februari 1997: Arabieren in Brugge

Voor hetzelfde geld had het geheten: Lullen bij Leopold of Streken bij d'n Straffe. De werktitel was Bierelieren in Brugge. Ook een Rondje met een Blondje was een optie, maar ach....... What the fuck is in a name, it's the beer that counts. 360 dagen Jazeker, als je het natelt, is het zo goed als precies 360 dagen geleden dat er door het Genootschap het Groene Hopveld weer eens een veldtocht werd uitgezet. De vorige had plaats begin maart 1996. Langzamerhand voelen we onszelf belangrijk binnen de bierwereld. "Stichting" kwam ons niet meer zo goed uit dus drinkenderwijs is de stichting een genootschap geworden. Dit schrijven we na het drinken, want tijdens dat drinken hebben we genoten. In tegenwoordige tijd is het dus genietschap.

Nu, vandaag, aujourd'hui, is schrijven we Anna Domino 24 februari 1997. In december zijn de eerste voorbereidingen weer getroffen. En ook nu kwamen we er weer achter dat de vakantie in de provincie Utrecht weer twee weken later plaats vindt dan die in Noord?Brabant. Wij kennen namelijk carnaval en hullie nie!! Ja, ze denken het wel te kennen en drinken dan veel, maar da's geen carnaval. Veel drinken kunnen Martien en ik ook en toch hebben wij geen Carnaval. Dus geen Carnaval in Utrecht. Maar goed ook, kunnen we tenminste rustig genieten van alle mooie brouwerijtjes en cafeetjes die de Belgen rijk zijn. Want daar kun je met Carnaval natuurlijk niet in.

Brugge? Waarom naar Brugge. Welnu, daar kunnen we heel kort over zijn. Martien wilde de vorige keer al naar Brugge. Vandaar dat we nu in Brugge zijn. Martien heeft iets met Brugge en andersom, da's minder. Het is altijd moeilijk om een keus te maken. We hebben Leuven gehad, Hoegaarden, Gent en nu dan Brugge. Gelukkig nog 364 andere Belgische steden om te kiezen. Willem we ze allemaal bezoeken, zullen we toch op moeten schieten. Ook deze keer toch wel het een en ander voorbereid. In januari al brieven geschreven naar het bureau voor Toerisme. De week voor ons vertrek op de digitale stad Brugge rondgekeken om er achter te komen dat op 24 februari Youp van het Hek optreedt. En natuurlijk veel brouwerijen opgebeld met de vraag of we langs konden komen.

Proloog In eerste instantie had ik een afspraak gemaakt met Ed van Nisius van brouwerij Maasland te Oss. Een mooi begin in het mooie Brabant. Maar helaas gebruikte hij die dag om een serie bier, die hij uit de handel had moeten nemen, te vernietigen. Maar we waren natuurlijk wel van harte welkom om eens een keer een hele avond langs te komen. Krijgen we uitleg over al zijn biersoorten. D'n Schele Os, De Ossche Tripel en natuurlijk de Superstrongbok om maar eens een paar biersoorten te noemen. Dit houden we nog tegoed.

Toen dacht ik dat het misschien wel leuk was om een bezoek te brengen aan brouwerij de 3 Horne in Kaatsheuvel, maar mevrouw Groothuis (de brouwer heet Sjef Groothuis) zei dat hij slechts op vrijdag en zaterdag brouwde. Weer helaas. Vele brouwerijen werden in die week gebeld. We noemen er een paar: BIOS in Ertvelde, Strubbe in Ichtegem, Pater van Damme te Damme, 't Steedje in Ettelgem, Huyge in Melle, De Rijck in Herzele, Sterkens in Meer en als een van de laatste de Dolle Brouwers uit Diksmuide. Gelukkig, er was een rondleiding op 24 februari om 16.30 maar de ze was wel in het Engels. Pas de problem for us. Geboekt voor het Genootschap. In het Bierjaarboek van Peter Crombecq staat te lezen dat in Brugge de brouwerij Straffe Hendrik om het uur een rondleiding geeft. Dat gaan we ter plekke regelen. Maar voor het zover was moesten we eerst op weg. Om 10.30 die maandagmorgen verschijnt de renault in de Middelburglaan. Het was alsof hij het nog wist van de vorige keer. Hij mag weer drie dagen we met de baas. Begonnen met een stevige mok koffie met een Bossche Bol. Zo, die calorieën pakken ze ons niet meer af.

Blauwe Maandag Om exact 11.00 uur wordt er vertrokken. Martien dacht nog een krat Grolsch te kunnen inleveren en wordt tot de orde geroepen door de penningmeester van het Genootschap. Dit kan niet in België!!! De krat blijft achter bij de soortgenoten. De lege Westmalle dubbel van Gerard kan er nu met gemak bij.

Op naar de Grenspost Hazeldonk bij Breda. Daar zou zich volgens de overlevering toch een groothandel moeten bevinden. Daar kunnen we de lege kratten kwijt, maar wat belangrijker is, we krijgen er volle voor terug. Althans dat geldt voor mij. Martien hep maar een klein schuurtje en mag geen kratten kopen. Gelijk heeft ze. brengt maar ongeluk. Samen met Martien in de auto nog wel een handigheid bedacht om via een pallet en een touw toch kratten kwijt te kunnen. Via contragewichten kan dit geheel aan het plafond gehangen worden en bijna vanzelf gaat het dan omhoog en omlaag. Vereist wat vakkennis en heel veel tijd. Helaas, hep?tie niet. Dan maar geen kratten. Dat er na dit avontuur vijf dozen vol met flessen en glazen in dezelfde schuur zullen staan, doet haar straks nog wel op den bol krabben.

A59 naar Waalwijk, effe naar links langs Breda en de grenspost Hazeldonk komt al in beeld. In de auto gepraat over de zelfstandigheid van Wilma. Gaat ze naar een garage om te kijken naar een renault, komt ze terug met een Suzuki Alto van nog geen jaar oud. Er waren twee mensen in het autootje geïnteresseerd, maar de derde reed er snel mee heen. Dat was Wilma dus. Maar ze moest wel effe f. 15.000,00 dokken. Nou waren er wel weer diverse meevallers, maar het is toch een smak geld. En had M. wel toestemming gegeven? Dat knaagde.

