juni 1998: Bamberg

Deze exotisch klinkende stad ligt potdomme bijna 650 kilometer van 's-Hertogenbosch vandaan, maar gelukkig heeft Martien speciaal voor dit doel een Renault Laguna aangeschaft. Een glanzend gladde glimmende kar. Op donderdag 4 juni is het allemaal echt begonnen. Van tevoren wel allerlei plannen gemaakt, maar deze plannen zijn, met dank aan de verkiezingen hier in Nederland, twee keer uitgesteld. Ook deze keer was het bijna mis gegaan. Ria H. (mijn collega heet in het echt misschien wel anders maar je weet nooit waar dit document allemaal terecht kan komen) heeft een misstap gemaakt en is in de rosse buurt van Antwerpen tegen de kasseien gekwakt. Een gevallen vrouw in België. Nee, laat haar maar schuiven. Maar gelukkig, met grote dank aan mijn collega Agnes, kunnen we toch op de 4e juni 1998 eindelijk de reis aanvangen.

Om 13.45 precies rijden de twee vrolijke studenten weg bij het huis aan de Middelburglaan. Lieflijk worden we nagezwaaid door de vrouw des huizes. Via Eindhoven, Venlo, Monchen-gladjakkers zaggen we zig richting Bamberg. Bij Venlo laat hij, Martien de chauffeur, de afslag die we eigenlijk moesten hebben rechts liggen en rijdt door richting Duisburg. Dit gaat sneller dan binnendoor bij Venlo blijkt later. "Ik wist dit wel" zei Martien zonder te verblikken of te verblozen. "Laat dit maar aan mij over". Iets in mij zegt dat hij bluft, maar hij kijkt stoïcijns door de voorruit.

Hij heeft ook gedacht aan Cola, krentenbroodjes en broodjes met door hem persoonlijk gekookte en vergeten op tijd er uit te halen ei. Ze smaken heerlijk. Precies na 2 uur wisselt de auto van chauffeur. Martien legt uit dat de auto een startonderbreker heeft maar dat hij eigenlijk niet onderbreekt, maar uitstelt. Ik stop de startuitsteller in het gat voor de onderbreker. Sleutel in het startslot en huppetee. En weg zijn we weer. De eerste twee uur hebben we 150 kilometer gereden. De volgende uren wordt dat aantal behoorlijk snel opgevoerd. Die kar rijdt zonder problemen erg hard. Nu is dat niet verstandig, constant hard rijden, dus rijden we wat rustiger.

De telefoon Direct na de wisseling probeert Martien de Libertel telefoon. Zegt dat ding: "Ikke niet bekrijpe" oftewel hij kan geen verbinding leggen met een zender. Komt meteen de volgende vraag hoe kan dat? Rest hem de volgende mogelijkheden: -1: M. heeft een telefoon met kaart alleen voor Nederland. -2: De kaart is gemaakt door een Duitsland hater (WK 1998). -3: M. zit te kloten met de telefoon en snapt er niets van. -4: De kaart voelt zich "unheimisch und hat es nicht gewusst". Volgens Martien was mogelijkheid 1 de enige goede. Omdat ik net per ongeluk op dat moment 180 reed, heb ik dit gehele verhaal niet kunnen controleren.

Na enige honderden kilometers moet er wel weer eens wat diesel getankt gaan worden. Er gaat voor 55 Dm in. Om er zeker van te zijn dat we 's avonds niet op een droogje komen te zitten, kopen we voor de zekerheid maar enige blikjes bier. Twee blikjes Holsten en twee Becks. Gewoon pils, maar wel Duitse pils, dus goeie pils; geen gezeik van Heineken; geen paardepis van Amstel, geen gegodver van Grolsch, nee een volgens Reinheitsgebot gebrouwen Oosterbuurs biertje.

De biertjes vinden een plaats eenzaam achter in de auto, naast de boeken over het Frankische land en de bier-encyclopedie van meneer Protz. In de auto vinden gesprekken plaats die over tal van onderwerpen gaan. De bedrijvigheid van Martien in zijn bedrijf, het interimschap in Hellendoorn, het gekloot op de Vijverhofschool, de drukte van Wilma en haar afwezigheid buitenshuis, de politieke beslommeringen van Nelleke en de blunder van Gerard met Reflex. Ondertussen komt Bamberg steeds dichter bij. Bamberg op de bordjes Plotsklaps is het moment daar. Hier hebben we maanden op gewacht, twee keer uitgesteld. Kilometers voor gereden. We wisten dat het een keer zou komen, maar toch nog onverwacht. Bamberg verschijnt op de verkeersborden!!!!!!!! BAMBERGITIS op zijn hoogtepunt. Hier heb ik uiteraard rap een foto van gemaakt. Een uniek moment uit de historie van de stichting Het Groene Hopveld: BAMBERG. Alsof er een triviant behaald wordt. Gejuich in de auto. Bamberg beseft het nog niet, maar hier komen wij aan. De afgelopen maanden hebben M. en ik het er al regelmatig over gehad, bieren bestudeerd, stukken gelezen, boeken nageslagen en toch schieten de tranen je in de ogen: BAMBERG. Nu nog maar 60 kilometer en we zijn er! In de auto heeft M. al het een en ander kunnen doorlezen over de speciale bieren die er gebrouwen worden en over de cultuur die er heerst op biergebied. Martien verslindt de meegebrachte boeken. Nu weet hij waar er over gepraat kan worden. Hij weet hoe rauchbier geraucht wordt, hij weet wat een Unverspundete is en waar Bamberg om beroemd is geworden. Hij was met dit doorlezen wel erg snel, maar hij houdt dan ook liever van proeven; M. is eigenlijk een praktijkmens. Niet denken, maar doen of nog beter: niet denken maar drinken. Nog maar 60 kilometer en dan is emmer. ("M. er" voor de anticrypto's)

Obere Königsstraße Een krap half uur later, we spreken dan van 19.45 uur plaatselijke tijd, rijden we het stadje binnen. Via een enorme omweg, maar vooruit, de Bambergers willen het klaarblijkelijk zo. De borden met "Stadtmitte" worden aangehouden. Aan twee allochtonen wordt de weg gevraagd naar de Obere Königsstraße. Zij wijzen ons verder het centrum in. Geen Koningsstraat te bekennen, laat staan een Obere. We rijden ons vast in een éénrichtingsstraat met een doodlopend einde en een terras van een pizzeria. Pal voor het terras gestopt. Aan wederom een allochtoon wordt gevraagd waar zich die Obere strasse gaat bevinden. We moeten weer helemaal terug. Noendejoe. We komen terecht in een voor ons heel onbekend deel en schieten twee dametjes, ver over de houdbaarheidsdatum aan, met een klein rothondje, zo'n truttig roze klittenlikkertje. Ze wijzen ons keurig de weg maar vergeten dat we met de auto zijn. Na deze mededeling wordt opnieuw wordt de weg gewezen. De vrouw met het blauwe haar wijst naar links, kijkt naar rechts en de vrouw met het roze haar, kijkt links en wijst naar rechts. Wat nu? Mijn duits is geduldig.

Die Holländer Inmiddels is Martien, die met de auto eigenlijk weer problemen had met een éénrichtingsstraat (of andersom), achteruit de hoofdstraat ingereden en naast de dames met de suikerspinhoofden in blauw en roze gaan staan. De diesel spint, maar wil eigenlijk naar een parkeerplaats om te rusten. We zetten de auto neer op de aanbevolen parkeerplaats vlak bij een brug en melden ons precies om 20.30 uur bij Fraulein Kalb van Brauerei Fäßla. "Ah, die Holländer", constateert zij vrolijk nadat we aan het loket zijn gaan staan zonder overigens nog een woord gewisseld te hebben. We kijken elkaar aan en vragen ons af of een van ons tweeën misschien een Nederlandse vlag heeft gehesen, naar kaas ruikt, misschien op klompen loopt of ergens een bloembol uit heeft hangen. Niets van dat al. Het mens heeft mensenkennis. We zien er uit als dorstige Hollanders in Bamberg en smachten naar de Bamberger bieren. Dat laatste doet ons de das om, hoewel dat dan weer een Belgisch biertje is.

Het hotel heeft gelukkig een eigen parkeerplaats. Snel de Laguna opgehaald, drie keer links en we staan achter het hotel. De gek lacht ons toe. We halen de tassen uit de auto en zoeken kamer 205 op. Martien klaagt dat de kamer op de tweede verdieping ligt. Dat treft hij weer. Hij stelde dat het hele hotel leeg was, maar dat ze ons, als een of ander vorm van straf, toch naar de tweede verdieping lieten lopen. Over de tweede wereldoorlog kwamen we na het eten nog te spreken. Wir hatten er nicht gewusst. Later bleek dat er toch wel wat gasten waren, sterker nog, er waren zelfs Duitse bierstudenten (collega's) aanwezig.

Goede hotelkamer Op de kamer aangekomen bleek dat het eigenlijk een hele goede kamer was; groot, goed bed, telefoon, douche, toilet, stoelen, tafeltje, kruisbeeld boven de deur en twee openslaande dubbele ramen met uitzicht op de overkant. Met dit uitzicht is iets speciaals aan de hand. Nu komt dit bij hotels vaker voor: uitzicht op de overkant, maar dit was een hele bijzondere overkant, eigenlijk een hele interessante overkant, namelijk Brauerei Spezial. Ook konden we alles in de gaten houden wat er in de winkelstraat gebeurde. Dit hebben we op dode momenten, in totaal ongeveer 10 minuten tijdens ons verblijf in Bamberg, gedaan.

