort apart, dus was het moeilijk om een
bier van een enkele graansoort te maken. Met de scheiding van de graansoorten
raakte het bier, dat vaak (ook in Duitsland) met gruit werd gebrouwen,
uit gebruik. In 1989 kwam deze (vergeten) biersoort weer terug in Duitsland.
Rogge heeft een hoge biologische waarde (vitaminen, mineralen) en produkten uit
rogge zijn licht verteerbaar. Er gingen enkele jaren van research vooraf aan de
introductie van het roggebier, omdat rogge een aantal eigenschappen heeft die
invloed hebben op het brouwproces. Deze biersoort kan geproduceerd worden
binnen de mogelijkheden van het Reinheitsgebot. Dit staat voor ondergistende
bieren slechts gerstemout toe, maar voor bovengistende bieren ook andere
moutsoorten.
Rijstebier
De rijst moet eerst gemalen worden, daarna koken tot ze
verstijfseld is en dan bij de maïsch voegen.
Speltbier
Spelt (in Duitsland Dinkel genaamd), is een graan afkomstig
uit Schwabenland (D). Sinds ongeveer 3000 jaar voor Christus wordt spelt in het
alemannengebied, het huidige Baden-Wuerttemberg en het Duitstalige deel van
Zwitserland geteeld. In de loop der tijd vond de spelt
steeds minder belangstelling naarmate de produktieopbrengst van tarwe de
voorkeur kreeg boven de kwaliteiten van spelt. Spelt is een zeer wintervaste,
robuuste en wat de bodem en het klimaat betreft weinig vragende graansoort.
Deze spelttarwe gedijt zelfs onder de ruwe omstandigheden van de
'Schwaebischen-Alb'. Zijn voordelen ten opzichte van tarwe liggen in zijn
betere voedingsstofopname uit de bodem en de bijzondere
opbouw van de vrucht. De natuurlijke, dichte bolster van spelt beschermt het
graan tegen alle invloeden van de milieuvervuiling, chemicaliën,
schimmelziekten en beschadiging. Daardoor kan spelt als enige graansoort op
volkorenbasis gebruikt worden. Voor de bereiding van bier uit spelt is wel een
aanpassing nodig van het dorsproces, omdat anders de kiemkracht verloren gaat
door beschadiging van de graankorrel. De spelt wordt gemout, omdat ruwe spelt
ten eerste niet geschikt is als grondstof voor bier en ten tweede willen de
Duitse brouwers het Reinheitsgebot in ere houden door uitsluitend gemout graan
als grondstof te gebruiken.
Speltbier is dus een tarwebier gebrouwen uit de wilde
tarwesoort 'Triticum Spelta'. Volgens de overlevering werd gekiemde gerst en
spelt al tussen 3500 en 3000 voor onze jaartelling gebruikt door de Sumeriërs
en Egyptenaren om mout te maken. Van deze mout bakte men brood
en deze broden werden weer verder verwerkt tot bier. In de middeleeuwen werd
onder andere in Nederland bier gebrouwen van andere moutsoorten dan gerstemout.
Havermout en tarwemout waren bijvoorbeeld de alternatieven. Ook boekweit en
spelt worden wel vermeld als grondstof, maar in de 18e eeuw zijn deze
grondstoffen vergaand in onbruik geraakt. Brouwerij Raaf heeft eind jaren'80
ook een tijdlang met deze biersoort geëxperimenteerd.
Stroopbier
Geen echt bier, omdat er geen mout wordt gebruikt bij de
bereiding ervan. De ingrediënten van dit bier zijn: stroop, donkere
basterdsuiker, citroenen en gist. Door de onvergistbare suikers in de stroop
ontstaat een enigszins bittere drank.
Overigen
Chicha
Voor het Inca-bier Chicha wordt graan vermalen en in water
opgelost. Een klein gedeelte wordt echter zachtjes gekookt, daarna langzaam en
grondig gekauwd, weer uitgespuugd en aan het vermalen graan toegevoegd. Enzymen
in het speeksel zorgen voor de omzetting van zetmeel in suikers.
Dierenbier
In 1993 bracht de Franse bierbrouwerij Pecheur een
alcoholvrij bier voor katten (Mon Tietie) en honden (Mon Toutou/Oaw/Wuff) op de
markt. Dit bier wordt gemaakt op basis van het afvalprodukt dat bij de
reguliere bierbrouwerij vrijkomt. De aankoop van een pilsje voor de huisdieren
past binnen de toenemende humanisering (vermenselijking) van huisdieren. Groene
leguaan is een alcoholist: deze eet gistend/rottend fruit en wordt door de aldus ontstane alcohol dronken
Faraobier - Oerbier
Egyptologen van de Engelse Cambridge University doen samen
met de Scottish and Newcastle Breweries verwoede pogingen om het bier te
produceren, dat de farao's zo'n 3400 jaar geleden dronken en dat algemeen
gezien wordt als het oerbier. Onderzoek in Egypte heeft geleid tot de vondst
van een bakkerij-annex-bierbrouwerij in de oude hoofdstad Tell Al Amarna,
daterend uit de tijd van farao Akhenaten, de vader van Toetankhamon. Na
onderzoek van hieroglyfen, schilderingen en schatten die de farao's meenamen in
hun graven, kwam men erachter dat de combinatie bakkerij-brouwerij heel
gebruikelijk was.