Industriegebied Hazeldonk. Om nou de schuld aan de borden te geven is misschien iets te veel van het goede. In ieder geval reden we keurig een tankstation binnen. Geen bierhandel te zien. Terug naar de snelweg en daar is dan het echte industriegebied annex grensovergang Hazeldonk. Geheel aan het einde ervan (hebben wij weer) bevindt zich een groothandel met de lyrische naam "de Brouwketel". Het betreft hier een echt Hollandse groothandel en dus kunnen wij er geen bier komen. Snel door de harde wind weer terug de auto in en op weg naar Kalmthout. Daar hadden we op gerekend. Via allerlei binnendoor?weggetjes rijden we door het fraaie typisch Belgische landschap. Strontluchten en rode baksteenwoninkjes. Hebben we niet meer in Nederland, van die luchten.

Kalmthout Dat dit plaatsje zich kalm houdt met die vele fiscale vluchtelingen!!. Het ene bouwkundige gedrocht na het andere gekunstelde bouwwerk laat zien dat het droevig gesteld is met de smaak en architectuur van de Nederlandse vluchtelingen. Het één lijkt op een kasteel in barensnood en de ander op een garage waar een paleis omheen getracht is te bouwen. Dan treffen we er ook nog brievenbussen aan van het formaat Magnetron 50 liter. Dat daar geen fatsoenlijke blauwe envelop in kan snap ik ook al niet. En aan die hobbelwegen moeten ze ook eens wat aan doen.

In Kalmthout rijden we als vanzelf naar de Groothandel van de gebroeders de Caigny aan de Kappellensteenweg. Het is helaas net lunchpauze. Om 13.00 uur gaat alles weer open. Deze door ons niet ingelaste pauze grijpen we aan om te proberen ons op te Belgische Frieten te storten. Dat valt niet mee. Zeker als op maandag zo goed als alles dicht is. Terwijl we door het dorpje lopen, komen we langs de parochieële feestzaal en langs de sociale mutualiteit. Als we even later ook nog langs de liberale mutualiteit lopen hebben we een probleem. Met onze fantasie konden we ons nog wel wat voorstellen over mutualiteit. Bij SM kom je ook als zoiets tegen. Maar dat liberalen dat met zich laten doen of later zoals bleek ook christelijken, dat was te veel van het goede. Terwijl we beiden hardop staan te praten wat deze mutualiteit dan toch wel voor een verminking zou kunnen zijn, draait er een mercedes een parkeerplaats op. De bestuurder hoort ons praten. "Allee", zegt de man," das gewoon de ziekenkas" en sprint naar de ingang van het betreffende pand. Zo ziek leek hij ons niet, maar toch bedankt voor de uitleg. Een eindje verderop stond eenzaam en alleen een heel leegstaand statig huis. Heel trots stond hij tussen de toch wat vreemde bouw van de rest van de huizen in de straat. Dit huis heeft karakter vonden wij.

Aan het eind van de straat weer teruggekeerd naar de auto, want we hadden nog steeds geen frites? annex broodjeszaak kunnen ontdekken. Een heel eind verder in de straat komen we langs een bakker die ook broodjes verkoopt. Snel gestopt en naar binnen. Twee broodjes gezond gaan er goed in en Martien krijgt van de bakkin het advies om alle 100?frank biljetten die hij nog van 4 jaar heeft opgepot maar bij haar in te wisselen want deze zijn niet meer geldig. Een klant van haar is getrouwd met iemand, die heeft een broer en die kent iemand die regelmatig in Brussel komt bij de Brusselse bank. Daar kunnen de biljetten nog wel worden ingeleverd. Toch mooi meegenomen.

Inmiddels is het bijna 13.00 uur geworden. Het ei en de broodresten worden van de zitting geveegd en we gaan de gebroeders met een bezoek vereren. Terug de straat in en op weg naar het pand met de naam van de gebroeders in neon. De parkeerplaats bleek al open. Tegen de met klimop begroeide muur waren allerlei mooie emaille reclames bevestigd, Duvel, L'Achouffe enzovoorts. De lege kratten werden op een wagentje geladen en we liepen de mooie groothandel binnen. Heel opgeruimd, zeer overzichtelijk. Rechts in de hoek mochten we de lege 'bakken' brengen. Eén van de gebroeders stond ons vriendelijk te woord. Martien had twee kratten en een hoop losse flesjes om in te leveren. Bij het weer vol laden van de doos keek hij vooral naar de Brugse Tripel en Ename dubbel en andere mooieTripels. Op de lijst is precies te zien wat er weer werd aangeschaft. Voor Martien geen kratten. Wel veel volle dozen. Ook zagen wij een heel mooi glas van Hoegaardse Speciale, gratis bij een krat Hougaerdse Das. Toen wij er naar informeerden, kregen we beiden een exemplaar aangeboden. Hij verkocht geen nieuwe Straffe Hendrik, geen Brugs Blond en geen Fumee d'Anvers. Wel veel mooie andere bieren.

Rap op weg naar Brugge. De tunnel kostte 120 Franken aan tol. Eerst de tunnel en dan pas betalen. Nou is omdraaien op de snelweg een beetje lastig. Bij Antwerpen ging er toch iets fout met de bewegwijzering. Zo staat Brugge netjes aangegeven en zo staat er niets meer aangegeven. We zaggen zig door allerlei dorpjes. Maar met behulp van de kaart toch snel de snelweg teruggevonden. Om exact 14.26 komt de zon door. Snel doet M. zijn zonnebril op. Heeft?ie toch niet voor niets meegenomen. Tijdens de rit worden diverse jeugdverhalen opgehaald. Zo heeft hij (Martien dus) samen met nog iemand uit zijn klas regelmatig geknokt. Dit was onvermijdelijk. Als je door een bepaalde buurt liep, werd er gewoon geknokt. Veel slaag weggegeven, ook veel gekregen.