Via de telefoon werd gevraagd of we konden bellen met Nederland. Ja, dat kon, maar alleen met de telefoon. Het duurde eventjes maar uiteindelijk kregen we toch verbinding. Ik heb ingesproken op het antwoordapparaat thuis en Martien kreeg Wilma zelf. Of iemand die er toch verrekte veel op lijkt, aan de telefoon. Bij het afrekenen bleek dat dit toch wel een beetje dure telefoontjes waren.

Al ras volgden de beide studenten het advies op van Jos Brouwer, voormalig hoofdredacteur van PINTnieuws en bestuurslid van PINT: inboeken bij Fassla, naar buiten lopen, de straat oversteken en naar Spezial voor een goede maaltijd. Honger, honger en een beetje dorst.

Spezial Exact op 20.45 waren we in Brauerei Spezial. Met eerbied voor de biercultuur aldaar werd de eerste Rauchweisse besteld. Snel een foto gemaakt. Naar later bleek werd er te snel een foto gemaakt. Niet alles wat er op kon staan, stond er ook op, maar dat zijn details voor het nageslacht. We kregen van Fraulein Spezial de menukaart aangereikt na haar vraag; "wollen Sie etwas Essen?". Natürlich wollten wir etwas essen, mens hoe kom je er bij om dit te vragen; we stierven van de honger; 't was dat ze niet van die sappige kuiten had, anders had Martien van de honger zijn tanden er in gezet. Later bleek trouwens, maar dat was alweer op de terugweg, dat Martien zelf eigenlijk wel een beetje sappige kuiten had, maar dat is weer een heel ander verhaal. Natuurlijk wel hetzelfde verhaal, maar ik kan hier niet beginnen met het einde van dit verhaal. Op het menu stond een heel respectabel aantal lekkere dingen. De prijs viel reuze mee: tussen de 7 en de 15 Dm. Veel typisch Duitse gerechten. We besloten om een shaslick te nemen. Heel goed voor Martien: veel friten en weinig groenten. Weg met die vitaminen, leve het vet en de Kohlhydraten.

Hertegeweien Fraulein Spezial neemt de bestelling in ontvangst en stiefelt naar de keuken. Aan het tafeltje naast ons zijn vier mannen, twee jonge en twee al wat oudere, bezig om een kaartspel uit te proberen. Ze spreken een Bambergs dialect waar geen Hölz van te volgen is. Af en toe versta je een woordje. We proberen met kijken het spel te snappen. Maar ook dat wordt in het dialect gespeeld. Harten en schoppen, hoppen en scharten, alles komt door elkaar in deze taal. Het draait toch op bier uit. Lampen van hertegeweien, hertegeweien aan de muur, overal hertegeweien. Misschien dat er ook een gewei van een reetje bij zat, maar daar heb ik geen reet verstand van.

Da kommen die Frieten und die Shaslick. Een bord voll. Het smaakt goed, maar we hadden dan ook al heel erge honger. Ook werd er nog een tweede Rauchweisse bestelt. Fraulein friemelt iets met muntjes. Er staan twee vreemde zinken bakken bij de tap waarin wat muntjes gestopt worden. Telkens als er bier besteld wordt, gaan er muntjes in. Bij het afrekenen blijkt dat dit een of ander controlesysteem is. Ook de vier kaarters spelen met deze muntjes.

Het is jammer dat je borden niet mag aflikken in een restaurant. Er zat een heerlijk sausje over de shaslick en een aanzienlijk deel ligt nog op het bord. Bord leeg, bier op, dorst in mond, dus nog maar een Spezial Rauchbier bestelt. Nu hebben we in ieder geval al het bier al geproefd dat Theo een keer in 's-Hertogenbosch zal gaan laten proeven (4 werkwoorden!) aan de proefPinters. Mooie bieren, vooral die rauchweisse is een hele mooie.

Zwergla De klok loopt tegen half elf als we besluiten om nog iets anders te gaan doen deze avond. Eigenlijk is het heel simpel, we hoeven de straat maar over te steken en we zijn al bij een andere brouwerij. Zo gedaan, zo gezegd, zo gedronken. We steken over. Twee deuren en we staan bij de tap. We bestellen een Zwergla. Een bier waarop een kaboutertje staat. La is een verkleinwoord. Zo betekent Faßla het kleine vaatje. Maar wat nu Zwergla betekent? Geen flauw idee, iets met dwingen volgens het woordenboek, maar wat? Een dwergje? Misschien wel, maar wel een grote dwerg in een half literglas. Een mooi donker bier met een beetje caramel afdronk.

Biergarten We zitten in het donker in de Biergarten. Om ons heen allemaal stemmen, stemmen, ook in het donker. Het is een zwoele avond. Aan de kleding te zien van de mensen is het hier overdag warm geweest. Nadat de Zwergla iets later op is gaan we nog een biertje halen. De avond is dorstig. Er staat op het papiertje naast dat ze ook Bambergator schenken, maar de wat bitse man achter de tap zegt dat dit (natürlich) alleen in de winter te verkrijgen is. We nemen een Dunkelweisse. Ik vermoed dat dit de Das is van Duitsland. Der Das, oder Die Das. Das Das ligt te veel voor de hand. Witbier met wat donker bier. Een mooie volle smaak. We zitten nog steeds op een bankje in de biergarten en filosoferen over het leven, de zaak van Martien, de duisternis van de tuin, en natuurlijk onze twee vrouwen. Die zijn op onze studiereizen al heel dikwijls over de tong gegaan. Altijd positief! Dat valt op. We worden aangeschoten door een Duitse jongen: Der Clemens. We hebben een leuk gesprek over de tweede wereldoorlog, de zienswijze van de Nederlandse jeugd t.a.v. Duitsers, fietsen en nog meer aardige dingen die je met Duitsers kunt doorspreken. Hij verwijst ons naar een kroeg voor later op de avond en daar moeten we dan zeggen dat "Der Clemens" ons gestuurd heeft. Dat zien we nog wel. Maar we krijgen er wel een beetje honger van en willen ook wel wat anders zien. We gaan de stad in!

Verlaten Dat was effe een misrekening. Alles dicht. Geen mens te bekennen in de winkelstraten. Verlaten terrassen, eenzame parken, desolate bruggen, en op het water zelf is het nog veel rustiger. Nur der Martien und der Gerhard. Dan maar een Oosterse Imbiss aangeklampt. Men verkoopt er Döner voor 5 Dm. Heerlijk pittig, maar wel met veel sla, erg veel sla. Potdorie, Martien doch: Vitaminen. Wass haben wir denn jetzt an unser Fahrrad hangen?

Langzaam lopen we terug richting Fässla. In het voorportaal raken we weer aan de praat met Clemens. Het is nu 00.15 uur. We moeten aanschuiven in het bankje dat er staat. Er zitten ook nog Babsi, een schone blondine en ene Robert, die zijn ogen bijna niet meer kan openhouden.

Robert poneert de stelling: ein Schnitzel is vier bier. In welk verband dit wordt gezegd is ons niet duidelijk. Het heeft iets met calorieën te maken. Wat opvalt is dat men zichzelf telkens verbeterd als er Holland wordt gezegd. Snel heeft men het dan over Die Niederlände. Alsof er een vloek rust op Holland. Ook wijst men ons op het feit dat het hier eigenlijk wel heel goedkoop is, maar de mensen zijn armer dan in de rest van Duitsland en de werklozen zijn er een beetje werklozer dan in de rest van Duitsland. Gelukkig is het bier bieriger dan in de rest van Duitsland.

Babsi ken d'r knieën en handen niet thuis houen; ikke wel. In het eerdere gesprek had Clemens al gezegd dat het lagerbier hier heel goed was. Hoewel alles eigenlijk al dicht is besteld hij toch nog twee Lager voor ons. En we moeten het toegeven, het is een heerlijk biertje. Beetje pilsachtig, maar wel met een vollere moutiger smaak. Om 00.45 is het echt gedaan met de pret. Herr Kälbchen, zoon van de oude Kalb, sluit de boel. Iedereen gaat heen en wij naar bed. Eenmaal op de kamer wordt er nog een Holsten opengemaakt om het af te leren. We filosoferen nog wat na over lust en liefde, wens en gedachte, duiken onder de dekens en vallen tegen half twee in slaap. M. laat zijn bier staan!

Vrijdag, 5 juni Reeds om 6.12 uur ontwaken we van een pokkeherrie. Allemaal auto's en mensen in de straat. Zouwe ze allemaal hier zo vroeg beginnen? Het lijkt in sommige opzichten wel wat op Tsjechië. Martien doet snel de ramen dicht. Binnen de 5 minuten stijgt de temperatuur met minimaal 10 graden. Gelukkig vallen we toch in slaap.

Om precies 9 uur ontwaakt Martien. Hoe is ’t mogelijk? Als je die man gisteravond zou hebben gezien! Nu is dat eigenlijk wel mogelijk, dat zien dan, want ik heb er een foto van gemaakt. En dan toch om 9 uur wakker! De ramen gaan weer snel open en de douche stroomt en stoomt. Martien klaagt dat hij een koude douche heeft. Ik draai iets steviger aan de kraan en verdomd: er komt warm water uit. Ik kom alleen er achter dat ik de zeep ben vergeten. Om 9.15 uur stappen de studenten de kamer uit om te gaan ontbijten.