In de bakkerij werd het brood gebakken, dat daarna tot
beslag verwerkt werd door het te weken in water en te vermengen met suikers en
gist. Om het beslag te laten gisten werd het in speciale potten gestopt. Het
bier dat zo gebrouwen werd, moet vrij sterk van smaak, zoetig, tamelijk dik en
goudachtig van kleur geweest zijn. Het staat vrijwel vast dat men het bier
moest zeven voordat het drinkbaar was.
Er werden zaden en brouwapparatuur gevonden in het graf van
Toetankhamon. De zaden lijken sterk op het primitieve tarweras Emmer, dat in
Egypte nog steeds in het wild voorkomt. Inmiddels heeft men de zaden gezaaid in zowel Egypte als Engeland, en wordt er tarwe
geoogst. In andere faraograven werden potten gevonden met bier-residu's.
Daaruit kon men afleiden dat de suikers/gist afkomstig moesten zijn van fruit,
o.a. van (beschimmelde) dadels en vruchten van de in Egypte nog spaarzaam
voorkomende Persea-boom. Van de opgegraven potten zijn inmiddels replica's
gemaakt door een Londense pottenbakster. Het brouwen laat nog wel even op zich
wachten. De Egyptische brouwwijze is enigszins bekend van muurschilderingen.
Het graan werd in water gedrenkt en als het ontkiemd was tot pap gemalen,
waarna gist werd toegevoegd. Het resulterende zuurdesem werd vermoedelijk iets
gebakken en in grote vaten met water vermengd.
Liefdesbier
Liefdesbier wordt gebrouwen met natuurlijke plantenextracten
(Aphrodisiakum = liefde verwekkend) die de geslachtsdrift bij zowel mannen als
vrouwen stimuleert (echter dan moet je het bier wel regelmatig drinken). Een
voorbeeld van deze biersoort is het Franse 36"15 Pecheur.
Sumerisch bier
De archeologen Rudolph Michel en Virginia Badler meldden in
Nature van 5november 1992 dat ze in de ruïnestad Godin Tepe, in de bergen van
West-Iran, een stuk van een vat hebben gevonden dat aan de binnenkant volgens
een vast patroon bekrast is. Het curieuze is nu dat het vroeg-Sumerische teken
voor bier, sterk lijkt op een vat met daarop wat krassen. In de groeven troffen
ze wat geel stof aan en een chemische analyse toonde aan dat dit calciumoxalaat
bevatte. Dit nu is een belangrijk bestanddeel van 'biersteen',
een aanslag die optreedt in vaten gerstebier. Men vermoedt
dat het hier de oudste biervaten betreft. De groeven waren bedoeld om de
aanslag aan de kant te houden, wat de vergisting ten goede kwam. De biersmaak
en bereidingswijze is echter nog niet bekend!
Bierpredikaten
- Extra
- Gold (bijv. voor de iets sterkere pilseners);
een luxe pilsener,
licht van kleur en met een vollere smaak dan de normale pilseners, vergelijkbaar
met de Scandinavische
luxe bieren (5.5%);
- Grand Cru (bijv. voor een goede tripel): zou oorspronkelijk
betekend kunnen hebben dat het een speciaal brouwsel van grote klasse betrof.
Wordt nu te pas en te onpas
gebruikt en is eerder een modewoord geworden.
- Premium: soms gebruikt voor pilseners met een beter imago
en een hogere prijsstelling
- Speciaal
- Cuvée: oorspronkelijk gebruikt voor het aanduiden van een
partij bier van een aparte klasse. Het betrof dikwijls een partij
bier van hetzelfde brouwsel waarvan de smaak door omstandigheden (bijv. wijze
van bewaring) anders
geëvolueerd was. Het Nederlandse woord 'kuip' suggereert een partij ter grootte
van een kuip. Nu is cuvée
een populair predikaat, vooral bij etiketbier-makers.
Biersoorten nader Bekeken
Er bestaat een onverklaarbare wet,
die zegt dat er op eilanden altijd wel iets interessants op
biergebied te vinden is.