Hotel Leopold Om 15.20 reden we Brugge binnen. Een beetje te snel, want we reden in de tunnel met een noodgang de ingang van de ondergrondse garage voorbij. Geen nood, iets verder een rotonde en hup weer de tunnel in, wat rustiger deze keer. De auto werd neergezet bij 3.27 met een zwaantje op de pilaar. Of er op andere ver?diepingen andere dieren stonden is ons nooit duidelijk geworden. 3 Werd toch 'onze' verdieping. Direct tegenover de uitgang stond een 4?sterren hotel. Bleek tweeper? soonskamers te hebben vanaf 3000 Franken. Iets te gortig. Op weg naar het centrum zagen we de achterkant van een ander Hotel. Op onze schreden terug naar 't Zand. Zo heet dat plein met fontein en met ondergrondse parkeerplaats. En jawel, ook in het boekje van Brugse hotels stond dat er op 't Zand nog een hotel moest zijn: Hotel Leopold. Veel vlaggen aan de gevel. Direct naar binnen en te woord gestaan door een in eerste instantie wat verlegen vrouw. Althans toen wij informeerden naar een tweepersoons kamer en het ons niet uitmaakte of er een tweepersoons bed stond of twee eenpersoons. Zij zag ons misschien wel aan voor amateurhomofielen. Twee Nederlandse mannen een nachtje samen in Brugge. Toen ik vertelde dat Nelleke tenminste 10 centimeter langer was dan de vrouw achter de receptie en dat wij dus 30 cm. scheelden, begon ze ineens te praten. Net alsof ze opgelucht was het toch bij het verkeerde einde te hebben, wat die ama? teurhomofielen dus betrof. We konden kiezen uit kamer 4 aan de voorkant of kamer 1 aan de achterkant. Het werd de kamer aan de voorkant, met uitzicht op het plein en een stukje park. Twee gezellige stoeltjes en een tafeltje voor het raam.

Diksmuide Van de hotelière hadden we gehoord dat het ongeveer 3 kwartier rijden was naar Diksmuide. Het grootste deel van deze weg liep door allerlei binnenweggetjes. Om 16.05 waren we reeds bij de brouwerij. Martien moest nog een plas plegen en deed dit op het toilet bij de brouwerij met de naam "2C". We besloten om op de markt in Esen (gemeente Diksmuide) een stamineetje op te zoeken en daar ons eerste biertje van die dag de nuttigen. Maar niks hoor, geen staminee of café te bekennen. Terug naar de auto en voorin de Hoegaerdse Das opengetrokken. Een aardig biertje om er in te komen, maar niets nieuws. Vreemde Belgische blikken naar het Genootschap. Wie is er nu vreemd? Zij hebben toch geen café??

Om 16.25 liepen we de brouwerij binnen. Een oude mevrouw liep in schort flesjes in te pakken en een meneer met een zelf gebreide trui van de Dolle Brouwers (die later de brouwer zelf bleek te zijn), stond kratten oerbier op een pallet in te pakken. We moesten nog even wachten op de groep scholieren. Deze kwamen al vrij snel. Het waren Belgische en Engelse studenten van een soort Hotelschool die met een internationale uitwisseling bezig waren.

In bijzonder gebrekkig, maar wel smeuïg Engels werd de rondleiding gegeven. In het begin vertelde zij wat algemeenheden over het brouwen en de brouwerij. Zij verhaalde dat de brouwer van water bier maakt en de drinker van bier water. Daarna werden we meegenomen de oude brouwerij in. Er werd op die plek al een jaar of dertig zeker geen bier meer gebrouwen. Wel heel nostalgisch. Vanuit een klein raampje konden we de grote gesloten gistingsvaten zien alwaar "d'Oeren" lagen te rusten.

Op de benedenverdieping stond nog een oude koperen buizenkoeler. Ook hier werd weer wat aan de pubers uitgelegd. Daarna naar een zaaltje dat op een collegezaal leek. Hier vertelde zij hoe de brouwerij begon in 1980 met twee broers Herteleer, de een was arts en de ander econoom. Zij besloten om hun hobby wat uit te breiden en kochten zo de brouwerij. De ene broer, de econoom, besloot om naar het buitenland te vertrekken. Automatisch werd de plaats ingevuld door de derde broer, die architect was. En de mevrouw die het vertelde kon het weten, want zij was de moeder van de drie broers. Zij brouwen voornamelijk op zaterdag en zondag, want het is eigenlijk een uit de hand gelopen hobby.

Na deze uiteenzetting over bier en brouwerijen in België, iedere antieke fles aan de wand was in 1950 een brouwerij, werden we uitgenodigd om een kijkje en een drankje te nemen in de gelagzaal. Deze ruime ruimte bestond uit een gigantisch aantal bij elkaar geraapte stoelen. Er stonden zo'n 100 stoelen en geen eentje was er gelijk aan de ander. Ook de tafels was een ratjetoe. Diverse tafels waren gemaakt van samengelijmde fustdelen en daarna vlakgeschuurd. Heel mooi. Moeder Herteleer vertelde dat ieder stukje uit het interieur bij elkaar geraapt en gezocht was aan de kant van de weg en van krijgertjes. Alles was gerepareerd en heel. Ook de tafel met de kogelgaten uit de Tweede Wereldoorlog (de kogelgaten, want de tafel was al beduidend ouder), was keurig gerestaureerd. Het pronkstuk van de zaal was een enorme vitrinekast met een groot aantal glazen. Het geheel was geplaatst op een stalen onderkant met mooie poten. Ook dit was een krijgertje, maar wel gerestaureerd voor 20.000 Beffen en nu zo'n 60.000 waard.

Eindelijk Oerbier Martien en ik waren de eersten die zich een biertje konden permitteren. Men kon kiezen uit Boskeun en Oerbier. Oerbier uit de tap wel te verstaan. Dat lieten wij ons geen twee keer zeggen. We lieten ons door Kris Herteleer, de brouwer, een heel glas vol?schenken. Een verrukkelijk biertje, mooi en vol van smaak. Terwijl we dit bier dronken kregen we van de moeder ook nog uitleg over het een en ander. De schilderijen die overal aan de wanden hingen, waren gemaakt door de architect; jawel de persoon die wij in het begin al zagen met de zelfgebreide trui. Voornamelijk aquarellen van taferelen in de buurt van Diksmuide. Best aardig. Ook moeder had hij bijzonder Koninklijk geportretteerd. Voor 320 Franken konden we een pakket bier kopen, bestaande uit 2 oerbier, 2 arabier en 2 Boskeun. Dit besloten we dus om maar te doen. Plotsklaps was ons glas leeg. Geen nood, de tap was op 2 meter afstand. De brouwer vertelde ons dat de Boskeun net 2 weken oud was. Dat was nog een klein beetje te proeven. Ondanks de goede smaak zat er nog een klein beetje een gistsmaak aan, maar die zal tegen de Pasen wel weg zijn.