Ontbijt en brouwketels Dit hebben we nog nooit meegemaakt: we zijn op weg naar de ontbijtkamer al in de brouwerij geweest. De mooie koperen brouwketels, sissende slangen, lekkende leidingen en veel stoom. Wel even wennen, die luchten zo 's morgens vroeg. Ontbijt. De eitjes zijn op, de lepeltjes zijn op, de kaas is op, kortom het eerste ontbijt was niet echt goed begonnen. Martien staart een beetje verdrietig boven zijn yoghurtbekertje. Hij hep dus geen lepeltje. Op het moment dat hij zich vermant om toch maar op een broodje aan te vallen, komt fraulein Kalb binnen met de schone lepeltjes en vraagt of er mensen zijn die een eitje willen. Valt het ontbijt toch weer mee. Ook kaas is er weer. Martien lacht glim. Daar is tie goed in, glimlachen. Ik ook wel, maar ik lul er altijd zoveel bij. Hoewel we in eerste instantie dachten dat we de enige gasten zouden zijn, zit de ontbijtkamer helemaal vol. Allemaal eieren. Na twee keer koffie en tegen kwart voor tien houden we het ontbijt voor gezien. We gaan nog even terug naar de kamer om tanden te poetsen en eventuele resten eierstruif te verwijderen. We gaan de stad in. Eerst een rondwandeling om de stad te zien. We willen tenslotte weten waar we zijn. We komen via het voetgangersgebied door het centrum. Een deur van een kerk nodigt uit om een bezoekje binnen te brengen. Vlak bij de deuropening staat de patroonheilige van de brouwers met een roerstok. Zou de kerk dan toch vernoemd zijn naar de heilige Hoppia?

In de kerk een twintigtal gelovigen die er nog in geloven. Martien en ik geloven het wel. Een mooie barokke kerk met licht Slavische invloeden. Wat me opvalt is de schildering op het plafond. Het is ook lekker koel in de kerk en het ruikt een beetje naar wierook. Weer buiten komen we voorbij een winkeltje dat schreeuwend reclame maakt over een cupfestival. Maar er is in het geheel geen BH-winkel te zien. Wat bedoelen ze nou? Martien verdenkt mij van een perverse geest. Slechts in het tweede deel kan ik mij vinden: een verse geest. Een wakkere geest die morgen.

Bij het oude raadhuis nodigt een terrasje met veel parasollen uit om een kopje koffie te nuttigen. Vooral langzaam wakker worden en de stad op je af laten komen. De koffie is heerlijk. Het weer is fantastisch. De stad is mooi. Het tweede kopje koffie is nog steeds heerlijk. Dit kan niet meer stuk. Het driekoppige zigeunerorkestje speelt zich de snaren uit de broek om de toerist maar te vermaken. En natuurlijk om de pet vol te krijgen. Een halve bus Japanners verovert in slagorde de poort onder het oude raadhuis. Japanners zijn geboren met een fototoestel in de hand. En ze willen allemaal op de foto. Eentje zelfs met het orkest zelf. Vermoedelijk ontvangt het orkest hiervoor een vette fooi, want de dikste van het stel groet wel heel erg vriendelijk als de Japanners weg gaan. Nippon gakki.

Kaart naar Ria Dit was ook het moment waarop ik de kaart naar Ria heb geschreven. Dan is hij er misschien al op het moment dat ik weer terug ben, maar daar moet ik voorlopig nog helemaal niet aan denken. Aan terug zijn. Naast ons een Amerikaans stelletje. Oudere man, jongere en veel lelijkere vrouw. Ze hebben het over familie die hier zou moeten wonen en over de tweede wereldoorlog. De man zou destijds ergens in deze streken gevochten hebben maar kan het niet zo goed meer terugvinden. Heeft hij gevochten met zijn familie of was dat alleen in de Tweede wereldoorlog? Hij kan het niet vinden. Zowel in het echt niet als in zijn geheugen. Dat krijg je met die jongere vrouwen.

We besluiten om naar de dom te lopen. Dat blijkt nog best een stukje klimmen te zijn. Valt nog niet mee met die warmte. In de binnenstad komen we langs een huisje met een beetje bijzondere tekst geschreven op de dakgoot. Ongeveer als volgt: Dies Haus ist mein, aber auch nicht mein, kommt ein ander drein, wird auch niemals sein. Diepzinnig, we besluiten er dan ook een beetje over na te denken. De huizen komen me bekend voor. In dit gedeelte liepen we gisteren met de auto vast. Voorbij de pizzeria komen we op het domplein aan en de warmte valt nu helemaal over ons heen. Op dit plein het bisschoppelijk paleis en het paleis van de toenmalige keizer. Zeer indrukwekkend. Zoveel dat ik geen foto kan maken. De historie valt ons aan; of de historie valt over ons heen. Hete historische adem. Vazen op muren, zon op glanzende daken, sandalen op kasseien en toeristen, veel toeristen. We vluchten de dom in, lekker koel en maar veel toeristen, bijzonder veel toeristen.

Er ligt een indrukwekkend praalgraf. Voor zover we de gidsen kunnen volgen dateert dit graf uit de elfde eeuw. Ene keizer Hendrik met zijn vrouw. Op een of andere manier ziet het er niet echt oud uit. Hoogtechnische kunst uit de 11de eeuw? Het bijzondere is dat de driedimensionale beeldhouwkunst aan de zijkant van het praalgraf slechts 10 centimeter dik is maar 30 centimeter diep lijkt.

Wel leuk, zo’n split-level kerk. Op het laagste niveau een bron met een serie stoelen. Een kerk op zich. Boven in de kerk een mooi orgel met horizontale pijpen. Achter een stel rolstoelers schuifelen we de sacristie in. Maar wij zijn geen rolstoelers en mochten niet verder. We hebben die rolstoelers verder niet meer gezien. Die zijn vast gaan lopen. Er grenst ook een museum aan de kerk. Moderne stukken. Eentje heette er: gips met brons. Ook dit werd door Martien bevestigd. Fijn dat hij kunst doorziet. Voordat hij het bordje zag met opschrift gips en brons wist hij al dat dit gips en brons was. Met de ogen is niks mis. Hij kijkt echter wel door 500 piek per glas. De kerk heeft een mooie binnenplaats. Roept op ter meditatie. Enig latijn is hier op zijn plaats: dona nobis cerveza.

Weer buiten lopen we langzaam naar de hotelkamer om daarna op zoek te gaan naar de groothandel. De groothandel waar we veel en goedkoop bier zouden kunnen kopen volgens de overlevering. Op de weg naar het hotel en dus de auto, lopen we langs een blaaskapel gesponsord door Weinige; een pijpenstudio. De kapel heet de Rundbacher Kuntenbumsers of zoiets. Ze maken bijzonder weinig indruk; eigenlijk is het kutmuziek. Na het eerste liedje blazen wij de aftocht en zij het tweede liedje. Ook komen we langs enige antiekzaken. Martien blijkt zeer geïnteresseerd te zijn in antieke kasten met ingelegd hout. Hebben ze hier genoeg, maar een prijzen! Hij zegt dat hij met Wilma nog wel een keertje terug komt. Martien vraagt wanneer we nou gaan rijen. Ik zeg: "we gaan niet rijen, we gaan brouwerijen". De hersentjes werken weer. Pluspunten in de conversatie.

Op de kaart van Bamberg, die we een paar uur eerder bij een boekhandel hebben aangeschaft, staat echter totaal geen Michelinstrasse. Dat had Theo F. toch echt opgeschreven. Ik besluit om aan de receptie van het hotel te vragen of zij een groothandel kennen en een Michelinstrasse. Zonder twijfel zegt ze (de dame achter glas) dat dit in Hallstadt is en wel degelijk in de Michelinstrasse. Alleen de index beschrijft slechts Bamberg en niet het er tegenaan liggende en ook voluit op de kaart staande Hallstadt. Mooie klotekaart heb ik gekocht. We gaan eerst in de brouwerij aan de overkant vragen of ze losse flesjes verkopen. Want Theo had gevraagd naar bier van brouwerij Spezial. Dat doen ze wel, losse flesjes verkopen, maar geen 10 tegelijk, Dan zijn het geen losse flesjes meer. Daarvoor moet ik dan een kratje kopen. Ik leg haar uit dat ik geen zin heb om 1300 km. te rijden om 2 kratjes in te komen leveren over enige tijd. Dit snapt ze. Martien stelt voor om eerst bij de groothandel te kijken.

Tegen een uur of 12 rijden we er naar toe. Op weg naar de groothandel komen we langs een terrein met heel zachte grond. De hoogspanningsmasten zijn er voor het grootste gedeelte in weggezakt. Op een plek een eindje verder staat een hijskraan, die ze weer uit de modder trekt. Vreemd land, Beieren.

We komen aan bij de groothandel. Veel reclameborden aan de buitenkant en nog meer bier aan de binnenkant. Voor Pieter (van Meel) hadden we al snel een vaatje Schenkerla Rauchbier gevonden. Voor onszelf ook ieder 5 flesjes. Toen op zoek naar de bieren van Spezial. Binnen een paar minuten gevonden. Ook nog roggebier en steinbier gekocht (hierover gelezen in het boek van Protz) en de achterbak van de Laguna volgeladen. Het is nog steeds warm. We draaien de snelweg weer op en gaan richting Schlessnitz. In dat dorpje zijn drie brouwerijen waarvan brouwerij Drei Kronen bijzonder aandacht vraagt, aldus de mailtjes van Jos Brouwer en Theo Flissebaalje. Op onze weg er naar toe rijden we nog langs een heel groot kasteel. Dat moeten we ook nog een keertje bekijken. Ooit. Het landschap glooit zacht langs ons heen. Een warm windje komt via de open raampjes naar binnen.