(Michael Jackson in [Jack 77], refererend naar Malta, Man,
Seychellen en Guernsey)
Er bestaan verschillende categoriën waarin bieren kunnen
worden geplaatst. Hieronder zullen de meest gangbare beschreven worden:
- A-merken: biermerken die algemeen bekend staan als
hebbende een goede
kwaliteit. Er
bestaan zowel regionaal, als landelijk verkrijgbare
A-merken. De
A-merken beslaan zo'n 70% van de markt, terwijl de
B-merken zo'n
35% goedkoper zijn! (1984)
- B-merken: biermerken die algemeen bekend staan als
hebbende een mindere
kwaliteit. De
brouwerij wordt wel op het etiket vermeldt. Vaak worden
van deze bieren
verschillende etiketbieren uitgebracht. Een voorbeeld:
Skol Pilsener
Bier, met de tientallen etiketbieren bestemd voor
supermarkten.
- Gelegenheidsbieren: bestaande bieren met een
gelegenheidsetiket, of
speciaal voor
gelegenheden gebrouwen bieren. Speciale gelegenheidsbieren
zijn bv.:
beursbier, geboortebier, jubileumbier, trouwbier, pannebier
etc..
- Etiketbieren en private labels (huismerken):
Eén brouwsel
dat verkocht wordt onder meerdere etiketten en tegen
verschillende
prijzen.
Bij
etiketbieren komt de naam van de (op het etiket vermelde) verkoper
niet
overeenkomt met de naam van de (niet op het etiket vermelde)
werkelijke
producent. Misleidend is, dat vaak een (soms niet werkelijk
aktieve of niet
bestaande) brouwerij als zgn. producent wordt vermeld
terwijl dit
slechts de verantwoordelijk verkoper is, de werkelijke
herkomst is dan
niet of zeer onduidelijk op het etiket weergegeven.
Vaak gaat het
om al bestaande bieren met een nieuw etiket.
De consument
wordt dus misleidt! Private labels zijn etiketbieren
speciaal
bestemd voor supermarkten. Niemand maakt echter private labels,
de produkten
die achter de huismerken van o.a. Albert Heijn, Spar en
Super zitten.
Althans: bijna niemand wil weten dat hij private labels
maakt, omdat de
meeste brouwerijen hun eigen topmerk geen schade willen
berokkenen.
Immers wat gebeurt er als bekend wordt dat het topmerk ook
onder een
andere naam, maar tegen een goedkopere prijs verkocht wordt.
Brouwerijen die
private labels produceren zijn o.a.: VBBR, Dommelsche
Bierbrouwerij
en Bavaria.
- Afgeleide bieren: uitgaande van een bestaand bier wordt
een lichte
variatie
toegepast.
- Eenmalig gebrouwen bieren: bieren die door een brouwerij
slechts eenmalig
(vaak als
experiment) gebrouwen worden.
- Streekbieren:
- Exportbieren:
Voor de meeste consumenten is de smaak van een bier de
belangrijkste factor
om een bier te kopen (de prijs is natuurlijk ook niet geheel
onbelangrijk).
Zowel brouwer als consument hebben een bepaalde verwachting
van de smaak van
een bier, die in de praktijk niet altijd hetzelfde blijkt te
zijn, zoals
moge blijken uit de driehoeksttest.
Driehoekstest:
Een blindproeftest met drie bieren waarvan twee dezelfde.
Hoe meer proevers
het derde bier eruit halen des te gerechtvaardiger is het
werkelijk geproefde
verschil.
Het is niettemin mogelijk dat de consument verschillen kan
constateren
bij bieren van hetzelfde brouwsel. Dit komt voort uit:
- wijze van bewaren (temperatuur - scherpe temperatuurschommelingen
kan
troebelheid veroorzaken - en hoeveelheid licht)
- wijze van transport (veel geschud, liggend/staand)
- leeftijd bij aankoop (een reden voor vermelding van
botteldatum)
- natuurlijke oxidatie
- wijze van schenken (glas, temperatuur, toevoegingen zoals
grenadine en
citroen, met of zonder gist, etc.)
- smaakwaarneming consument
De term etiketbier is bij bovenstaande verschijnselen dus onjuist. Etiketbieren, zoals boven beschreven, kunnen in de volgende
verschijningen voorkomen:
- De opdrachtgever levert aan de brouwerij 'eigen' etiketten met de naam
van het etiketbier en de naam van de verkoper i.p.v. de naam van het
moederbrouwsel en de brouwerij van herkomst. De herkomst is meestal onbekend en men
kan dus spreken van misleiding.
- De brouwer plakt zelf verschillende etiketten op flessen van éénzelfde
brouwsel voor zichzelf of in opdracht van andere brouwerijen
- Brouwerijen leveren bier zonder etiket, dat in strijd is
met de wettelijke voorschriften.