Boskeun Hoe nu aan de naam Boskeun gekomen? Moeder vertelt nog steeds!! De broers hadden besloten om aan anderen te laten zien dat zij niet alleen een voortreffelijk gewoon bier konden brouwen zoals oerbier, waarmee zij trouwens ook al een eerste prijs hadden behaald op een bierfestival in Antwerpen, maar ook nog wel iets anders in hun mars hadden. Er kwam een vol, donker sterk bier uit. Een van de broers had een beetje grote oren en wat naar voren staande tanden. Hij leek dus op een haas. Keun in het Diksmuides. Na het drinken van dit bier zou hij wel eens kunnen gaan zigzaggen in het bos: ziehier de Boskeun was geboren. Het Paasbier van de Dolle brouwers

Op de vraag wie de meest beroemde persoon was die er in de brouwerij is geweest, antwoordde moeder: 'Michael Jackson'. Niet de zanger maar de bierkenner. Direct werd er één van de vele gastenboeken bijgehaald, die vanaf 1980 nauwkeurig zijn bijgehouden. Men vroeg ook aan ons om iets in het gastenboek te zetten. De brouwer had al snel door dat Martien en ik meer van bier wisten dan de gemiddelde bezoeker. Nadat we het boek hadden gesigneerd namens ons genootschap, zagen we uit een ooghoek de brouwer snel naar het boek lopen om te kijken waar wel van waren. Geniet, geniet, geniet. Ondertussen was Martien aan de praat geraakt met een van de Engelse begeleiders. Een dame van rond de 35 die voortreffelijk Engels sprak. Ze kwam dan ook uit Engeland. Volgens Martien was ze al getrouwd.

adat ook de boskeun in de Hollandse kelen was verdwenen, mochten we een geheel schoon glas meenemen. Ook hiervoor hadden we betaald, maar een glas uit eigen brouwerij is toch goud waard. Aldus het spreekwoord van het genootschap: "geen beter glas dan een brouwerijglas". "De avondstond heeft het glas aan de mond" was een goede tweede, beter althans dan "hoge glazen vangen veel schuim". Nadat we afscheid hadden genomen van moeder en zoon besloten we dat het tijd werd om een restaurant op te zoeken. De magen en de boskeun knaagden.

Pizzeria Da Mario Tegen 18.45 kwamen we bij het hotel aan. In de auto hadden we ook uitvoerig gediscussieerd wat de positie van Martien nu wel was als hij, samen met Wilma en nog wat bestuursleden uit Utrecht bij een chique etentje, door haar werd voorgesteld als "mijn levenspartner". Wat ben je dan wel niet van elkaar? Is dat minder dan "mijn man" of "hier ben ik mee getrouwd"? "Mijn echtgenoot" klinkt erg zwaar, alsof je dan moet meegenieten; een plicht tot genieten. Dat doe je wel, maar geniet men dan ook? Hoe dan ook, de levens?partner viel toch wat negatief uit.

nderweg hadden we via de radio vernomen dat het flink zou gaan stormen. Iedereen die niets buiten te zoeken had kon tussen 22.00 uur en 02.00 uur beter binnen blijven. Wij hadden wel wat te zoeken: een restaurant. Chinees leek ons een beetje teveel van het goede. Daar stonden de magen niet naar. Eenmaal op de markt van Brugge aangekomen liepen we regelrecht op een pizzeria af: Da Mario. Mario zelf was in geen velden of wegen te bekennen, maar wel een jongen en een meisje die, naar later bleek, de tent bleken te runnen. Het meisje had wel een aardig gezicht, maar die jongen hadden ze flink te pakken gehad. Allereerst barstte zijn gezicht van de meeëters. En dat in een Italiaans restaurant. Later bleek dat hij ook nog eens een ongeluk met zijn fiets had gehad, waardoor hij een chronische piepstem had opgelopen.

Dat hij de ansjovis op mijn pizza vergeten was, had misschien een andere oorzaak. Maar met genoegen wilde hij nog wel was ansjovis op de laatste hap leggen en die eventueel in de oven doen. Vergeefse moeite. Voordat we aan het maal zelf begonnen waren, hadden we een overheerlijke Straffe Hendrik op. De gewone. Na de uiensoep, die echt lekker was, bleek dat Jan met de paardestaart (ook dat nog) in de koelkast al de nieuwe Straffe Hendrik Bruin had staan. We mochten tegen hem vertellen wat wij er van vonden. Nu dat was niet tegen dovemansoren gezegd.

Toen we vroegen wat nu eigenlijk de relatie tussen de jongen en het meisje was (we zagen wel dat er iets meer was!!), zij hij dat zij "m'n lief" was. Dit klinkt veel meer dichter bij elkaar dan m'n verloofde, of mijn meisje. Martien vond dit ook veel beter klinken dan "levenspartner". Van de jongen mocht ik ook nog even naar Nederland bellen met zijn draagbare telefoon, maar niet langer dan 1 minuut, daar waren ze niet op ingesteld. We hebben daar bijna anderhalf uur gezeten, aan een tafeltje met kaarslicht aan het raam, tegenover het verlichte Belfort. Toen we vroegen of zij ook in hetzelfde pand woonden, antwoorde hij dat haar moeder met zijn zus en haar kindje daar woonden. Hij en z'n lief woonden in 'Hent'. De 'G' werd snel een H, maar wel een hele mooie. Ook de 'e' werd bijna als een 'a' uitgesproken. Een mooi taaltje, dat Brugs. Eenmaal aan de soep, zagen we dat het kind met 'tante' even weg ging. Later constateerden we dat ze naar McDonalds waren geweest om frites te halen. Tante en kind peuzelden gezamenlijk de frietjes naar binnen. Wij vreesden voor de kwaliteit van de pizza. Van de rekening was 10 frank afgetrokken vanwege de vergeten ansjovisjes. We hadden er niet eens over gerept.

Brugs Beertje Rond 20.00 uur hebben we onze hotelkamer weer opgezocht. Niet dat we hem kwijt waren maar toch..... Martien ging even televisie kijken en ik sloot even mijn ogen, om die rond 21.00 weer open te doen. Ja, je bent ook geen 40 meer. Ook Martien zei dat ik snurkte! Omdat er in de kamer geen koelkast met bier stond, ben ik maar even naar de parkeergarage gelopen om uit de auto enige bieren te halen. We besloten om een heerlijk bittere Orval buit te maken. Een mooi bier om mee te beginnen. Om 21.30 hadden we weer zin en fut genoeg om naar het bierspeciaalcafé te gaan. De Kemelstraat hadden we in tussentijd al ontdekt. Op nummer 5 een heel leuk klein cafeetje met heel veel bieren. Ongeveer 250 op de fles en 5 van 't vat. Het besluit viel op een Maerlant van 't vat. Deze was zo lekker dat we er later nog eentje namen. Naast ons zaten een man en een vrouw te praten. We konden niet verstaan wat ze zeiden, maar uit de expressie van de vrouw konden we op maken dat hij de verkering had uitgemaakt. Haar mond was één strenge gelipstifde streep. Dat mocht hij helemaal niet, de verkering uitmaken. Ik was in ieder geval blij dat ik niet in de schoenen van dat mannetje stond. Ik maat 47 en hij 41.Martien en ik zijn zo in gesprek geraakt dat we ze niet eens weg hebben zien gaan.