De auto wordt geparkeerd onder een boom. Het is tegen 1 uur en heet. Op het grasveld naast de parkeerplaats zit een meisje in de schaduw en liggen er twee fietsen onder een boom. Moederfiets past op kinderfiets. In de hoofdstraat (eigenlijk is er maar 1 straat) is niemand te bekennen. In de schaduw bij de kerk, naast het kerkhof zit een tandeloze oude man op een muurtje. Daar is heel veel schaduw. Hij lacht als we voorbij komen. Wij lachen terug, beetje om hem. Bij Drei Kronen gaan we naar binnen. We treffen er de brouwer zelf aan: Michael Lindner. We doen hem de groeten van de Pintleden en krijgen acuut een rondleiding. We hebben hem verteld dat we zelf ook bier brouwen en dus laat hij de helft weg. We hoeven nu nog maar de andere helft te volgen. Valt dat effe tegen. In rap platduits legt hij dingen uit. Ik moet mee heel erg concentreren om te kunnen volgen. Maar het lukt. Niet alleen de woorden, hij gaat ook heel snel door de brouwerij. Hij heeft veel nieuwe dingen aangeschaft. Indrukwekkend en bijzonder efficiënt oogt alles. Hij laat tijdens de rondleiding ook nog even de plek zien waar Jos Brouwer klem zat in de wenteltrap. Historische plek. Lagerkelder, gistruimtes, brouwzalen, alles gaat in een flits langs ons heen. Het is ook een heel klein brouwerijtje. Hij stelt ons ook voor aan vader Lindner: "dass ist der Chef". "Nein, dass ist der Chef". "Nein, dass ist der Chef". Hedentendage weten wij nog steeds niet wie de chef is. Achter de brouwerij ligt de mestvaalt van een andere boerderij, of misschien wel van Drei Kronen zelf. Blauwe kratjes links, bloemen rechts.

Mutter Lindner Als laatste biedt hij ons een van de door hem gebrouwen bieren aan. Moeder Lindner verschijnt op het trapje en verzoekt ons plaats te nemen in de Stube. In die Stube nog een andere persoon. Beetje misvormt, beetje eenzaam, beetje weinig spraakzaam, maar we krijgen hem aan de praat. Half twee en het eerste biertje staat voor ons. Een Drei Kronen Hell . Een mooi vol moutig bier, hoewel we eigenlijk eerste nog wat wilden eten. Frau Lindner heeft wel wat te eten, maar dit bestaat uit bratwurst mit Sauerkraut. Dit ziet Martien net echt zitten. Kan ik me voorstellen. Aan de muur een foto van Helmut Kohl die aan de broer van Michael een certificaat aanbiedt. Meisterbrauer of zoiets. In ieder geval een titel die in Nederland niets zou doen. Nederlanders houden niet van titels. We hebben het later nog over het gemis van de gilden in Nederland. Maar eerst iets eten.

Gelukkig bevindt zich een dertig meter verder in het dorp Hotel + Gasthof Krapp. Hier heeft men ook een relatief uitgebreide keuken. We besluiten om dit eens te gaan proeven en gaan in de door parasols overdekt biergarten zitten. We zien een viertal mensen zitten waarvan we vermoeden dat zij ook in Fässla logeren, maar zeker weten doen we dit nog niet. Martien moet een plas en vraagt alvast te bestellen. Ik bestel een Hubner dunkel rauchweisse. Ook hier rauchbier. Het bier verschijnt aan tafel en Martien even later ook weer. De man was effe naar het toilet.

Omdat Martien nog steeds niet van zuurkool houdt, bekijken we uitgebreid de kaart. Dan blijkt dat het door ons bestelde kesselfleisch (volgende keer niet meer bestellen, ziet er niet uit) slechts voldoende is voor 1 persoon. En zelfs dat eigenlijk niet. Er mag een bratwurst bij besteld worden. Ik bestel iets met eieren en ham en brood. Binnen 10 minuten staat het een en ander op tafel. Bij het door mij bestelde gerecht is een bordje met verse sla, komkommer, tomaten. enz. Der Martien hat auch Sauerkraut! Maar wel een heel erg lekker zuurkool, erkent hij later. Het vlees (kesselfleisch) is gekookt. Maar ook het worstje en het andere stuk vlees. Dit andere stuk vlees ziet er wat onbestemd uit. Wat is dit voor vlees, waar komt dit vandaan, welk dier is dit, waarom moest het eerste gekookt worden, was het dier al dood, allemaal vragen die ons te binnen schieten, maar weg er mee, we hebben vakantie. Martien zegt dat het veel beter smaakt dan dat het er uit ziet. En wij dachten bij kesselfleisch aan stoofvlees. Niet meer doen.

Na het eten gaan we langs de derde brouwerij. Brouwerij Bart-Senger is gesloten. Maar helaas is ook brouwerij Schmitt gesloten. Dat zit niet mee vandaag. We gaan terug naar Bamberg. Daar hebben ze tenslotte 9 brouwerijen. De tandeloze man is inmiddels weg en het bankje staat niet meer in de schaduw. We bekijken de beeldengroep tegen de kerk. De auto is toch nog warm. Weer via de snelweg naar Bamberg. Zelfde pokkestukje rijden. De auto geparkeerd bij het hotel en op naar Brouwerij van het Schenkerla.

Brouwerij van Schenkerla De brouwerij zelf bevindt zich ergens anders, maar we zitten binnen in het proeflokaal. Helaas hebben ze geen biergarten. Gloeiend heet en afgeladen vol. Maar we bestellen een original Schenkerla rauchweisse. Die gaat er met die hitte wel in. Dat moet ook, vocht toedienen, heel belangrijk. Anders drogen we uit. Bij nader inzien valt het een beetje tegen. Hier bedoel ik dan het lokaal, beslist niet het bier. Bier is goed. Erg toeristisch, erg commercieel, erg Deutsch. Snel afrekenen en door naar de volgende brouwerij. Ik moet nog wel aan de door Susanne gemaakte foto denken, twee jaar geleden, toen ik triomfantelijk met een doosje bier op weg ging met vakantie. Het trappenportaal is er nog steeds. Het bier is al op.

Greifenklau De studenten staan met goede moed en een bijzonder goed humeur op en gaan op weg naar een andere brouwerij: Greifenklau. Een pokke (of pokken?) eind lopen. Komen we daar boven aan, blijkt dat alles compleet dicht is, op het hek na. Maar daar kwamen we niet veel verder mee. Eerst nog eens gekeken of we wel de goede brouwerij hadden, maar alles klopte. Met iets minder goede moed terug naar de stad. Martien heeft het nog steeds over het verleggen van je eigen grenzen.

Ring Vogelhaus Halverwege komen we langs een Biergarten. Laten we nu nét weer dorst gekregen hebben. Inmiddels is het ongeveer 16.00 uur. De biergarten ligt heerlijk in de schaduw van een tweetal huizen. Het ene heeft iets met een vogel maken en de andere met een gouden ring. Het heet nu "Ring Vogelhaus". De geschiedenis gaat terug tot 1366. Op de bierlijst staat een Benedictiner Dunkel. De duiven lopen onder ons door. Het meisje van de bediening probeert ze te lokken met een korstje brood. Dat lukt niet. We hebben een gesprek over onze vrouwen. Hoe we eigenlijk toch wel alle twee boffen. En natuurlijk onze vrouwen ook weer met ons, dat heet wisselwerking. Ook hebben we het over sieraden. Martien vindt de combinatie Wilma en sieraden oogverblindend. Ik luister en onthou zijn advies. Veel daken in de buurt. Eigenlijk alleen maar dak, veel rood, veel pan. We stappen maar weer eens op. We lopen dwars door het oude stadje langs de rivier die eigenlijk een kanaal is. Over een heel klein bruggetje loopt een dame met een wel erg vreemde hoed. Ik moet aan Rene Magritte denken: Ceci n'est pas une pipe, of iets van die strekking. Aan de overkant van dat bruggetje ligt een bijzonder uitnodigend terrasje, want het is nog een beetje te vroeg om te gaan eten. We nemen plaats onder een parasolletje en bestellen een Hefeweisse Mahr's. Het schuimend vocht wordt op de tafel gezet en ziet er smaakpapilstrelend uit. We laten snel de eerste slokken tegen de huig knallen, langs de luchtpijp wervelen en door het keelgat klokken. Da's weer lekker. Martien ziet een klok lopen. Maar het kan ook wel een lamp zijn. Magritte kwam weer in beeld. We kijken over een klein muurtje, op de rivier en op een grote groene muur van bomen. Daarachter het oude centrum met haar grote rode hoge daken. Het loopt tegen 18.00 uur. Langzaam beginnen we honger te krijgen.

We slenteren naar een Italiaans restaurant dat ons gisteren is opgevallen. Een van de weinige restaurants met een terras aan het water. Ristorante Tivoli. Een aardige serveerster vraagt of we gereserveerd hebben. Nee, hebben we niet, moest dat dan? Er is wel plaats, maar niet direct aan het water, iets meer terrasinwaarts. We gaan zitten aan een klein tafeltje en kijken eens om ons heen. De serveerster werpt de menu-kaarten op tafel en rent voort. We bekijken de kaart en binnen de vijf minuten staat vrolijke Miep weer aan ons tafeltje. Wat we willen drinken. Ik zeg in mijn inmiddels perfecte Duits: Zwei Weisse vom Fass. Binnen twee minuten was ze weer terug met twee glazen water. We schrikken: water??! Maar ik heb toch weisse vom fass besteld? Ze heeft wasser vom fass verstanden. Sorry, neem me niet kwalijk, entschuldigung, Sie wollen Weisse? Kein problem.