- De brouwer weet van niets en in de tussenhandel of thuis worden etiketten afgeweekt en andere etiketten opgeplakt. De
brouwers veroordelen deze aktiviteiten scherp. Dit gebeurt steeds vaker, door
mensen die voor iedere gelegenheid een biertje uitbrengen, vaak met een
primitief etiket. Soms ontbreekt zelfs de naam van de brouwerij. Prive-uitgaven.
- De brouwer brouwt elke keer brouwsels die bewust weinig van elkaar verschillen om
de indruk te wekken een nieuw bier te brouwen.
Het op de markt brengen van een origineel bier brengt veel risico's met zich mee.
Het is dan ook logisch dat een bepaalde brouwerij op bijna hetzelfde tijdstip
twee bijna identieke bieren op de markt brengt als twee A-merken.
Het geheime wapen van iedere brouwer is het versnijden van verschillende brouwsels
om zo verschillende maar wel zeer veel op elkaar lijkende bieren te laten
verschijnen op de markt. Deze inspanning toont gebrek aan inventiviteit en is
zeker geen garantie voor constante kwaliteit van de smaak.
Nieuwtje: (etiket)bieren met etiketten in verschillende kleuren laten drukken. Niet leuk
voor verzamelaars, alleen goed voor de eigen portemonnee.
Geschiedenis kruideniersbieren/supermarktbieren
Tot 1947 was Brouwerij Phoenix te Amersfoort de enige brouwerij die
kruideniersbier brouwde. Men brouwde o.a. voor Sperwer en Spar. De Amsterdamse
brouwerij van Vollenhoven volgde. De kruidenier werd supermarkt en Phoenix en
van Vollenhoven verloren de prijzenoorlog van concurrerende brouwerijen als
Bavaria en Dommelsch. Phoenix en van Vollenhoven verdwenen dan ook van de
markt. Bavaria, Dommelsch en sinds de jaren '60 ook de VBBR (resp. Breda, Drie
Hoefijzers, Oranjeboom, Skol) zijn nog steeds brouwers van supermarktbieren.
Heineken, Grolsch, Brand en andere (regionale) brouwers
brouwen deze bieren niet, omdat men grote waarde hecht aan merkgebondenheid en
smaakpatroon van de consument.
De etiketbieren worden in het algemeen met een andere gist
gebrouwen, hebben een mindere en/of afwijkende hoeveelheid hop en moutstorting
en hebben een lager stamwortgehalte (± 11oP). Ook de lagertijd zou
aanzienlijk korter zijn, wat resulteert in lagere produktiekosten. Dit levert
een bier van minder kwaliteit, maar waar de consument toch genoegen mee neemt
door de lagere prijsstelling (als je het maar koud drinkt, dan valt het
......).
De etiketbieren van dezelfde brouwerij vertonen opvallende overeenkomsten in
geur, kleur, smaak en prijs(?), vandaar ook de naam etiketbieren. De vele
verschillende namen voor etiketbieren komen ook voort uit het feit dat er vele
(regionale) supermarkten e.d. zijn, die elk hun eigen (goedkope) bier willen
hebben.
De nieuwe brouwerijen hebben de faciliteiten niet om grote
hoeveelheden voor
derden te brouwen, maar ook hier komt het verschijnsel
etiketbier voor. Het
zijn vaak bieren die identiek zijn aan een bestaand bier van
de brouwerij, maar
bedoeld zijn als gelegenheidsbier en dus van tijdelijke aard
zijn.
Ook zijn er enkele Belgische brouwerijen die etiketbieren
uitbrengen speciaal voor de Nederlandse markt. BIOS, Sterkens, RIVA en Du Bocq
zijn brouwerijen die dit veelvuldig doen. Het betreft dan gelegenheidsbieren,
bieren voor slijterijen of bieren voor cafés.
De modetrend is om met ludieke namen aan nostalgie te
appeleren puur als verkoopargument. Het moederbrouwsel en de brouwerij van
herkomst zijn voor de consument vaak zeer moeilijk te achterhalen, met als
resultaat dat de verkoper een vaak veel te hoge prijs vraagt.
De naam van het moederbrouwsel zou op het etiket van een
etiketbier vermeld moeten worden om de consument te beschermen tegen
misleiding, wat volgens de wet strafbaar is. Ook zou de brouwerij van werkelijke
herkomst vermeld moeten worden. Het verschijnsel etiketbier is moeilijk te ontdekken
en nog moeilijker te bewijzen, omdat elk brouwsel enigszins kan afwijken en er
zelfs binnen één brouwsel afwijkingen kunnen ontstaan, bijv. door
ongelijke verdeling van de gist.