In een ander hoekje zaten 4 Britten. Een van die Britten deed Martien denken aan een meisje dat op school gepest werd door het blaten van een schaap na te doen. Haar gezicht vertoonde enige gelijkenis met de wolfabrikant. Ook hierbij hoort weer een heel verhaal, wat nietzomaar eventjes binnen een paar minuten verteld is. Zie hiervoor ooit in de toekomst mijn memoires. Een andere dame van datzelfde gezelschap had al een paar keer gezegd dat ze hoofdpijn had. Nou had ze ook een groot hoofd. En dikke benen ook. De heren in het gezelschap waren vast broers.

De man met de bril en de vrouw met hoofdpijn en de dikke benen, zijn we de dag er na nog in de kerk en bij het Minnewater tegengekomen. Bij de fontein met de paardekoppen. We krijgen trek en bestellen een kaashapje. Later nog een en ook hier zat een vaatje met selderijzout bij. Een paar stukjes salami maakte de mix compleet..

Sebastiaan De Maerlant bleek toch een straffer bier te zijn dan we dachten en we besloten ook om wat te gaan afbouwen. De Sebastiaan, ook van de tap, is daarvoor een mooi bier. 10,5 % en mooi van kleur. Over Maerlant raakten we nog even aan de praat. Ik dacht dat het een 13de eeuwse dichter was die dat geval met dat vogelnestje had geschreven. Martien lachte mij vierkant uit. Dit gedicht bleek Martien uit zijn hoofd te kennen en declareerde dit zeer kunstig en geheel volledig aan tafel. De Britten keken verbaasd om en je hoorde ze denken: "Shit, ook hier al Ieren". Later bleek de schrijver van dit stuk toch een beetje gelijk te hebben, op dat gedicht van dat vogelnestje na. Jacob van Maerlant is in de eerste helft van de dertiende eeuw geboren in Damme, een plaatsje in de buurt van Brugge. Van wie nu dat rottige vogelnestje?

De Britten, andere dan die die nog steeds in het hoekje zitten, blijken slecht tegen het Belgische bier te kunnen. Een viertal personen verlaat het Beertje met wijd opengesperde ogen en een zeer onvaste tred. De barkeeper kijkt naar het hoekje met Britten en zegt al hoofdschuddend: 'Those British....!"

Nadat we 785 frankjes hebben afgerekend, gaan we terug naar Leopold. Het is mooi geweest voor de eerste dag. Om 00.30 uur is het stil in de kamer. Martien leest nog wat en gaapt nog meer. Het snurken is hij nog steeds niet verleerd. 'T is dat het zo hard waait buiten, anders was het vast tot bij de grote fontein te horen.

Dolle Dinsdag Martien wordt om 07.00 uur wakker en besluit hoofdpijn te hebben. Dit kan niet en slaapt verder. Om 09.00 uur wordt hij ten twedenmale wakker en....... weg is de hoofdpijn. Tijd dus om op te staan. Martien zwiept de gordijnen open en dan ben ik ook wakker. Tijdens het douchen heb ik wat last van gezoem in mijn hoofd. Blijkt gelukkig niet aan mij te liggen maar aan de ventilator in de doucheruimte. Knop om en weg gezoem. Enige minuten na de douchepartij stappen we de kamer uit op weg naar de ontbijtruimte. De ober vraagt aan ons wat we willen drinken. Cognac of...? Even later verbeterd hij zichzelf toch in 'koffie'. Na een goed maar eenvoudig en doeltreffend ontbijt, kunnen we er weer tegen. We gaan nog even terug naar de hotelkamer om de tanden wat bij te werken en besluiten tevens hoe we ongeveer gaan wandelen en wat we aan cultuur vandaag binnen kunnen krijgen. Da's niet niks, zoveel als er in Brugge te doen is.

We pakken wandeling A op in de buurt van het Brangwynmuseum. Een museum dat in ieder geval een paar hele mooi koetsen heeft staan. Deze zijn te zien vanuit een klein parkje met beeldende kunst. Ook het gruuthuusemuseum is heel mooi. We staan eerst ook nog even te kijken bij de Sint Salvatorskathedraal. De oudste Parochiekerk van Brugge (12e?15e eeuw). Vlak voor dat we de kerk zelf binnengaan zien we op vreemde plakkaten aan de buitenkant van de kerk dat er diverse mensen zijn overleden. Gewoon opgeplakt op een stuk wit papier met R.I.P. erboven. De volgende dode wordt er eenvoudigweg overheen geplakt, althans, op papier. Bij de ingang een hele serie met foto's van missionarissen en missionaressen (missio?naristers, missionariezusters, missienonnen, nonmissies, enz. wie het weet mag het zeggen). Boven bijna alle foto's stond een klein kruisje als teken van overlijden van de betreffende persoon. Er waren er nog 2 in leven. Binnen een schat aan schilderijen, gobelins, beelden en praalgraven. Een lel van een oksaal pal onder het indrukwekkende orgel. Wat opvalt is de vreemde uitbouw aan de toren. Te zien op de overzichtsfoto van het centrum van Brugge vanaf het dak van de brouwerij. Via Dijver en Groeninghe komen we bij de tweede kerk, de Onze Lieve Vrouwekerk, met een 122 meter hoge bakstenen toren. Als we er pal langs lopen zien we een 6 tal ijzeren torenspitsjes in de grond staan. Volgens ons zijn die er vast niet die dag van afgekomen, hoewel het wel heel hard waait.