Direct draait ze om en gaat witbier halen. Al druppelend komt ze twee bier brengen. Het bier dan. Te snel in het glas geworpen bier. We zeggen dat het misverstand misschien ook wel aan ons zou kunnen liggen. Ze lacht vriendelijk en rent voort.

We kijken met een kennersoog naar twee grote glazen Erster Lauferer. Onze handen sluiten om de nauwe hals van het glas en nemen een slok en een beslissing. We besluiten om een Pizza Miranara te nemen. Pizza met allerlei vissoorten, garnalen, inktvis en schaaldieren. Allerlei heerlijke luchten ruiken we nu om ons heen, tenminste ik, want Martien blijkt weer eens allergisch te zijn voor bier. Zit daar even met zijn neusvocht de stoel nat te maken. Hoe krijgen we hem daar nu weer van af? Van dat overvloedige neusvocht natuurlijk, niet van die stoel. We bespreken nog eventjes een paar cliëntèle op het terras. Daar komen we eigenlijk voor. Helemaal bij het water zitten een man en een vrouw. De vrouw heeft rood haar en de man is een eikel. Dat zien wij omdat hij totaal geen tafelmanieren kent. Hij kent ons ook niet. Hij praat, maar kijkt ondertussen steeds een andere kant op. Zoiets hoort niet. Zijn servet heeft hij op een hele verkeerde manier en zijn wijn drinkt hij met zijn hand om het glas. Hij doet echt alles verkeerd. Lul!

Aan het tafeltje achter Martien zitten twee wel aardige dames, maar daarnaast zitten weer twee dames van het type "grote trut". Snijden van hun pizza steeds een minuscuul stukje af en gaan dan hevig zitten kauwen, maar waarop dan in vredesnaam? Zo'n stukje slikken we in Nederland ineens door. Wat later gaat aan dat tafeltje een soort van oude vamp zitten. Alles hangt. Al goed in de lorem, want ze begint spontaan tegen zichzelf te praten en besteld nog maar eens een sherry of zo. Ze lacht misschien wel naar Martien, maar hij wil het niet weten.

Pizza Miranara Daar komt de pizza. Dampend en stomend zoals een goed pizza betaamt. Goed vol en lekker groot. We bestellen een tweede Erster Lauferer en werpen ons op de pizza. Heerlijk van smaakt, een godenmaal. Nu zijn wij natuurlijk ook niet de eersten de besten. Wir sind spezialisten! Veel te snel is het op, maar we zijn wel verzadigd. We denken na en bestellen tenslotte nog maar eens een Ertster Lauferer. Dat is zo'n beetje, op pils na het enige bier dat men serveert. Aan tafel gaat het gesprek over standjes, eigen bedrijven en een eventueel tweede huis in Portugal. Martien denkt ook nog steeds aan een logo voor zijn bedrijf.

We vragen de kaart omdat we nadenken en twijfelen over een toetje. Ik neem een Witte dame en Martien een Tartufo. Nog geen vijf minuten en toetje ist da. Bij het naar binnenwerken van de dame sluiten de lippen niet helemaal en ik laat twee druppels chocola vallen op het eens zo mooie witte tafellaken. Ik kijk om me heen; zie niemand en scheur twee kleine stukjes van mijn servet. Die plak ik op de chocoladevlekken. Binnen een paar seconden word ik op m'n schouder geklopt door onze vaste serveerster met de woorden: "Ich habs schon gesehn!!!" en ze snelt met een glimlach weer naar een andere klant. Ze zit goed in haar vel om ondanks de drukte grapjes te kunnen blijven maken met de klanten. Leuke meid.

We rekenen af en lopen langzaam richting hotel. Op de kamer aangekomen belt Martien rond 21.30 uur nog even met Wilma en lig ik op bed te dromen van de verrukkelijke pizza. Na een uurtje, waarin we hebben gefilosofeerd over van alles en nog wat, gaan we nog een stukje wandelen. Weer hetzelfde als gisteren: geen kip op de weg en ook niet op het trottoir. Martien tapt wat flappen uit een bank. Eenmaal terug in Fassla een Zwergla bestelt en wat gekletst in de Biergarten. Na een tijdje een tweede Zwergla en aangeschoven bij Roberto en Babsi. De hele handel is eigenlijk ladderzat en niet leuk om mee te kletsen. Links naast mij zit een jongen die blij is om engels te kunnen spreken en niet dronken is. Hij heeft ooit een reis naar India gemaakt en verteld hier het een en ander over. We nemen nog een Lager en gaan hierna naar bed. Tijd om te rusten; om weer krachten te kunnen op doen om morgen weer het bier te kunnen trotseren. Op de kamer hebben we nog een uitgebreid gesprek over een visie. Ene "deskundige" heeft iets empirisch, maar Martien wil creatief. Wat, hoe, waarom en waar het nu eigenlijk over ging is mee deels ontschoten. Op zich wel interessante materie, maar ik moet het Martien nog eens vragen. Waar we het ook over hebben is over een tattootje. Zowel Martien als Wilma willen er eentje. Ook Marjolein is eigenlijk wel geïnteresseerd. Martien begint gewoon te lispelen en te kwijlen als hij denkt aan de getatoeëerd roosje bij Wilma op der lijf, ergens, maakt niet uit.

Zaterdag, zes juni Martien is vroeger wakker dan ik en gaat beginnen met het doorlezen van zijn vakliteratuur. Heptie nodig volgende week. Hij zit al vanaf 8 uur 's ochtends voor het raam. En nog steeds niets verdiend. Nu valt dat ook niet mee vanaf de tweede verdieping.

Ik word wakker met een droom die ik me kan herinneren. Martien en ik zaten ergens in een kroeg en er was telefoon voor glas nummer 347. Op ieder glas was een pleister geplakt met daarop een nummer. Het was mijn nummer 347. Ik liep naar de bar om de telefoon aan te nemen en werd wakker. In mijn droom was het bijzonder handig van die kroeg om nummers op de bierglazen te zetten. Maar om hier nu patent op aan te vragen?

Snel een warme douche of eigenlijk heel langzaam een warme douche. Traag tikken de warme druppels op mijn hoofd en laten de hersencellen weer in de goed volgorde komen. Valt niet mee dat studeren, maar hoofdpijn? Nee.

Ook Martien ziet er bijzonder fris uit hedenochtend. Snel een foto gemaakt en op weg naar de ontbijtkamer. De eitjes zijn klaar, de jus d'orange is koel en ook de yoghurt staat klaar. Broodjes, boter, kaas, vleeswaren, thee en koffie, veel koffie graag, mevrouw Kalb. We wuiven de medestudenten naast ons goedendag. Ze zien er helemaal niet fris uit, hoe komt dat nu weer? Drinken vast te veel.

Wandeling Omdat die wandeling met koffie ons goed is bevallen gisteren doen we dat vandaag nog eens over. We lopen naar het voetgangersgebied en gaan zitten bij een gezellig tentje; uiteraard met parasols. Het is nog warmer dan gisteren. De koffie valt bijzonder goed. We zien allerlei vreemde vogels voorbij komen. Een dame in de modewinkel tegenover ons doet wel erg haar best om iets uit te zoeken. Ze draait net iets te veel met haar achterwerk en kijkt net iets te veel onze kant uit. Ik krijg een visioen van apen die hun achterwerk aanbieden. Er komt een stelletje voorbij waarbij de man wel een hele bijzondere zonnebril draagt. Martien schiet in de lach. Dat die man zich niet schaamt met zo'n bril. We zullen er meer van horen. Of zien. Terwijl we aan de koffie nippen zoeken we een geschikt doel voor vandaag. In de brieven van Theo en Jos raden ze Vierzehnheiligen aan. Na de koffie gaan we op pad.

De weg kennen we nu inmiddels wel. Het bandje van Marjolein wordt weer aangezet. Pas voor de 5e keer komt Michael Jackson zingen in de Laguna. Voorbij de wegopbreking een stukje rechtdoor, vreemde hoek linksaf en we rijden zo de snelweg op. Maar dat laatste doen we niet. We rijden over de snelweg heen en gaan binnendoor. Via Memmelsdorf, Merkendorf, iets links naar Breiten Gussbach, Staffelstein en Kloster Banz richting Vierzehnheiligen. Ondertussen beschrijf ik aan Martien de geuren die binnen komen waaien. Martien zit nog steeds al druppelend aan het stuur. Het Frankenland is een heel geurig land: bloemen, granen, kruiden, alles komt voorbij. Omdat Martien nog steeds niets of nauwelijks ruikt, beschrijf ik het een en ander voor hem.

Bij Kloster Banz kon Martien het niet meer houden. Hij moest en hij zou de Laguna aan de kant zetten. Hij moest namelijk weer ontzettend piesen. Ondertussen heb ik een foto gemaakt van het toch wel indrukwekkende Kloster Banz.Het is bijzonder aanwezig in het landschap. Dwars door Staffelstein richting het Bedevaartsoord: 14 heiligen. Als we door Staffelstein rijden merkt Martien op dat Wilma dit vermoedelijk wel een heel erg leuk plaatsje zal vinden. Wordt genoteerd. Bovenop de heuvel ligt een kloosterachtig geheel dat een beetje lijkt op Vierzehnheiligen. In onze fantasie is het ene klooster (Banz op 2 kilometer afstand) bestemd voor vrouwen en de ander voor mannen. Onder de grond lopen allerlei gangen zodat de monniken en de paters onderling wat vloeistoffen kunnen uitwisselen. Of hebben we het hier weer over het verschil in wens en gedachte? Ik weet het niet. Het blijven viezeriken, die Rooms katholieken.

We zetten de auto onderaan de heuvel neer en lopen naar boven. Valt wederom niet mee in die warmte. Een enkele bus stoomt ons voorbij. Eenmaal binnen in de kerk valt ons de mond open van verbazing. Beiden (M + G) hebben nog nooit zoiets gezien. Allemaal marmer, variërend van grijs, roze naar rood. Overal kaarsen en beelden. Martien moest denken aan Versailles. Op ieder pilaar staat een briefje met het verzoek om niet aan de pilaar te komen: "Bitte, Nicht berühren". Op een stil plekje kom ik toch stiekem aan de pilaar en klop er zelfs op: hout. Nu kan ik me voorstellen dat ze zelf een beetje het sprookje van al dat marmer in stand willen houden. Maar die briefjes vallen wel op. Vragen om problemen.

Veertienheiligen Alle 14 heiligen zijn verenigd in het midden van de kerk. De heilige Dionisius zonder hoofd; Blasius als heilige van de slagwerkers; de heilige Clitoria, Libidoria en noem maar op. Zelfs Maria komen we tegen. Onder de veertien heiligen zelf is een verlicht gedeelte met goudbrokaten gordijnen. Het eindigt in een stukje grond. In die grond is eigenlijk niets te zien. Is die grond heilig? Missen we weer iets? Is er dan iets om te missen? Er zijn wel missen! Allemaal vragen, weg ermee, we verzinnen het zelf wel. Daar zijn de meeste gelovigen ook sterk in. Verzinnen. Maar wij winnen!!

In het midden van de kerk vragen bordjes aan ons om stil te zijn. Dat valt niet mee met zoveel protserigheid. Mensen bidden, steken kaarsen op, zijn devoot en kijken me vreemd aan als ik de camera laat klikken. Ja, met Lourdes heb ik ook problemen, laat staan met Jomanda. What's the difference? Ik kom tenslotte ook uit Tiel.

Het is wel lekker koel in de kerk. De bouwstijl is lichtelijk indrukwekkend. Het is een groot complex. Een museum, een pastorie, een wooneenheid, alles past bij elkaar. Martien herkent de bouwstijl uit Frankrijk. Hij moet een beetje denken aan Versailles. Zacht ronde vormen, veel ramen. Een zeer commercieel uitgevallen bak met foldertjes schreeuwt in het Frans, Duits, Engels om een rondleiding. We trappen er niet in. We gaan naar de brouwerij. Daar gaan we pas echt voor op de knieën.

Langs een paar grafstenen lopen we achter de kerk langs. Op de zijkant van het gebouw staat het reeds te lezen: brouwerij. Ik vraag aan het ventje achter het loket onder de brouwerij of deze misschien te bezichtigen is, maar dat kan alleen na afspraak, niet los zoals wij. Er liggen lekkere broodjes naast het ventje, met poedersuiker. omdat het tegen half een loopt en we een beetje honger beginnen te krijgen, kopen we twee broodjes. Blijkt dat de poedersuiker zout is. Hele zoute broodjes, eigenlijk niet te vreten van de zoutigheid. Zelfs nadat we al het er bovenopliggende zout hebben verwijderd is het nog steeds verschrikkelijk zout. Een mannetje dat net de boel aan het vegen is kijkt hoe wij al het zout op zijn net geveegde plaatse strooien. Ik loop terug naar het ventje en zeg dat ze de poedersuiker en het zout hebben verwisseld. Blijkt dat dat hoort in Beieren. "Ja" , zegt de blaag, "in Beieren zijn we toch wel een beetje anders dan anderen". Nu dacht ik bij die uitspraak niet direct aan brood, maar ook aan de diverse rechts-radicalen die er geboren zijn in Beieren. Als men Beieren binnenkomt staat er ook: Freistaat Bayern. Die broodjes lagen ook al rechts van die jongen, dat zegt meins insehns genug.

Nothilfetrunk Dunkel Nu zijn we verplicht om reeds om 12.30 uur een biertje te nemen. Dat is namelijk de bedoeling van die zoute broodjes. Nog nooit op al onze studiereizen zijn we zo vroeg gestart met het bier. Maar vooruit, studeren valt niet mee, het is zwaar en schept verplichtingen. Men verkoop hier het zogenaamde Nothilfetrunk Dunkel. Bier dat men in nood moet drinken, en wij waren in nood. Nog steeds een houteren bek van al dat zout. Ik ben zelf een groot liefhebber (van zout) maar dit was te veel van het goede. Vanuit de biergarten hebben we een mooi uitzicht op de kerk en iets om het hoekje Kloster Banz. Als we iets omhoog kijken zien we bovenop de schoorsteen de gek staan. Ik heb iets met gekken. Een mechanisch leukigheidje dat bijzonder praktisch is. De wind komt altijd uit de goed hoek. Met een beetje geluk komt de gek op de foto, net als die andere twee.

Terwijl we rustig nippen aan het toch wel mooie bier, komt er een ploeg 65- plussers al stomend de heuvel op. Drijfnat van het zweet en de inspanning ploft men neer op de bankjes in de zo schaduwrijke biergarten. Zweet door de grijze en paarse haren. Iemand heeft een doosje met vochtige doekjes bij zich en deelt deze uit. Men plakt de doekjes op voorhoofden, borstpartijen, polsen en veegt er nekken mee uit. Alsof ze de vierdaagse in 1 dag hebben uitgerend. De ouderen bestellen bier bij de blaag. Niet zomaar, zoals wij een biertje, maar in een Mass. Een hoeveelheid van een liter. Hiermee worden de incontinenten behoorlijk aangevuld. Als de luiers dat maar aankunnen. Ik maak nog een foto en we lopen weer verder. Langs de kraampjes met rozekransen (of zijn het met de nieuwe spelling rozenkransen?), kaarsen en andere devotieparafernalia. Een mooi dicteewoord.

Back to Bamberg We gaan langzamerhand weer terug naar de Laguna. Door het toch wel mooie Frankenland rijden we terug naar Bamberg. Er zijn nog genoeg mooie brouwerijen over om te bezichtigen en het bier te proeven. We nemen deze keer wel de snelweg. In no time, in het duits: in keine zeit, zijn we weer terug in Bamberg. Direct naar het Hotel en vandaar aan de wandel. We lopen over de drukke zaterdagmarkten. We komen langs allerlei standjes. Lokale Agenda 21 is ook in Bamberg aanwezig. Martien constateert dat er vreemde dingen verkocht worden in de kraampjes. Oorlog. “Wat zeg je me nu, men verkoopt oorlog?” En dat op een zo vreedzame markt. In het Duits: Ohrloch. Een gat in de markt, of in het oor?

Heel rustig, want het is bijzonder drukkend en warm, lopen we in de richting van de Michaelsberg. Bovenop die berg is een klooster en in dat klooster is het Frankische Biermuseum. We marcheren onder het bisschoppelijk paleis langs en komen voorbij de plek waarop in 1815, om 13.45 uur en precies op 16 augustus, een bouwvakker vanuit een van de bovenste ramen naar beneden is gevallen. Een beste hoogte. Het plakkaat is ingemetseld in de muur. We pakken een binnendoorweggetje en lopen door een stukje verwilderd park. Het is precies twee uur en, alsof het was afgesproken, beginnen er een hele hoop kerken met hun klokken te luiden. Ze moedigen ons aan. Loop door, loop door, loop door. We lopen niet door, we kijken achterom over het zo mooie Bamberg dat aan onze voeten ligt. We ruiken de kruiden uit het park en onze oren zitten vol met klokken. Een hele bijzondere ervaring. Quadrofonia in ultima forma. Wir sind Pintmitglied Boven aangekomen lopen we langs de muren van het klooster op zoek naar het biermuseum. We lopen langs een biergarten in de schaduw en gaan het hoekje om. Op de binnenplaats is de ingang van het museum. In het gebouw zijn twee personen. Bij de ene kunnen we een kaartje kopen, maar we doen het niet. We laten onze (Martien de zijne) lidmaatschapspassen zien van PINT. De man kent PINT niet. Wat is dat nu voor een bierjoekel, PINT niet kennen. In ons beste Duits sagen wir: "WIR SIND PINTMITGLIED". Sodeju, wat een hoop ietjes achter mekaar. De man beseft dat er iets met ons aan de hand is en haalt deel 2 er bij. Deze herkent het pasje en we mogen beide doorlopen. Achter ons horen we de twee discussiëren over het PINT-pasje en EBCU-lidmaatschap. Het museum is gevestigd in de oude kloosterbrouwerij. We zien de lagerkelders, de ijskelder en allerlei hele mooie machinerieën die bij het brouwen in gebruik waren. Een bijzonder volledig museum. Een van de oprichters is Hilmar Hummel. We hebben hem nog steeds niet gebeld. Het is ook een hele bijzondere stad en er is al zoveel te doen. Misschien wel een volgende keer.