In deze kerk is de grote blikvanger het witmarmeren beeld van Michelangelo: Madonna met kind (niet die Evita speelt, hoewel die ook pas een kind heeft). Ook de praalgraven van Karel de Stoute (in het engels: Charles the bold!!!) en Maria van Bourgondië in het Hoogkoor. Vlak voor deze praalgraven is een met glas afgedekt deel, zodat je de echte graven ook kunt zien er pal onder. Het hart van Karel ligt wel in de kist, maar op een andere plek?? Van een historicus bij de gemeente 's?Hertogenbosch begreep ik dat dit in het verleden vaker werd gedaan. Het kostte wel 60 Franken om hier te mogen komen. De zang op de achtergrond verhoogt de sfeer.

Vanuit de kerk komen we ook nog langs het Oud Sint Janshospitaal en het Memlingmuseum. Memling doet Martien denken aan een kennis van hem die 'de schedel' werd genoemd. Al wandelend memoreert Martien dat hij emigreerde naar de Verenigde Staten en ging werken bij een of ander bedrijf. Kreeg verkering met de dochter van de baas en zit nu gebeiteld. Kast van een huis en een lap grond waar men U tegen zegt.

Op het Walplein lopen we langs brouwerij Straffe Hendrik. We wippen even binnen om er zeker van te zijn dat we vandaag nog met een rondleiding mee kunnen. Geen probleem, maar we moeten er wel om 14.45 zijn. Ik vroeg tevens of ze er ook al de nieuwe Straffe Hendrik verkochten, maar dat was niet het geval. Die konden we overal kopen. Ja, ja, daar kwamen we achter!! In diverse winkels geweest, maar Straffe Hendrik Bruin, daar had men nog nooit van gehoord. Wij wel, maar daar kunnen zij niets aan doen. Een stukje verder ligt het Begijnhof. Er wonen geen begijntjes meer maar wel de zusters van de orde van St. Benedictus. In het begijnhof is een kerkje waarvan de deur openstaat. Een Mariabeeld kan nog wel aanbeden worden, de rest is verboden toegang. We kijken vol verwondering naar het touw dat vanaf het plafond met een grote boog naar de preekstoel leidt. Martien kijkt verbaasd. Ik vertel hem dat dit zo is in het kader van de Arbo?wet. Als de preekstoel, die zo'n drie meter boven de grond staat, in brand zou vliegen en moeder predikster niet meer terug kan, grijpt ze het touw, klemt dat tussen haar maagdelijke dijbenen en zwaait de kerk in. Simpel toch?Na een bezoek aan het Minne?water lopen we langzaam richting Markt. We lopen langs de kunst? academie, waar allerlei beginnende kunstenaars (je ziet het aan de kleding en het érg interessant lopen) les krijgen. We zijn nu al bijna 3 uur aan het lopen en beginnen een beetje trek te krijgen. Op de hoek van het Simon Stevinplein lopen we langs een restaurantje. Restaurant 't Fonteintje. Een kopje dagsoep, waarvan we tot op de dag van vandaag nog niet weten wat voor soep het was en een omelet met ham en wat stukken brood. Een kopje warme chocomel met slagroom sloot het geheel af. We lopen even langs de markt, het Belfort is gesloten. We slenteren nog even rond en rusten rond 14.00 uur in een Brasserie vlak bij het Minnewater. Op de kaart staat het nieuwe Brugs blond. Treft dat even. Een lekker bier maar het lijkt wel erg veel op pils. Ligt dit aan ons of........

Straffe Hendrik Om 14.20 uur zitten we rond de open haard in Brouwerij Straffe Hendrik. De beide studenten hebben een mooie computergetapte Straffe Hendrik voor zich staan. De eerste slokken smaken heerlijk. De rest ook wel natuurlijk, maar dat weet je pas als je meer slokken op hebt. Om 14.45 zijn er nog 15 minuten over om nog een mooie Hendrik tot ons te nemen. Al pratend en drinkend valt het ons op dat er wel erg veel Engelsen om ons heen zitten. Hebben zij ook vakantie? Nu ligt Zeebrugge maar 20 kilometer hiervandaan, dus Engeland is niet ver.

Om exact 15.00 uur klinkt de bel van de rondleiding. "Wie spreekt er Nederlands?" vraagt de roodharige gids. 8 Handen gaan omhoog. Dezelfde vraag werd gesteld maar dan voor de Engelse taal. Niets omhoog, nee natuurlijk niet. Engelsen spreken geen Nederlands. Ik moet ook schrijven: de gids vroeg in het Engels wie er Engels sprak. Juist ja. 30 handen gingen omhoog. Ook voor de Franse taal gingen 6 handen omhoog. Toen stopte ze. Gelukkig geen Duits.

Exact drie keer werd precies hetzelfde verhaal gehouden. Ze had wel een hele mooie uitspraak, zowel in het Frans als het Engels. De brouwmachines kwamen uit Duitsland, heel compact en heel computergestuurd. Eigenlijk niets aan. Gelukkig stond de oude brouwerij er nog en deze was erg compleet. In totaal hebben we ongeveer 266 treden geklommen en gedaald. Het mooiste vond ik de mouterij en de koelbak, vlak onder het dak. Ook het uitzicht op Brugge en de oude schoorsteen met daarop een originele gek was indrukwekkend. Op zolder krijgt Martien de kans om zijn kennis op brouwgebied te spuien. Aan Nederlandse toeristen vertelt hij wat de functies zijn van hop en gist.

Straffe Hendrik heet zo omdat Henri Maes van brouwerij de Halve Maen, zoals deze brouwerij een paar jaar geleden nog heette, een keer een heel mooi bier heeft gebrouwen. Al snel werd er vanuit de bevolking gevraagd naar nog zo'n Straffe; Henri werd Hendrik en zo was de Straffe Hendrik geboren.

Engelsen Eenmaal weer terug in de ontvangstruimte, kregen we een Straffe Hendrik aangeboden. Er zaten een engelse man en een vrouw aan ons tafeltje. De vrouw trok een heel vies gezicht na een slok te hebben genomen van de Straffe. Snel ging het glas richting man. We raakten aan de praat en het bleek dat ze eigenlijk in het geheel geen bier lust. Heeft die man er bij ieder bezoek aan een brouwerij twee!!! Slim, die man. Het glas was te snel op en dus voor 60 frankskes er nog maar een gehaald. Ze blijven goed smaken. Ook heb ik daar nog een mooi t?shirt aangeschaft met daarop de naam van de brouwerij.