Nadat we ongeveer een half uur in het museum hebben rondgedwaald gaan we weer naar buiten. Ik koop nog wat stickers. Ergens op weg naar een brouwerij heeft Martien het gehad over een duo Luttelbach en Rosenbaum of iets van dien aard. Het loopt lekker uit de mond en we komen in het museum de naam Rosenbaum weer tegen en worden herinnerd aan zijn verhaal. Op de binnenplaats zien we de deuren van een kerk openstaan. We zijn wel een beetje gek op kerken. Wat ons opvalt is dat er wel erg veel dure auto's bij die kerk geparkeerd staan. We gaan naar binnen en constateren dat er een bruiloftsmis aan de gang is. Bruid en bruidegom helemaal voorin de kerk. We lopen zachtjes een beetje door. Er staan drie of misschien wel vier hele lange mannen in de kerk. Vast basketballers besluiten we. Voordat men begint te zingen lopen we de kerk weer uit. We lopen terug en gaan in de biergarten zitten. In de schaduw met een pracht uitzicht op de oude binnenstad van Bamberg. Een serveerster in stijf zwart vraagt wat we willen drinken. Omdat het zo verschrikkelijk warm is nemen we een Pils. Maar niet zo maar een pils. we bestellen een Maisel pils. Een mooi bier in een stenen kruik. We halen de kaart van Bamberg erbij om te kijken waar we nu op uitkijken. We zitten op een hele rustieke en bijzonder ontspannende plek. Een klein stukje muur en daarachter ligt de stad zelf. Martien en ik hebben het over een grote diversiteit aan onderwerpen. Een van die dingen hangt mij nog wel bij, maar waar het nu op slaat, geen idee: "Ik heb een leeg ei-chromosoom". Ik probeer me nu al dagen voor de geest te halen wat dat nu ook alweer inhoudt, maar ik kom er niet meer uit. Het had iets te maken met de degeneratie van de mens. Of van Martien, dat weet ik effe niet meer.

We hebben het ook weer over het bedrijf van Martien. Wat er allemaal bij komt kijken. Dat valt ook niet mee. Martien is nog steeds op zoek naar een goed logo. Ik doe mijn best. Als ik iemand wil helpen is het Martien wel. Aan het tafeltje achter ons schuift een stelletje aan. Ja hoor, we herkennen de zonnebril. Die waren vanochtend ook al op pad. Vast toeristen. Maar het blijft een vreemde zonnebril. Bier is op. We wenken naar de juffrouw en bestellen een Maisel Hefeweisse Hell. In een vloek en een zucht en een wip staat het bier op het tafeltje. We nippen van het bier. Het blijft toch wel een hele mooie en wat nog veel mooier is, een hele ontspannende studie. Het duo filosofeert verder over een grote verscheidenheid aan dingen die hen interesseert. En dat is veel. Warm? We gaan afrekenen en vragen aan de dame of het niet erg warm is in zo'n zwarte outfit. Ze is blij dat er mensen zijn die om haar geven en zich kunnen inleven dat het leven van een serveerster niet over rozen loopt. Lichtelijke zweetdruppels verschijnen op haar aangezicht. Wij leven met iedereen mee. We lopen via het mooie Michaelsbergpad weer naar beneden. Er zijn nog een paar brouwerijen die we nog niet bezocht hebben. Een daarvan is brouwerij Klosterbrau in de Obere Mühlbrücke. Rond 16.15 uur komen we aan in de brouwerij met een hele mooie en vooral schaduwrijke binnenplaats. Martien is meteen weg van de mooie trap op de binnenplaats. Op de binnenplaats zelf staat een drietal bankjes met tafeltjes. Een zeer ontspannen man, op blote voeten, grote snor en een interessante bril zit aan een tafeltje een krant te lezen. Naast hem staat een halfvol, of halfleeg glas bier. De schaduw van de binnenplaats maakt indruk. De dame die het bier uitdeelt geeft ons een mooi donker bier: een Klosterbrau Hefeweisse. We proosten met elkaar en proeven met elkaar. Er komen wat mensen binnen, zij nemen plaats op het achterste bankje. Mensen die niet weten wat lekker bier is, want ze vragen allemaal dingen aan elkaar over bier en willen eigenlijk pils. Er verschijnen twee heren op het toneel. Ze gaan zitten aan het bankje tegenover de heer met de bril en krant. Zijn twee echte vriendjes. Martien denkt dat een van hen hem probeert te versieren, want hij kijkt wel heel vriendelijk naar Martien. Wie weet. We raken in ieder geval wel aan de praat over bieren, dat is veel belangrijker.

Er wordt nog een Eacht Bambergla Schwärzla besteld. De toeristische Duitsers wijzen naar ons en vragen wat over het bier. Het bier in ons glas is nagenoeg zwart. We vertellen dat dit een bijzonder bier is dat slechts alleen, en hier alleen, getapt wordt. Dat hebben we namelijk zojuist gelezen in het boek: Die neue Frankische Brauereikarte. Weten zij veel. Zij weten niet veel; wij wel, dank zij dat boekje waar we al dagen mee rondreizen.

Logo voor Martien In die hele rustgevende binnenplaats krijgt Martien ineens een ingeving. Hij weet plotsklaps hoe het logo van zijn kwaliteitsbureau moet worden. Hij vertelt eerst over het dierbaarste wat hij ooit van een ouder heeft gehad. Het beeldje van iemand die een arm over een schouder van een kind legt. Moeder was kunstenares en heeft dit beeldje voor hem gemaakt omdat hij zelf dit beeld personifieert: hij was de eerste die een arm op de schouder van haar kind legde. Als dit beeld van boven wordt bekeken ziet hij drie ringen: een grote met twee wat kleinere daarin. Ik geef aan dat ik fotografisch wat wil proberen om dit op een papier te krijgen. Hij wordt enthousiast en ik kan me het logo al voorstellen. We tekenen al een beetje op een papiertje. Kleuren: rood, oranje en geel. Leven, volwassene en kind. Dit kan nog wat uitgewerkt worden. We komen weer te spreken over tattoo's. Ik teken uit wat ik een mooi tattootje zou vinden. Pink Floyd.

We lopen terug en nemen eigenlijk met moeite afscheid van deze brouwerij. Dit is eigenlijk een new age brouwerij: rust, koel, sfeervol en aardige mensen. We kopen nog wel een glas. Een heel bijzonder glas. De brouwerij heeft een aantal glazen laten maken die genummerd zijn. Ongeveer 250 glazen. Ik koop er twee en geef Martien er eentje. Ze zijn bedrukt met het gezicht van een bestuurder die in de 15e en 16e eeuw veel te maken heeft gehad met Bamberg. Unieke glazen, daar moeten we voorzichtig zijn.

Keesman dicht Mann! Met het glas in de hand komt men door het ganse land, of was dit spreekwoord iets anders? We lopen in ieder geval terug naar het hotel. We rusten nog wat op de hotelkamer en nemen nog een douche om al het stof van ons af te spoelen. Na een uurtje of wat krijgen we honger. We willen nog een keer gaan eten bij Spezial. Hier aangekomen (dus aan de overkant van het hotel) staat dat men zaterdag dicht is. Hebben wij weer. Maar, een paar brouwerijen echter hebben we nog niet gehad. In het boekje van de Frankische Brauereien staat dat men bij Keesmann goed kan eten.

Brauerei Mahrs Langs het kanaal lopen we er naar toe. De weg ligt pal onder langs het kanaal. Heel rustgevend. Martien vraagt verontrust of we misschien weer verdwaald zijn. Gaat niet goed met die jongen; heeft last van het verdwaalsyndroom. Ik moet hem daar toch eens een keer van af helpen. Vermoedelijk treedt bij hem dit op als we langer dan een uur zonder bier zitten. Maar gelukkig vinden we toch de juiste weg. Ook deze brouwerij is gesloten. Staat niet in het boekje. Aan de ene kant van de weg is een kerk alwaar orgelmuziek uit de hoofdingang loopt alsmede een hoop kerkgangers. We horen echter ook wat moderne muziek. We lopen op de muziek af. Blijkt dat er ineens nog een brouwerij in dezelfde straat zit: brouwerij Mahrs. Het is feest in de tuin en we kunnen er zelfs ook nog eten. Het is Boheemse week. Men zegt: "Bhömische woche". Allemaal gerechten op de kaart die we niet kunnen lezen want in het Tsjechisch. Martien neemt iets met een varkenslapje en ik bestel deegknoedels met gehakt. Eigenlijk heel goedkoop. En uiteraard moet daarbij weer eens wat gedronken worden. Een Mahrs Hefeweisse gaat er altijd wel in. En hup, weer een halve liter calorieën of joules gaan naar binnen. Het blijft zwaar, die studie. De grote man achter de bar zegt dat er iets niet is. Martien moet wat anders bestellen en dat tot 2 keer toe. "Wass ist hier denn loss"?

We slaan de man gade terwijl hij bier tapt. Soms komt het bier via een slim systeem uit een vaatje maar dan niet echt, maar hier staan de vaatjes los en er komt echt bier uit. Het zijn houten tonnetjes van zo'n 50 liter.