Langzaam maar eens terug naar het hotel. Om 17.00 uur waren we in het hotel en we besloten om achter het glas in het zonnetje eens een mooi biertje te gaan drinken. Het is nog veel te vroeg om al te gaan eten. We hebben al een restaurant uitgezocht op 't Zand zelf. Vlak bij dus. Op de kaart van het hotel staat dat ze in ieder geval Hapkin hebben. Zo gezien zo besteld. Martien komt terug van een plas en schrikt van de Hapkin. Is?tie eigenlijk nog niet aan toe, maar ja, toch maar opgedronken. Ondertussen geboomd over de toekomst van kinderen, voornamelijk de studie van Jochem en Marjolein. Ook intellect van kinderen wordt doorgesproken. je lult wat af met z'n tweeën.

Als we drie kwartier later een Lachouffe van het vat willen bestellen, blijkt dat het hotel dicht gaat. Die Lachouffe hadden ze eigenlijk alleen maar in het hoogseizoen, en dat was nou nie. Dan maar naar de kamer toe en in de stoeltjes voor het raam in het zonnetje (nog steeds) een Gordon Xmas open getrokken. Een heerlijk caramel bier, wel sterk!!!!. In tussentijd gaat de familie de Ru uitgebreid over de tong. Ook de van Wijken moeten er aan geloven. Martien en ik boffen toch maar. Vanuit het hotel tracht Martien te bellen naar Wilma, maar die telefoon wil niet helemaal wat hij wil. Wel een hoop muntjes er in, maar spreken ho maar. Hij spreekt één woord en het geluid geeft het al weer op. Rare jongen, die Belgische telefoons.

De Graaf van Vlaanderen Om 18.35 uur schrijden de penningmeester en de secretaris van het Genootschap het restaurant De Graaf van Vlaanderen binnen. Alleen het tafeltje naast ons is bezet, verder is alles leeg. We hebben een mooi uitzicht op 't Zand met de fontein en bomen. Martien besteld de grillmix en ik een gegrild stuk kipfilet. De vrouwen zijn er niet bij dus wil Martien zich helemaal vol laden met vlees. Nou kan het. Ondertussen vraag ik aan hem of hij Wilma nou al gebeld heeft. Hij veert op en loopt naar de telefoon. Alles is goed in Tienhoven, alleen stormt het wel erg hard in Nederland. Hier waait het ook wel, maar het zonnetje had vandaag de overhand. Hebben wij weer.

We hebben ook beiden een soepje besteld. Allebei weer de dagsoep, hoewel het al begint te schemeren. Bij de soep een Westmalle dubbel om weer een beetje bij te komen. Na soep smeekt de ober ons om de soep lekker te vinden. "Soep lekker alsjeblieft?". Wij zeggen: "alleen als u het op uw knieën vraagt". Dat ging zelfs de ober te ver. Bij de kip en de mix komt de Leffe dubbel uit de tap op tafel. Fantabeltastische combinatie. Als toetje verschijnt de witte dame uit de keuken. Om het eten wat te laten rusten en onszelf ook wat te laten rusten gaan we terug naar Leopold. Het komt er eigenlijk op neer dat ik heb liggen pitten van 20.00 tot 21.00 uur. Martien las, wat, keek wat tv en rustte uit.

De Garre Na een beetje opgefrist te zijn besluiten we om naar bierspeciaalcafé de Garre te gaan. Een hele kleine gang in een zijstraat van de Breidelstraat. Je loopt er langs voordat je beseft dat je er al bent. Uit de Stukken van Stephen d'Arcy blijkt dat het Staminee sluit als men de Bolero van Ravel laat horen (Als bijlage achter in dit document opgenomen). 130 Bieren en diverse bieren van de tap. Als we binnen lopen valt ieder gesprek stil. Men kijkt ons aan. We kijken terug, want wij zijn tenslotte van het Genootschap. In het eigenlijk veel te kleine café is de tafel in het midden nog vrij. Klassieke muziek spoelt door de ruimte. Rust overheerst en gedempte gesprekken gaan door. Er hangt een hele bijzondere sfeer. Er is ook nog een ruimte boven, maar dat is eigenlijk te ver lopen. Na de kaart bestudeert te hebben, besluiten we "ne Flierefluiter" van het vat te nemen.

Een mooi bier dat past in het patroon van de bieren die we vandaag al gedronken hebben. Achter Martien zitten een man en een vrouw die iets intiems proberen op te bouwen. Martien ving op dat de man eigenlijk teveel geld had. De dame is daar zeer in geïnteresseerd. Hij: rare sokken, een te los zittend pak, vreemd nat snorretje, haar dat de neiging heeft terug te trekken, en een beetje kleffe manier van praten. De dame lijkt afkomstig van de antillen en toont te grote belangstelling in de here. Martien vindt haar een hele aantrekkelijke dame.

Chimay rood Het tweede biertje in de Garre (de Harre) bespreken we met de ober. Hij vraagt hoe het komt dat wij als Nederlanders zoveel weten van bier. We leggen het hem uit. Wij zijn van het Genootschap. Het streelt ons ego. Het bier wordt een Chimay rood. Ook wordt er tegelijkertijd met het bier, een bakje kaas neergezet. Om de dorst aan te wakkeren. Naast ons zit een gezelschap van zo'n negen personen. Vermoedelijk studenten. Twee mooie dames waar de heren in het gezelschap zeer hanig op reageren. Een wat oudere man wordt professor genoemd. Dat zullen ze vast niet voor niets doen. Waarschijnlijk een groep internationale studenten die vrij heeft. Iedereen in de Staminee wordt door ons besproken.

Als laatste bier wordt een "De Garre Tripel" op onze tafel neer gezet. Op mijn vraag wie het gebrouwen heeft doet de ober geheimzinnig. "Een brouwer die begint met B dan een I." Aha BIOS uit Ertvelde. De ober staat weer perplex van onze kennis. Weer niet verwacht van Nederlanders. De Garre Tripel staat niet in het boek van Crombecq. Wat er wel wordt gebrouwen is de Piraat. Hetzelfde percentage. Zou dit een etiketbier zijn? De smaak is bijzonder goed en zwaar. Zo zwaar dat ik besluit dat dit het laatste biertje is van die avond, anders kunnen ze me wegdragen en dat kan niet de bedoeling zijn.

Gerard stopt! Martien heeft lol en kan het eigenlijk niet aan dat ik stop met proeven . Op mijn opschrijfboekje, dat ik dit jaar voor het eerst heb meegenomen, omdat naar later toch blijkt, er soms toch niet alles geheel waarheidsgetrouw wordt opgenomen in onze verslagen/verhalen, schrijft Martien dat ik tenminste een heel hoofdstuk moet wijten aan het feit dat ik stop omdat ik 'voll' zit. Niet dronken, niet zat, gewoon vol. Ik weet nog precies wat ik doe en kom nog steeds bijzonder goed uit mijn woorden. We hebben natuurlijk wel lol en dat is het voornaamste. Als ik tracht terug te lezen wat Martien heeft opgeschreven, later op de hotelkamer, valt dit niet mee. De volgende dag nog een paar regeltjes toegevoegd.

Op de terugweg naar ons hotel worden we nagefloten. Wij, door een man nog wel. Martien knijpt de billen bij elkaar en loopt snel door. Ik wiebel nog een keer extra met m'n achterwerk. Gebeurt me niet veel, fluitende mannen. Nog voor 12.00 uur zijn we terug. Een heerlijke avond gehad, maar genoeg bier.

Woelige Woensdag Bij het opstaan realiseren we het ons weer: de laatste dag al weer. Niemand van het genoot?schap heeft hoofdpijn of is ongesteld. Op 9.00 uur worden de gordijnen weer heel wild opengerukt. Da's toch wel schrikken telkens met die man. Blij dat ik Wilma niet ben. Na de douche en het ontbijt de spullen gepakt en de hotelière de groeten gedaan. Ze wilde ons eigenlijk wel weg hebben. Want woensdag in Leopold is een vrije dag. Oke, wij weg. De spullen naar de auto gebracht en nog even de stad in. Wij moesten nog enige flesjes Brugs Blond en de nieuwe Straffe Hendrik meebrengen voor de proefavond van PINT. In het boek van Crombecq staat dat er slechts één groothandel is in Brugge en wel op het Walplein. Daar zijn we gisteren ook al geweest, maar toen was het gesloten. Door de heerlijke frisse ochtend naar het Walplein gewandeld. Gelukkig, de groothandel, 3 bij 4 meter (hoezo groothandel?) is open. Ik kon nog net 675 Franken op tafel leggen, maar moest de frankskes wel bijna uit mijn onderbroek halen. Een bonnetje gevraagd en op weer naar Nederland. Toch blijft het vreemd dat je een nieuw bier niet in de brouwerij zelf kunt kopen.

Klonen Tijdens de wandeling met de toch wel zware doos zien we nog steeds veel schoolkinderen op straat. In de krant lazen we dat klonen van mensen ethisch niet is toegestaan, maar dat hebben ze hier in België dan wel mooi gemist. Overal meisjes met een donkerblauw jack aan en met een donkerblauwe lange broek. Ze zien d'r allemaal hetzelfde uit. Ook allen lang haar, dezelfde schooltassen en ouwe fietsen.

In de parkeergarage aangekomen, blijkt dat we 700 franken moeten betalen om de auto weer mee te krijgen. Daar had Martien al rekening mee gehouden. Fluks de garage uit en via de Koning Albertlaan de rondweg op; bij de Kruispoort de afslag naar Maldegem; bij Maldegem naar links omdat we binnendoor naar Nederland willen rijden. De heren van het genootschap zijn nog nooit in de platte landen van Zeeuws Vlaanderen geweest. Wel veel wind. Onderweg praten we over de commotie die in Tienhoven is ontstaan omdat de directeur van een school zijn hele huis heeft laten schilderen door de conciërge. Op zaterdag nog wel. Dat die conciërge gewoon, normaal en per uur zwart betaald is, vergeet men even. Dure verf trouwens. Na een dorpje met een heus stoomtreinmuseum te zijn doorgereden bereiken we de Nederlandse Grens. Enige tijd later komen we aan in Kruiningen. We waren in eerste instantie benieuwd of de boot wel zou varen, maar dat dee? tie, gelukkig. Binnen 20 minuten na onze aankomst de afvaart. Martien een broodje ei naar binnen getokt en ik een broodje kaas en ham. Terwijl de boot afvaart, staan wij aan lijzij op het benedendek. Een best windje, maar de boot ligt niet echt scheef. Binnen het half uur zijn we aan de overkant; de eiken palen worden behoorlijk gekraakt. Dat valt ook niet mee, zo'n bootje besturen. Via de rest van het platte Vlaanderen zoeven we door naar Bergen op Zoom. Aldaar rond 13.00 uur van de snelweg om toch nog effe een patatje tot ons te nemen. Die hebben we nog steeds niet op. Op de markt aldaar een patatje met pindasaus ingenomen. Weer terug naar de auto en op weg naar 's?Hertogenbosch. Martien besluit om niet meer te gaan naar de proefavond, want hij moet vanavond sporten. Al een paar keer niet meegedaan en dat wreekt zich natuurlijk. Ook moet hij deze middag nog het een en ander doorlezen i.v.m. lessen.

PINT Da's jammer natuurlijk, dat hij zich niet mee laat voeren naar de eenzame hoogten van het genot van de PINT?proever. Zeker deze avond. Een letterlijk en figuurlijke grote aanwezige hedenavond was de voorzitter van PINT: Frank Boogaard. Geproefd werden die avond: Calixtus, Wintervorst, Straffe Hendrik Bruin!!!, Gladiator en als klapstuk van die avond Het Kanon. Dit laatste was inderdaad heel bijzonder, want het bier mocht officieel pas in maart de fabriek verlaten en dat was pas volgende week. Een primeur. Een tweede primeur was het bier dat, ook alweer officieel, morgen aan minister Aertsen wordt aangeboden en is gebrouwen op de HAS te 's? Hertogenbosch. Wat hij dus kreeg op die 27ste februari 1997 was dus niet het eerste, maar het tweede biertje. Het eerste hadden wij al op. Frans, de stagiaire van Maasland, studeert op dit bier af.

Ook kregen we van Erwin de Wit, inspecteur bij Grolsch, PINT?lid en vroegere eigenaar van café Anders, waar Martien en ik in januari 1994 hele mooie bieren en toebehoren hebben gekocht, een persoonlijke uitnodiging om de opening bij de wonen van het eerste Nederlandse beugelcafé op 4 maart 1997. Al dit vorenstaande hep Martien dus gemist.

Maar wattie niet heeft gemist: drie dolle dwaze dagen in Brugge; genieten van de Garre, de tongstrelende Straffe Hendrik, het blozende Brugse Blondje, die lekkere Leffe, hemelse Hapkin en de gigantische Gordon Xmas. En da's toch het belangrijkste. Martien, wanneer gaan we weer???

Gerard Velders