Feest in de tuin Het eten wordt gebracht. Een grote blonde dame serveert. Ze ziet er uit alsof ze zo uit de keuken komt. Met een gemeend smakelijk eten zwaait ze de borden op tafel en sprint weer naar de biergarten. Deze zit afgeladen vol en men luistert naar een heer en een dame. De heer zit vol met elektronica en vormt het orkest van hedenavond. De dame zingt en eigenlijk heeft ze een mooie stem. Jammer van die kutliedjes (chansons de vagina). Door het open raam kijken we op het podium en genieten van de drukte in de tuin. Een Mahrs Vollbier wordt door de man achter de bar gebracht en we genieten verder. Slechts 35 DM kostte dit maal. Inclusief bier. We vragen aan blonde Annie (die van de keuken) of er nog plaats is in de tuin en ze loodst ons mee naar de bankjes. Er zitten ongeveer 200 mensen in de tuin en allen zitten aan bankjes. 6 Personen per bankje. Aan één bankje is nog plaats voor twee personen. We schuiven aan. Links van ons een stelletje en rechts van ons een stelletje. We vragen aan blonde Annie nog een Vollbier maar het is niet haar bankje. Zwarte Greet komt in beeld en vraagt wat we moeten hebben. Zwei Vollbier klinkt het in koor. Een verrukkelijk volmoutig bier. Links naast Martien, rechts voor mij, zit een jong ding dat wel heel erg met haar decolleté koketteert. Niets voor Martien, hij houdt van rijpe vrouwen. We raken aan de klets met het andere stel. Ja, Martien en ik zitten in het midden.

Bobby uns Babsi Bobby links (voor mij en rechts voort Martien) is Iers en woont al 10 jaar in Duitsland. Is getrouwd met Babsi (!), werkzaam op het arbeidsbureau. Beiden wonen in Hallstadt en zijn met de fiets. Hij verkoopt auto's aan het Amerikaanse leger. Guitige man. Heeft de humor van Monthy Pyton. Een heel aardig stel en we kletsen dan ook heel wat af. Soms in het engels en dan weer in het Duits. Zwarte Greet is weer in beeld en we besluiten nog wat te nemen. We overleggen met Bobby en hij raadt ons een Mahrs Giga aan. Een bier dat enige tijd geleden speciaal is gebrouwen omdat de brouwerij een feest had. Giga dus. Een zwart bier, gebrande mout en een mooie hopsmaak. Aan de andere kant naast ons zijn andere mensen komen zitten. Bobby begint verhalen en moppen te vertellen.

Ein U Hij raadt ons ook aan om eens een unverspundete te proberen. Een ongefilterd bier, nagenoeg rechtstreeks uit de brouwerij. In het boekje van de Frankische Brauereikarte hadden we reeds gelezen dat men hier inderdaad ongefilterd bier verkoopt. Men zegt dan niet: "ein Unverspundete" maar: "Ein U". (spreek uit als: "oe") Wij bestellen: "Zwei U bitte". Greet trekt een sprint en nog geen 5 minuten later hebben we de U's te pakken. In stenen kruiken en wederom een halve liter; voor minder loopt men niet. De U's smaken zeer bijzonder. Bobby legt uit dat men in Duitsland graag afkort en nog geen 5 minuten later maakt hij zich er zelf schuldig aan. Hij heeft het over zimmer 8. Hij bedoelt het verschil in leeftijd tussen hem en zijn vrouw: "sind wir 8". Miep en Johnny op het podium gaan nog eens extra te keer met ditmaal 65+ muziek. Gelukkig staat er niemand op om spontaan te gaan jodelen. Ook Martien kan zich nog net inhouden. De "U" smaakt naar meer en Martien roept: "oe, oe", en in een mum van tijd staan er weer twee U's op tafel.

Feest geweest Plotsklaps is het 23.00 uur en de lichten gaan aan en de muziek uit. Party fini. We vroegen ons al af hoe dan nu eigenlijk ging met afrekenen, want die Greet schreef voor geen reet. Bobby vertelt dat ze tafeltje voor tafeltje afgaat en men verteld wat er gedronken is en rekent af. Onvoorstelbaar. In Nederland had zoiets niet gekund. We rekenen 30 DM af en voelen ons bijzonder eerlijk. En dat voor Nederlanders. Maar wij zijn eerlijke Nederlanders. We lopen met Bobby en Babsi mee naar de fietsen en nemen afscheid, We zullen ze vermoedelijk nooit meer zien maar het was een leuk stel. We lopen terug naar Fässla. Nemen daar zoals inmiddels gebruik is geworden nog een Zwergla en gaan in de biergarten zitten. Er zijn vanavond geen bekenden. Er stond wel een politieauto voor de deur. Van de jonge Kalb horen we dat het mis was in de tuin. Er is wat gevochten. Als wij er gaan zitten is alles paai en vree. Dat kan ook niet anders met zulke vredestichters. Eigenlijk zijn er wel heel weinig mensen in de tent. We drinken het biertje op en gaan naar bed. Morgen nog een zware dag. 650 kilometer terug en het studie-weekeinde achter de rug.

Zondag 7 juni Alsof die jongen een wekker in zijn reet heeft: 9 uur. Martien rekt zich uit en knallt de gordijnen open. Hetzelfde ritueel herhaalt zich. Douchen, aankleden (vooral niet andersom) en naar de ontbijtkamer. De vier Duitse medestudenten zijn reeds aanwezig. "Morgen Jungs", roept men in koor en ziet aan onze kleine oogjes dat het weer zwaar is geweest de avond te voren. Zij zien er eigenlijk ook niet uit.

Frau Kalb roept of er nog eieren moeten komen, maar die hebben we al. We nemen nog wat lekkere broodjes, extra koffie en we zijn weer het heertje. De kamer wordt opgeruimd, spullen ingepakt en we zijn klaar om te gaan. Op een of andere manier sluit de rits niet meer. We kwamen ook lichtelijk in warm geklede kleren en nu staan we in korte broek en sandalen. Ook het extra glas (nog steeds maar eentje) neemt ruimte in beslag. Om nog maar te zwijgen van mijn wandelschoenen maat 48 in de tas. We kijken nog een keer om naar ons onderkomen van de afgelopen dagen en nemen met een droge keel afscheid. Dat krijg je van al dat bier.

40 DM telefoonkosten? Bij de jonge Kalb rekent Martien af en schrikt zich de rits bijna uit de broek als hij de telefoonkosten ziet: 40Dm. De rest is precies volgens afspraak. Alleen ken het Hotel geen pinpasautomatenmachines. Martien denkt met cheques te kunnen betalen, maar deze zitten in ieder geval niet in deze portemonnee. We zetten de tassen in de auto en lopen voor de laatste keer naar de bank. Op de terugweg nemen we afscheid van Bamberg. We lopen langs het winkeltje met het cupfestival (dat had ik gisteren moeten zien: een mooie vlieger voor 10 Dm. Heb ik weer), langs de fotograaf met de foto van vrouw en hele grote hond, langs de nu lege groentestalletjes op het marktplein, over het bruggetje en langs het bloemenstalletje. rechtsaf de Obere Konigsstrasse in en oversteken naar het hotel. Er wordt afgerekend. We hadden ook zo weg kunnen gaan want men heeft niet eens naar onze namen of naar onze paspoorten gevraagd. We waren gewoon: "Die Holländer". Maar dat doen we niet, dat gewoon weggaan. We rekenen keurig af, tenminste Martien, waarvoor hierbij nogmaals dank. Ook de auto staat nog steeds keurig te wachten. We maken een laatste groet naar de muurschildering achter de Brauerei en rijden weg, richting snelweg.

Eenmaal op de snelweg rijst de vraag: hoe gaan we rijden? Martien oppert dat het richting Kassel nooit een probleem oplevert, dus we gaan via Kassel. Vaag hangt me bij dat Kassel vroeger, of misschien nu ook nog wel, een bedevaartsoord was. Voor wie of wat weet ik niet meer, misschien wel voor afgeslepen potloodventers. Lulliger kan niet.

Voorbij Kassel en nog geen stau gezien. Martien doet gevaarlijk en laat mij uitzoeken hoe er gereden moet gaan worden. Ik mompel wat van hier links en daar rechts en neem het stuur over. Nu kijkt Martien rustig hoe er gereden kan worden. We rijden dwars door het Ruhrgebied, vragen om problemen? In ieder geval niet op de weg, wel vanuit de hemel. In een noodweer rijden we door het Ruhrgebied Dortmund voorbij met een gemiddeld gangetje van 60 km per uur. We rijden nog wel steeds goed, zonder afslagen of opslagen te missen. Ook bij Venlo gaat het goed en we rijden linea erecta naar huis. Om ongeveer 16.00 uur draaien we de Middelburglaan in. Martien moet dan nog naar Tienhoven. Auto uitpakken en dan is het echt voorbij. Nog vermoeid van het vorige zie ik nu al uit naar de volgende. Alsof mijn hoofd 10 dagen vakantie heeft gehad. Zo ontspannen, zo relaxed, zo rustgevend, alleen weet mijn lichaam dat nog niet. Martien, tot het volgende studieweekeinde. Misschien in Oudenaarde in België. Daar is einde juni een speciaal weekeinde. Wie weet. We hebben het er al eerder over gehad. We denken aan het Groene Hopvelds' gezegde: "door de keus herkent men de specialist" of die andere:"wiens werk men drenkt, wiens bier men schenkt!" En zo zou ik misschien nog schier eindeloos kunnen doorgaan.

Gerard Velders Martien Groenevelt En ook een beetje "die Jungs" uit Fässla.

Na het voltooien van dit verslag leun ik achterover in de stoel. Ik heb de dagen in Bamberg bijna 2 maal beleefd. Eerst echt en nu met het opschrijven ervan. Ik loop naar de schuur, duik in de koelkast, loop terug naar de keuken en open een flesje Spezial Rauchbier. De dop er af en ruiken: eikenhout en rookworst. Langzaam giet ik de inhoud in een groot glas. Rookgeuren omringen mij en Bamberg komt weer in zicht. Het leven valt ook niet mee met zoveel inbeeldingsvermogen. En morgen moet ik ook nog werken!

Gerard Velders